Feiten als ware aanleiding voor de verbeelding

Leonardo Sciascia: De dood van Raymond Roussel/Het theater van het geheugen. Vert .Frans Denissen en Tom de Keyzer. Serena Libri, 169 blz. € 10,–

Het is nu eenmaal zo: als de de werkelijkheid zijn best doet is hij inventiever dan welke schrijver ook. Zelfs dan de Siciliaanse meester Leonardo Sciascia (1931-1986), die niet te beroerd was om in die werkelijkheid zijn meerdere te erkennen. Hij deed dat expliciet in zijn adaptatie van twee aan de realiteit ontleende mysteries, die samen in het Nederlands worden uitgebracht: De dood van Raymond Roussel (1971) en Het theater van het geheugen (1981).

Het zijn intens vreemde verhalen. Het eerste behelst de dood van de schrijver Raymond Roussel, Franse surrealist, problematische homoseksueel, misantroop, zenuwenlijder en medicijnverslaafde, in het mooiste hotel van Palermo in 1933. Zelfmoord? De Italiaanse politie komt dat het beste uit, en zijn gezelschapsdame spreekt het niet tegen.

Het andere verhaalt de geschiedenis van de geheugengestoorde man die in 1926 in een Turijns gekkenhuis werd herkend als professor Giulio Canella. De professor zou gesneuveld zijn in 1916 in Macedonië. De familie Canella nam hem mee, maar vervolgens werd de man ook door een andere familie geclaimd. Hadden zij gelijk dan was hij geen professor maar een ervaren oplichter. Er ontbrandde een felle strijd, de rechter deed in 1933 definitief uitspraak, maar het getouwtrek duurde voort tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

In een gewiekste stijl die zakelijk aandoet maar prachtig emotioneel geladen is, gaat Sciascia beide geschiedenissen te lijf als een detectiveschrijver met één hand op zijn rug gebonden. Alleen de feiten mogen een rol spelen, de verbeelding moet toekijken uit de coulissen (waar hij, daar zorgt Sciascia voor, het niet kan laten om aanwijzingen te souffleren).

Het verhaal over Roussel gaat over de feiten op papier. Sciascia maakt duidelijk dat het beschrijven, het formuleren van feiten al zo’n chaos met zich meebrengt dat die feiten altijd vertroebeld raken.

Het Canella-verhaal gaat over de feiten volgens het geheugen. Als een vrouw iemand herkent als haar man, kan zij zich dan vergissen? Of kan dat niet meer als zij het huwelijksleven weer oppakt, kinderen krijgt, gelukkig is? Met Pirandello meent Sciascia dat het geheugen de feiten afhankelijk maakt van geloof. De oplichter wórdt de professor.

Een vaststaand feit? Bestaat niet. Feiten zijn de voornaamste aanleiding voor de verbeelding om de werkelijkheid op stelten te zetten.