Drama over artistieke glorie en verval

De documentaire Tip van de sluier over Lennaert Nijgh is zeer openhartig. Dat maakt het tot tot een drama over artistieke glorie en verval. „België had Jacques Brel, wij Lennaert.”

Vierduizend keer heeft Rob de Nijs Malle Babbe gezongen, het befaamde lied van Lennaert Nijgh over een Haarlemse vrouw van lichte zeden. Huub van der Lubbe, voorman van De Dijk, is ‘nog altijd gefascineerd door het protestlied Welterusten meneer de president vanwege de ironie’. En de eerste van de drie ex-vrouwen van Lennaert Nijgh, Astrid Nijgh, bracht het meeslepende lied Ik doe wat ik doe tot grote hoogte. Rames Shaffy en Liesbeth List werden beroemd dankzij Pastorale.

Vijf jaar na zijn dood is Nederlands grootste tekstdichter Lennaert Nijgh (Haarlem, 1945 - Haarlem, 2002) nog altijd voor zangers een geliefd schrijver. Wie hij werkelijk was, daar komt niemand achter.

In de ontroerende documentaire Tip van de sluier van Jan Louter, zondag op tv, blijven de geïnterviewden telkens weer het antwoord schuldig. Na afloop van de voorvertoning in de Haarlemse Toneelschuur, begin deze maand, erkent zanger Boudewijn de Groot dat hij zich, na de dood van Nijgh, als ‘de vierde weduwe’ beschouwde. De Groot: „Al voordat hij stierf had ik heimwee naar onze vroegste samenwerking. Het werd steeds moeilijker teksten van Lennaert te krijgen”.

Louter concentreert zijn documentaire op de vier mensen die het dichtst bij Nijgh staan. Behalve Boudewijn de Groot zijn dat drie echtgenoten: zangeres Astrid Nijgh, actrice Anja Bak en Josee Koning, de zangeres met de Braziliaanse stem. Tegelijk met de documentaire is de gedetailleerde, rijk geïllustreerde biografie Testament. Leven en werk van Lennaert Nijgh verschenen, geschreven door Peter Voskuil.

„Hij leefde in een zelf gecreëerde wereld”, zegt Josee Koning. Zij toont zich geëmotioneerd door de onbereikbaarheid van haar man. Jan Louter heeft bewust het perspectief van zijn film beperkt gehouden. „Juist door in te zoomen op de mysterieuze Lennaert Nijgh krijg je diepte. We hebben de documentaire in zestien draaidagen gemaakt. Ook vonden we belangwekkend archiefmateriaal”.

Astrid Nijgh is nog altijd vol bewondering over de kwaliteit van Nijghs teksten. „Lennaert heeft van het ouderwetse Nederlandse lied vol simpele rijmwoorden grootse, nieuwe poëzie gemaakt. Hij was een tekstdichter pur sang. België had Jacques Brel, wij Lennaert.” Anja Bak noemt het zijn verdienste dat hij ‘goed voor vrouwen kan schrijven, dat kan niet elke man’.

Tip van de sluier is opgebouwd volgens een fraai ritme tussen vroeger en nu, tussen schooljongens en volwassenen. We gaan mee met Boudewijn en Lennaert naar de jaren zestig en eerste successen, zoals Strand, Meisje van 16 en Meester Prikkebeen.

Vervolgens komen we aan bij het meer nabije verleden. Nijgh als jongeman weet precies wat hij wil, zoals blijkt uit interviews. Hij schrijft teksten ‘die mijzelf aangrijpen’ en als er dan ergens een paradijs moet zijn, dan ligt dat ‘in het Land van Maas en Waal’. Boudewijn de Groot geeft toe dat hij nooit heeft geweten hoe zijn vriend de befaamde liederen schreef: „Zijn teksten waren altijd persoonlijk, gingen over een onbereikbare liefde of het verlangen naar vroeger, maar hij was niet iemand die aan een vriend persoonlijke ontboezemingen deed”.

De jonge Lennaert zat vol ideeën en energie, zoals zijn Astrid Nijgh en Anja Bak beklemtonen. Astrid: „Hij is een tovenaar met taal. Herkenbare situaties maakt hij universeel.” Hun eerste huwelijksjaren waren gelukkig, maar geleidelijk sloot Nijgh zich in zichzelf op. En het is deze Nijgh die ik mij herinner uit het Haarlemse etablissement ‘In den Uiver’, waar schrijver Louis Ferron, ook al overleden, Nijgh en wat vrienden elke maandag bij elkaar kwamen. Nijgh bestelde voor zichzelf Beerenburg en staarde voor zich uit.

Louter geeft met atmosferische beelden de Werdegang van dit talent aan. We zien bewust vage opnamen van het café, waar Lennaert als een schim rondwaart. Boudewijn de Groot betreurt de ‘zelfdestructie’ van Nijghs laatste jaren en de ‘achteloosheid’ waarmee hij met zijn lichaam omging. In zijn hoofd was hij eigenlijk al vertrokken, zoals alle betrokkenen met spijt in het hart moeten erkennen. Die openhartigheid maakt Tip van de sluier tot een drama over artistieke glorie en verval.

Het is mooi dat Jan Louter veelvuldig met Astrid Nijgh op de Urker kotter Jonge Jacob heeft gefilmd. Daar, op het water, vond hij inspiratie voor zijn teksten. Hij was, zoals Josee Koning zegt, een reiziger. Maar dan in zijn hoofd. De reiziger is Nijghs lievelingslied en Josee Koning zingt het in de documentaire, opgedragen aan Lennaert. Dit zijn de kernregels: „Hij heeft overal gezocht, hij heeft nergens iets gevonden. Hij zegt: ik ben veranderd, ik ben hier niet meer thuis”.

Tip van de sluier. In: AVRO Close Up, zondag 16 december, 18.15u, closeup.avro.nlPeter Voskuil: Testament. Leven en werk van Lennaert Nijgh. Uitgeverij De Buitenspelers, debuitenspelers.nl