Fantasierijke verhalen uit de ‘verschrikkelijke tijd’

Minka Pradelski: En daar kwam mevrouw Kugelmann. Uit het Duits vertaald door Jan Hamminga. Signature, 199 blz. €18,95

Minka Pradelski: En daar kwam mevrouw Kugelmann. Uit het Duits vertaald door Jan Hamminga. Signature, 199 blz. €18,95

De Sheherazade van de Shoah. Zo wordt ze in Duitsland genoemd en wie de eerste roman van Minka Pradelski leest begrijpt wel waarom. Dit boek over de doden en de overlevenden barst van de fantasie. En daar kwam mevrouw Kugelmann heeft de vorm van een raamvertelling. Om een erfstuk in ontvangst te nemen reist de jonge vrouw Zippy Silberberg van Frankfurt naar Tel Aviv. Daar ontmoet ze een oude dame. Tegen de wil van Zippy in begint mevrouw Kugelmann te vertellen. En als het aan haar ligt houdt ze daar nooit meer mee op.

Geraffineerd springt Pradelski van de ene vertelster naar de andere. De neurotische Zippy heeft zo haar eigen belangen. Ze wil niet alleen de erfenis maar ook een lieve man. Dus zal ze haar hotelkamer moeten verlaten. Maar Bella Kugelmann houdt haar gevangen. Bella’s belang is het haar klasgenoten te gedenken, en haar geboortestad. Van die klasgenoten overleefden er maar vier de ‘verschrikkelijke tijd’, zoals mevrouw Kugelmann de Holocaust eufemistisch noemt.

Mevrouw Kugelmanns verhalen staan in het teken van de verwoesting. Omdat de lezer zich daar steeds van bewust is, krijgen de vrolijke verhalen over de vooroorlogse tijd haast iets schrijnends. Bella was gelukkig in de Poolse stad Bendzin, ze hield van de mooie straten en de bonte markten. Ze voelde zich thuis in dat Opper-Silezische stadje, bevolkt door atheïsten, christenen en vrome danwel vooruitstrevende joden. Zijzelf hoorde bij die laatsten.

Waar het in deze roman vooral om gaat, is de schildering van een verzameling mensen. Van Mooie Adam, op wie alle meisjes verliefd zijn. Van Pechvogel Mietek, die op een donker binnenhof woont. Van Golda, die tot ontsteltenis van haar vrome ouders communist wordt. Van Slimme Gonna, die zijn hoogbegaafdheid voor de andere kinderen verbergt. En van dokter Goldstaub, die aan zijn patiënten kan ruiken welke ziekte zij onder de leden hebben.

Dat de geschiedenis van haar familie eveneens in Bendzin ligt, daar komt Zippy allengs achter. De geschiedenis van Pradelski’s familie lijkt er ook wat op. Haar ouders waren Poolse joden die niets over vroeger vertelden. Vader had het getto van Lodz overleefd, moeder was op een valse pas door de nazitijd gekomen. Na de oorlog belandden ze in Frankfurt – een poging van het gezin om in de VS voet aan land te zetten mislukte.

Net als Zippy Silberberg leed Pradelski (1947) onder het zwijgen van de eerste generatie. Wat zij in haar jeugd miste haalde ze later in. Als medewerkster van de Steven Spielberg Shoah Foundation luisterde ze naar de verhalen van honderden overlevenden.

Nu voegt ze zich bij schrijvers als Robert Menasse, Robert Schindel en Maxim Biller, joodse Duitstaligen die allemaal de trauma’s van hun ouders proberen te verklaren. En net als zij beschikt Pradelski over een stevige dosis Witz. Haar humor berust op verrassingseffecten en overdrijving, op zelfspot en op bizarre details. Zo heeft Zippy de vreemde gewoonte om diepvriesvoedsel bevroren en al op te eten. Dat lijkt flauw, maar psychologisch klopt het: de kou van thuis neemt ze mee in haar eetpatroon. ‘En ik?’, vraagt ze zich af. ‘Wat heb ik mijn zwijgende ouders aangedaan? Ik ontweek ze. Mijn ijsjas scheidde ons’.

Het hoge amusementsgehalte van En daar kwam mevrouw Kugelmann staat inhoud niet in de weg.