Nederland gegijzeld, maar door wie? 2

Volgens Meindert Fennema heeft de politiek van de angst Nederland in haar greep. Er zou een gedeelde wens zijn om geen dingen meer te zeggen die moslims zouden kunnen kwetsen. De film die Wilders over de Koran wil maken, zou maar beter niet kunnen worden uitgezonden. Voor het democratische debat is dat alles `rampzalig`.

Waarom deugen die redeneringen niet? In de eerste plaats is het niet waar dat burgers hun ongenoegens over de islam niet meer durven uiten. Dagelijks worden de al dan niet vermeende kwalijke aspecten ervan aan de kaak gesteld. Wat dat betreft lijkt er juist steeds krachtiger en fanatieker gebruik te worden gemaakt van de vrije meningsuiting. Op internet floreert het democratische debat als nooit tevoren.

Dat ligt mogelijk anders voor media-evenementen die een hausse aan belangstelling naar zich toe weten te zuigen, zoals de aankondiging van de Wilders-film. Velen krijgen het angstvisioen van Submission voor ogen en gaan speculeren over de te verwachten gevolgen van een gelijksoortige film. Bestaat de kans dat extremisten wraak zullen nemen? Moet Wilders die film dan toch maar niet maken? Anticipatie op een dergelijk scenario roept verontwaardiging op en als vanzelf wordt gezegd dat de radicale islam `ons land gijzelt`. Maar wie gijzelt nu wie? Want aan het opblazen van het dreigingsbeeld is geen moslim te pas gekomen. De collectieve angst is een product van onze eigen fantasie: het uitvergroten van mogelijke effecten van een anti-islamfilm.