Dezelfde rechten – als leguanen

Clive Stafford Smith: Eight o’Clock Ferry to the Windward Side Seeking Justice in Guantánamo Bay. Nation, 336 blz. € 11,60

Clive Stafford Smith: Eight o’Clock Ferry to the Windward Side Seeking Justice in Guantánamo Bay. Nation, 336 blz. € 11,60

Wie in Guantánamo Bay een leguaan platrijdt, kan zes maanden gevangenisstraf krijgen. Het busje waarin Clive Stafford Smith, een Brits-Amerikaanse advocaat, eens van het beruchte gevangenenkamp naar zijn hotel werd vervoerd, kon een van die beesten nét ontwijken. De chauffeur, schrijft Stafford Smith in zijn boek Ferry to the Windward Side kreeg een berisping. ‘Dezelfde rechten als leguanen’ is de slogan waarmee Stafford Smith al jaren pleit voor een betere behandeling van de gevangenen in de War on Terror.

Sinds de opening van Guantánamo Bay, begin 2002, procedeert hij tegen de Amerikaanse overheid om de gevangenen het recht te geven zich te verdedigen. Na drie jaar werd hij eindelijk tot het kamp toegelaten. Zelfs deze doorgewinterde strafpleiter, geridderd door koningin Elizabeth, was verbaasd over wat hij aantrof. Bijna alle gevangenen die volgens de Amerikaanse president Bush als ‘vijandige strijders’ waren gearresteerd, bleken buiten Afghanistan te zijn opgepakt. 95 procent was door Pakistani aangehouden; zij verkochten Arabisch-sprekenden voor ‘zeven jaarsalarissen’. Van 92 procent van de gedetineerden is nooit een connectie met Al-Qaeda vastgesteld.

President Bush zei in 2003: „Het enige wat ik zeker weet, is dat dit slechteriken zijn.” Hoe meer gevangenen Stafford Smith sprak, hoe meer hij besefte dat daar wéinig slechteriken werden vastgehouden. De voornaamste misdaad van de meesten (onder wie 64 kinderen) is dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren. Wat moest een Britse chefkok in 2002 in Pakistan? Wat moest een Ethiopische vluchteling uit Londen genaamd Binyam Mohamed, in Islamabad? „Maar sinds wanneer”, schrijft Stafford Smith, „is het een terreurdaad daar te zijn?”

Mohamed werd door Pakistani gekidnapt. Toen hij ontkende chemische bommen te fabriceren, werd hij, naar zijn zeggen, achttien maanden in Marokko gemarteld. Hij bekende, zoals zovelen die net als hij messen in hun geslachtsdelen kregen. Later trok hij de bekentenissen in. Stafford Smith checkte details en noemt Mohameds versie ‘aannemelijk’. Zo zou Mohameds vrouw de Amerikanen van alles verteld hebben. Maar Mohamed heeft geen vrouw of vriendin. Zijn voor- én achternaam waren na jaren Guantánamo nog verkeerd gespeld.

De boodschap van dit boek is dat mensen alles bekennen als je ze martelt. Als ze vervolgens geen kans krijgen om hun onschuld te bewijzen, is er helemaal iets mis. Het boek bevestigt wat velen zo langzamerhand ook weten: Guantánamo en geheime Amerikaanse detentiecentra bestaan alleen omdat het Amerikaanse recht er niet geldt. Het enige proces dat deze gevangenen krijgen, is in absentia, voor de publieke opinie. Die wordt in de VS gedomineerd door de mensen die Guantánamo runnen. Als een kampcommandant op tv zegt dat de gedetineerden levensgevaarlijk zijn, hoor je niets van de andere kant.

Stafford Smith veronderstelt nogal wat bekend. Zijn insinuerende zinnen zijn soms irritant. Maar voor iemand die het meeste wat hij weet niet mag publiceren van de censor, is zijn conclusie overtuigend: als de Amerikanen zich in de War on Terror aan de wet hadden gehouden, hadden ze nu geweten wie hun vijanden waren. Door er een loopje mee te nemen, hebben ze zichzelf en hun kritiekloze bondgenoten in een juridisch en politiek moeras getrokken. Het zal lang duren om daar weer uit te komen. Daarom zou dit boek verplichte kost moeten zijn voor iedereen.