Paardje rijden met kruk

De jong gestorven Forough Farrokzhad geldt als een van de belangrijkste Perzische dichters. Ze maakte ook één film, die nu uit is op dvd. De korte film over een leprozenkolonie ademt een naïef raffinement. En maakt nieuwsgierig naar haar poëzie.

Een vrouw met een sluier om kijkt in de spiegel. Ze kijkt lang, langer misschien dan als er geen camera bij zou zijn. Zou ze dan überhaupt in de spiegel kijken? De kijker zou zijn gezicht het liefst af wenden. Want de sluier kan niet verhullen dat deze vrouw mismaakt is. Haar ogen, de brug van haar neus, ze zijn wanstaltig, grotesk, monsterlijk. En ze blijft maar kijken, deze leproze uit Iran, gefilmd in 1963 in een leprozenkolonie in Iran. De spiegel breekt niet.

Het leek alsof ze er plotseling waren, in de jaren negentig, films uit Iran, zoals er in de jaren tachtig plotseling films uit China waren, en er nu films uit Roemenië zijn. Films van Abbas Kiarostami, van Babak Payami, van Jafar Panahi, van de hele familie Makhmalbaf. Ze wonnen prijzen op alle grote festivals en zorgden in de bioscoop voor geluk, het geluk van het zien van iets dat je niet kent en dat toch vertrouwd is, dat een nieuw ritme heeft, tergend langzaam soms, maar soms ook bevrijdend langzaam.

Het waren films waarin een spel werd gespeeld met tonen en verzwijgen, feit en fictie, documentaire en speelfilm, realisme en poëzie dat in het Westen een beetje op mens-erger-je-niet was gaan lijken, zo saai en voorspelbaar, maar in Iraanse handen wel een nieuw spel leek. In The Wind Will Carry Us (1999) van Abbas Kiarostami spelen bijna alle belangrijke handelingen zich buiten beeld af. Van de drie hoofdpersonen krijgen we er maar één te zien, van de twee anderen horen we slechts de stemmen.

De titel van de film is een regel uit een gedicht van Forough Farrokzhad, een dichteres die hier nog steeds niet zo bekend is maar in Iran des te meer. Ze wordt gezien als een van de belangrijkste Perzische dichters van de twintigste eeuw die in haar werk en in haar leven nogal wat taboes doorbrak. In de poëzie brak ze met oude versvormen, in het leven met tradities die vrouwen hun plaats wezen. Ook de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Shirin Neshat liet zich door haar inspireren. In de fotoserie Women of Allah (1994) zijn de handen en voeten van gesluierde vrouwen beschreven met citaten uit gedichten van Farrokhzad, foto’s die Ayaan Hirsi Ali misschien weer inspireerden tot Submission. Neshats film The Last Word (2003) besluit met een gedicht van haar.

Toch waren de verwijzingen

van Kiarostami en Neshat niet verleidelijk genoeg om op zoek te gaan naar de poëzie van Farrokhzad. Na Four Weddings and a Funeral werd de Funeral Blues van W.H. Auden opeens populair; Eternal Sunset of the Spotless Mind zorgde voor meer lezers dan Alexander Pope hier in eeuwen had gehad. Dat dit met Farrokhzads werk niet gebeurde, komt misschien doordat op het werk van Kiarostami en Neshat zelf nog zoveel veroverd moest worden. In het Nederlands had het tot voor kort ook niet gekund, pas begin dit jaar verscheen er in vertaling een keuze uit haar gedichten onder de titel Mijn minnaar.

Dat boek heb ik inmiddels wel gekocht, maar dat komt weer door een andere film, een film die Farrokhzad zelf heeft gemaakt, en in 2005 op dvd werd uitgebracht. Nu wil ik wel alles van haar lezen.

The house is black (Khaneh siah ast) is een korte film uit 1963 over een leprakolonie. Het is de enige film die Farrokhzad heeft geregisseerd, misschien omdat ze vier jaar later bij een auto-ongeluk om het leven kwam, misschien omdat ze toch liever dichtte. Een verhaal is er niet, de beelden worden begeleid door een gedicht. Maar dat is het niet alleen dat de film zo bijzonder maakt, ook al noemde de Amerikaanse criticus Jonathan Rosenbaum de film „the most successful fusion of cinema and poetry that I know.

The house is black is een film vol shots die alleen door een beginneling of juist door een ervaren meester bedacht kunnen zijn. Er gaat een soort naïef raffinement vanuit. Farrokhzad filmt rustig een man van wie het rechterbeen onder zijn knie niet meer bestaat. Als hij gaat zitten en dat stompje over zijn knie slaat, dan is dat stompje het middelpunt van het kader. Alleen in Freaks (1932) van Todd Browning hebben zoveel mismaakten zo in het middelpunt van een film gestaan.

Farrokhzad laat twee emoties op elkaar botsen die bij goede films vaak in strijd met elkaar zijn, maar niet vaak zo hevig als hier: afgrijzen, over de misvormdheid van de mensen die ze toont, en opwinding, over de schitterende manier waarop ze die toont. Naarmate de film vordert, neemt het afgrijzen af, na 22 minuten is het bijna helemaal verdwenen. Dan heeft een klein kind de kruk van de man met de stomp afgepakt en is er paardje mee gaan rijden.

Dat beeld roept een beroemd citaat van Nabokov in herinnering: „I take my hat off to the hero who dashes into a burning house and saves his neighbor’s child; but I shake his hand if he has risked squandering a precious five seconds to find and save, together with the child, its favorite toy.” Farrokhzad kan de leprozen in hun kolonie in de buurt van Tabriz niet redden. Film geneest niet. Maar ze kan hen wel laten zien. In zwart-wit dat aangetast is door de tijd – het lijkt wel een film uit 1910 – en in een omgeving die juist door de tijd niet is aangeraakt – het lijkt wel een film uit de Middeleeuwen – toont ze de verschoppelingen en schroomt niet hen op hun kwetsbaarst te laten zien, op die momenten dat ze geen verschoppelingen zijn, als ze hun haar kammen, feest vieren, muziek maken.

Ook dat doen ze, deze mensen

die ver weg van de wereld zitten opgesloten, die eigenlijk onzichtbaar moeten blijven. In een van de meest aangrijpende scènes lopen alle leprozen, of zij die dat nog kunnen, in een soort optocht over een weg, terwijl de camera achteruitrijdt. Maar mee naar buiten kunnen de mismaakten niet. De poort zwaait dicht en de camera filmt wat er aan de buitenkant op geschreven staat: ‘Lepra Huis’.

Een mindere regisseur had zijn film misschien met dit beeld geëindigd. Farrokhzad gaat nog even door, terug naar binnen, naar al die gezichten die nog zoveel mee willen maken. Die jij zijn, en u, en ik. In die spiegel uit het begin. Afwenden gaat niet.

DVD: ‘The house is black’. Facets Multi-media, www.facets.orgMeer over Forough Farrokhzad: www.forughfarrokhzad.org; Op youtube is een fragment van ‘The house is black’ te zien.