Eindig als nummer 3

Morgen beginnen de finales van de tv-talentenjacht Idols.

Als de jacht voorbij is stort het management zich op de kandidaten (alleen bekend met voornaam).

Harm wordt overladen met interviewverzoeken. Vragen per telefoon, daar kunnen ze niet aan beginnen, meldt zijn management. Een interviewverzoek voor Meike van meidengroep Kus gaat via haar management per e-mail richting platenmaatschappij EMI. Een dood spoor. En ook Floortje spreken zit er niet in. Ze heeft het nogal druk. Bovendien, legt haar manager uit, zou er dan overleg moeten plaatsvinden met SBS, omdat ze meedoet aan het tv-programma Sterren dansen op het ijs.

Artiesten zijn het, de ex-Idolsfinalisten, met het statuur en het werkschema van een Marco Borsato. Meike (in 2004), Floortje en Harm (in 2005) drongen alle drie door tot de finalerondes van Idols, de tv-talentenjacht voor zingende jongeren. Voor de nieuwste serie schreef zich een recordaantal van 20.842 kandidaten in. Morgen begint live op tv de afvalrace voor de laatste achttien kandidaten.

Wat gebeurt er eigenlijk als de finales achter de rug zijn? Wat doen de kandidaten na Idols?

Jezelf bij de voornaam noemen. Daar begint het mee. „Niet verplicht, anders klinkt het al snel wat kneuterig. En Boris (Titulaer red.) heeft ook niet de makkelijkste achternaam”, verklaart Tim van Rongen van Sony BMG: de platenmaatschappij waar iedere finalist onder contract staat.

Want dat is de afspraak. De kandidaten die als eerste eindigen, en vaak ook de nummer twee, nemen bij Sony BMG hun eerste album op – tenzij de maatschappij daarvan afziet, dan kunnen de Idols in zee met een andere maatschappij. Sony BMG produceerde eerder al cd’s van winnaars Jamai (Loman) en Jim (Bakkum) uit de eerste editie, van Boris en Maud (Mulder) uit Idols 2 en Rafaella (Paton) winnaar van Idols 3.

Dat is een andere volgorde dan gebruikelijk. Doorgaans maken artiesten eerst een plaat, om vervolgens beroemd te worden. Nu ben je dat al, en moet je daarna een album uitbrengen. En dat moet snel. Het liefst binnen een week of drie, zegt Van Rongen van Sony BMG. Het materiaal voor de single en het album ligt zo goed als klaar, omdat het album moet kunnen meeliften op het succes van het programma.

En dat is ook de reden dat de tweede cd het vaak veel minder goed doet. „Mensen zijn niet fan van jou, maar fan van het programma. Een jaar later hebben ze weer een nieuw idool.” Erik van Tijn spreekt uit ervaring, hij is jurylid sinds Idols 1, en begeleidt winnaars bij de opnames van hun cd.

Idols winnen is geen garantie op succes, benadrukt hij. „Je wordt enorm gelift. Daarna begin je weer gewoon op nul.” Dat bevestigen ook de deelnemers zelf. Hoewel geen enkeling de wedstrijd slecht noemt voor zijn carrière, omschrijft ook niemand het als een wondermiddel. Jamai, die zijn antwoorden per e-mail verstuurt, ziet de wedstrijd als „een ludieke manier om het vak in te rollen”. En Maud werkt zich naar eigen zeggen „te pletter”. „Een zanger moet in de ogen van het publiek credible zijn. En een Idol is dat per definitie niet. Mensen vinden je ongeloofwaardig, denken dat je playbackt.”

Sterker nog: als je Idols niet wint, zijn er net zoveel mogelijkheden. Misschien zelfs nog wel méér. Hind (Larrousi Tahiri) eindigde als nummer drie. Ze herinnert zich nog het moment, nadat ze uit de race was gegooid, in maart 2003. De jury zocht haar in de kleedkamer op. Vertelden haar dat ze goed was. Dat ook Hind een plaat mocht opnemen. En zij? „Huilen. Ik was 17. Ik wilde winnen.”

Achteraf bleek de derde plek zo gek nog niet. „Mensen begrepen het niet. Ze vonden dat ik had moeten winnen. Ze gunden mij het beste. En dat is natuurlijk waar je je publiek wilt hebben.” Hind nam Around the world op, verkocht 40.000 exemplaren, ontving een gouden plaat, en een Edison. Haar tweede cd Halfway Home (2005) verkoopt misschien iets minder goed, wel mag ze Nederland gaan vertegenwoordigen op het Songfestival.

Volgens Erik van Tijn is het daarom belangrijk dat een Idol „op eigen benen komt te staan”. Al vergt dat strikte timing. „Je moet dat Idols-imago niet meteen afzweren. Want die veertig gillende kinderen hebben allemaal op jou gestemd, én je eerste single gekocht. Die moet je signeren.” Van Tijn illustreert dat met Boris. De Limburgse soulzanger had na het programma „heel Nederland aan zijn voeten liggen”. Hij had een superster kunnen worden. Maar wilde iets anders: „geen commerciële dingen” . Van Tijn: „Boris wil muzikant worden in plaats van artiest”.

En dat is precies wat een Idol niet in de eerste plaats is. Een blik op hun agenda’s leert dat de meesten het vooral moeten hebben van activiteiten die niet speciaal of alleen om muziek draaien. Zo staat Jim deze maand in meubelzaak Beter Bed, geeft Maud vier ijsdansdemonstraties, en ook Jamai die zich met musical bezighoudt (vanaf het voorjaar repeteert hij Les Miserables), vult veel weekeinden met zijn „vernieuwde tape act”.

Erik van Tijn: „De hype is nou eenmaal tijdelijk, en je plaat belandt niet iedere keer zomaar op een.” Zijn dochter doet mee aan Kinderen voor Kinderen. „Waanzinnig vindt ze dat. En tuurlijk, dat is leuk, dat optreden op tv. Maar daar gaat het niet om. Je leert in studio’s werken, met camera’s. Zo moet je Idols ook zien. Als leerschool.”