Ik leer mezelf goed te grounden

Roderik Schuwer (53) is vastgoedadviseur in Amsterdam.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Roderik Schuwer (53) is managing partner van Savills, een aan de Londense beurs genoteerde vastgoedadviseur. Wie een paar honderd miljoen wil beleggen in kantoren of winkels kan hier terecht. Hij zit in een kamer op de tweeëntwintigste verdieping van de Vinoly-toren op de Zuidas in Amsterdam, met uitzicht over Buitenveldert en Schiphol. Hij kwam een kwartier te laat binnen – file, volle parkeergarage – maar nu leunt hij ontspannen achterover, drinkt koffie uit een duralexglas, eet een koekje en nog een koekje, en vertelt over zijn werkweek.

„Ik begin op maandagochtend om eh... Mag ik liegen?”

Liever niet.

„Goed, ik begin om tien uur, want daarvoor ga ik naar de sportschool. Kickbokstraining. En dat doe ik ook op woensdag en vrijdag. Ben ik mee begonnen na mijn laatste heupoperatie, om weer fit te worden. Ik heb altijd heel veel gesport. Hockey, skiën, karate, squashen, you name it. Maar toen kreeg ik artrose. Ik ben natuurlijk ook veel te zwaar hè. Op mijn vijfendertigste was ik al 100 kilo. Nu weeg ik 103 kilo.”

En om tien uur?

„Managementteamvergadering. De managing partners praten met de directeuren van de business units en met de chief financial officer. Het gaat over human recources, klanten, pitches, IT, reclame, alles volgens vast schema. Heel overzichtelijk.”

En dan?

„Gaan we lunchen in de lunchkamer. Daarna loop ik over de afdeling, geef iedereen aandacht, vraag hoe het weekend was, en dan doe ik mijn e-mail. Dat is een continue flow, tussen de dertig en vijftig per dag, maar daar zit ook crap tussen. Als de dag er opzit, race ik naar de Albert Heijn en naar huis, en dan ga ik koken voor mijn kinderen. Die zijn op maandag bij mij en ze komen om zes uur thuis van hockeytraining en de huiswerkklas. Ik doe mijn pak uit en mijn schort voor, schenk mezelf een glas witte wijn in, we kletsen en we eten, en om tien uur, half elf stop ik ze in bed.”

En u?

„Ook naar bed. Ik lees wat in de krant of in een van de boeken waar ik mee bezig ben. De aap en de filosoof van Frans de Waal, iets van Philip Roth. En dan gaat papa slapen. Op dinsdag help ik de kinderen naar school, ik ben om negen uur op kantoor en ik ga verder waar ik gebleven was.”

Druk?

„We hebben het zo geregeld dat de verantwoordelijkheden laag in de organisatie liggen. De directeuren van de business units doen het operationele werk, ik ben het oliemannetje dat rondloopt met zijn kannetje. En ik heb de illusie dat het helpt.”

U zou er net zo goed niet kunnen zijn?

„Dat nou ook weer niet. Er moet in een organisatie ook een leider zijn, een linking pin, iemand die ‘links’ of ‘rechts’ zegt. We hebben zestig man in dienst, als die allemaal een keer per kwartaal met me willen praten, heb ik 240 gesprekken per jaar, één en een kwart gesprek per dag, en daarnaast lopen de relaties met grote klanten nog wel via mij. Ik moet ook wel eens de deur uit. Ik ga elke week naar Londen of Frankfurt of München.”

Dus toch druk?

„Ach, wat is druk. Ik ga fluitend naar mijn werk en fluitend naar huis. Ik doe zakelijk en privé zo weinig mogelijk dingen waar ik geen zin in heb. Ik leef in een wereld vol zwelbastgedrag, maar op een gegeven moment weet je dat je geen Bill Gates zal worden en dat je niet meer dan een zandkorrel op het strand bent. Een zekere spanning roept dat wel op, want mijn werk is serieus. Maar het is prettig om jezelf te kunnen relativeren. ’’

Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?

„Ik ben altijd wel zo geweest. En het wordt alleen maar sterker. Ik zorg ervoor dat ik een à twee avonden per week alleen thuis ben, ik kook een potje voor mezelf, ik doe mijn administratie en dan lees ik een goed boek. Om mijn huis staat een schutting met een grote schuif erop. Die doe ik dicht. Heerlijk. Geen vaste telefoon, geen internet.”

En dan denkt u na over de zin van het leven?

„Had ik al gezegd dat ik nogal meditatief ben ingesteld? Als ik tijd heb, dat wil zeggen als ik vroeg genoeg mijn bed uit kom, begin ik ’s morgens met de baduanjin. Dat is zo’n oefening die je Chinezen wel ziet doen, in die parken. Kan ik iedereen aanbevelen, er zouden heel wat minder stresskippen rondlopen. Je krijgt er energie van. Je gaat vrolijk je dag in. Op woensdagavond doe ik taikiken, bij Ron Nansink. Dat is ook behoorlijk meditatief, je leert er heel goed van grounden.”

Wat is grounden?

„Goed contact maken met de aarde, je bewust zijn van je ademhaling, stevig staan. Als je het vaak genoeg doet, wordt het een deel van je wezen.”

Waarom zou je over je ademhaling nadenken?

„Een goede ademhaling is een middel om stress te voorkomen. Het is de basis van alles.”

Hoe bent u er op gekomen om aan taikiken te gaan doen?

„Ik hou van mijn vak en van het contact met de mensen op kantoor. Maar alles draait om geld en geld is dooie stof. Het heeft geen gevoelswaarde, voor mij in elk geval niet. Wie zijn huis volstopt met jade en goud, gaat zich onveilig voelen.’’

Een citaat van...?

„Lao Tse natuurlijk.”

U zocht compensatie?

„Misschien. Of inspiratie. Het is prettig om je een paar uur per week niet met materiële zaken bezig te houden. De meeste inspiratie krijg ik trouwens van mijn vriendin, maar dat hou ik voor mijzelf. En van mijn kinderen.’’