Missie in Uruzgan leunt op privéhulp

De Nederlandse missie in Uruzgan is in grote mate afhankelijk van logistieke ondersteuning van private militaire bedrijven. De informatieverstrekking van de regering over de contractanten is echter „summier en gefragmenteerd”, aldus de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een advies dat vandaag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De regering moet openheid van zaken geven over het inhuren van private partijen, zegt de AIV.

De raad stelt dat enkele honderden burgers werken voor de Task Force Uruzgan (ongeveer 1.600 militairen). Zonder deze steun zou de militaire omvang van de missie veel groter zijn. Nederland huurt luchttransport in, laat burgers sleutelen aan militair materieel en heeft de levering van brandstof en voedsel geheel uitbesteed aan commerciële bedrijven. Nederland betaalt ook Afghaanse milities om de kampen te bewaken. Nederlandse marechaussees werken samen met de Amerikaanse militaire contractor Dyncorps, die door de VS is ingehuurd om de Afghaanse politie op te leiden.

In de VS woedt een discussie over de rol van private military contractors als Blackwater en Dyncorps. Alleen al in Irak zijn naar schatting 180.000 contractors actief. Vooral de gewapende ‘beveiligers’ hebben een slechte reputatie. Voor zover bekend maakt Nederland geen gebruik van gewapende huurlingen. Wel huurt Nederland bedrijven in die zelf voor hun beveiliging moeten zorgen – mogelijk door militaire contractanten.

Het advies en meer over de missie op nrc.nl/uruzgan