De verschrikkingen komen van gene zijde

Susan Hill: De vrouw in het zwart. Vertaald door Yolande Ligterink. Sijthoff, 202 blz. € 12,50

Het klassieke Britse spookverhaal is na de dood van M.R. James en Algernon Blackwood bijgezet in het mausoleum van uitgestorven literaire genres. Onvermijdelijk, want de beperkte ingrediënten van de Victoriaanse ‘ghost story’ werden door deze schrijvers zo effectief roergebakken dat er eigenlijk niets meer te schrijven overbleef. De bovennatuurlijke thriller ontwikkelde zich sindsdien tot de moderne horror van Stephen King en Neil Gaiman. Op een kleine oprisping na: in 1983 publiceerde thrillerschrijfster Susan Hill (De rand van het duister) de novelle The Woman in Black, sinds kort verkrijgbaar in Nederlandse vertaling. Het boek is niet meer dan een effectieve genre-oefening, maar daarom niet minder aardig.

Het verhaal begint in een klassieke setting, ergens begin 20ste eeuw. Een gezin schaart zich op Kerstavond na het avondmaal rond een knapperend haardvuur en begint spookverhalen op te dissen. De heer des huizes, de jurist Arthur Kipps, houdt zich afzijdig. Hij heeft in zijn jonge jaren werkelijk kennisgemaakt met de verschrikkingen van gene zijde en besluit zijn ervaringen, die hij op deze avond niet met zijn gezin durft te delen delen, dan maar te boek te stellen. Hij doet dat in de vorm van een dagboek, hetzelfde boek dat nu voor ons ligt, slechts te publiceren na zijn dood. Het is een prachtig ouderwets horrorcliché: het ‘gevonden dagboek’. Kipps verhaalt van zijn noodlottige tocht naar Eel Marsh House, een vervallen landhuis in de moerassen van Noord-Engeland, bereikbaar via een verhoogde weg die alleen bij eb begaanbaar is. Hij, werkzaam bij een Londense notariële firma, is erheen gestuurd om de nalatenschap van de oude weduwe Drablow af te wikkelen. De nuchtere Kipps moet hartelijk lachen om de bedekte waarschuwingen van de dorpelingen. Eenmaal gearriveerd bij het afgelegen huis, omgeven door eeuwige mist, het getij en krijsende meeuwen, maakt Kipps kennis met de horreurs van het hiernamaals: een in het zwart geklede jonge vrouw waart rond over het landgoed.

De ‘willful suspension of disbelief’, nodig om van dit soort verhalen te kunnen genieten, wordt door Hill succesrijk afgedwongen doordat ze weet waar het in het spookverhaal om draait: sfeer. Het desolate landschap, de afzondering, de indruk van dood en verval. Bij kaarslicht en in afzondering gelezen, levert De vrouw in het zwart een onbehaaglijke leeservaring op, ideaal voor een eenzame Kerst. De donkere gang naar de slaapkamer is na het dichtslaan van dit boek niet helemaal prettig. Wie de smaak te pakken heeft, vervoege zich vervolgens bij M.R. James en Algernon Blackwood.