Nederland gegijzeld, maar door wie? 1

In NRC Handelsblad van 6 december beweert Meindert Fennema dat Nederland gegijzeld wordt door de radicale islam. Het is een wonderlijk betoog dat er op neer komt, dat tegenstrevers van Wilders c.s. gedreven worden door angst voor de islamitische fundamentalisten. Maar de werkelijkheid is totaal anders. De Nederlandse publieke opinie wordt inderdaad gegijzeld, niet door de angst voor islamitische fundamentalisten, maar door de angst tot de `linkse kerk` van halfzachte multiculturalisten te behoren. De moord op Theo van Gogh door een religieuze fanaticus heeft een realistische discussie over de positie van de islam in Nederland onmogelijk gemaakt. De racistische vuilbekkerij van Van Gogh is heilig verklaard als ` het opkomen voor de vrijheid van meningsuiting`. Het zijn juist figuren als Van Gogh en andere ridders van het vrije woord, die Nederland gegijzeld houden. Hun invloed heeft een negatief effect op de ontwikkeling van de etnische verhoudingen in Nederland zover het de moslimbevolking betreft. Het kan Fennema niet ontgaan zijn dat juist de liberale moslimorganisaties en platforms in de verdediging worden gedrukt. Zij moeten zich voortdurend naar twee kanten verweren. Naar de Nederlandse kant moeten zij opboksen tegen onbegrip, wantrouwen en discriminatie. Tegelijkertijd is hun positie ten opzichte van de meerderheid van de eenvoudige moslimbevolking gecompliceerd omdat figuren als Wilders voortdurend de stereotypen over en de angsten voor de Nederlandse samenleving bevestigen. Er is onder deze omstandigheden de laatste jaren sprake van een toename van belangstelling voor orthodoxe vormen van de islam onder jonge moslims; hetgeen overigens nog niet automatisch wil zeggen ook voor (gewelddadige) extremistische vormen van deze religie.

Deze precaire situatie verdient zeker aandacht en discussie. Maar daarvoor is in Nederland te weinig ruimte zolang politici en andere opinieleiders gegijzeld worden door de angst voor halfzachte multiculturalisten te worden versleten. De vrijheid van politieke meningsuiting is een groot goed, maar het moet dan wel over een bediscussieerbare mening gaan.