De pick-up redde Verdi

Donald Sassoon: The Culture of the Europeans. From 1800 to the Present. HarperCollins, 1.656 blz. € 50,99

In een opslag in Troyes, in de Franse Champagne, lagen eens 443.069 boeken opgeslagen. Ze waren niet van amazon.com. Ze behoorden tot de inventaris van een Franse drukker, Étienne Garnier, die ze aan marskramers meegaf om ze in heel Europa op straat te verkopen. Die inventaris werd opgesteld in het jaar 1789.

Dit soort opmerkelijke historische feiten is in overvloed te vinden in het ontzagwekkende The Culture of the Europeans van de Britse historicus Donald Sassoon. Over de culturele identiteit van Europa wordt vaak een hoog-ideologisch debat gevoerd. Gepalaver over wat Europees is en wat niet, begint bij de oude Grieken en eindigt tegenwoordig met de vaststelling dat Turkije wél dan niet bij Europa hoort.

Aan die debatten wordt voorbijgegaan door Sassoon, die eerder het al even encyclopedische en veelgeprezen One Hundred Years of Socialism schreef. Wat hij wil beschrijven is ‘de geschiedenis van de enorme expansie van de culturele consumptie in de laatste tweehonderd jaar’. Zijn boek gaat over vraag en aanbod, ofwel over de maatschappelijke en economische kant van de cultuur. Hij behandelt daarbij zo ongeveer alle culturele uitingen van de Europeanen, behalve de beeldende kunsten. Het speculatieve karakter van die markt, schrijft hij, zou een verhaal apart zijn.

Marskramers

Sassoon begint zijn relaas ruim vóór 1800. Dat duizenden marskramers al voordien het continent doortrokken met religieuze boeken, kookboeken, almanakken, schelmen- en keukenmeidenromannetjes, kinderboeken en ‘serieuze literatuur’, laat zien dat er ook in de vroeg-moderne tijd al een Europese cultuurmarkt bestond. Zo nieuw is onze global village dus niet. Dat dit voor de elite gold, die altijd Europees werd opgevoed en ‘internationaal’ trouwde, was bekend. Maar ook het minder gefortuneerde volk, schrijft Sassoon, kon aan zijn trekken komen. Alle boeken die enig succes hadden, werden door drukkers als Garnier in Troyes meteen vertaald, ingekort en aan de marskramers meegegeven. Die verkochten hun waar van Athene tot Glasgow.

Eind 18de eeuw stagneerde deze handel weer. Nationale staten kregen een dominantere rol. Centrale regeringen probeerden greep te krijgen op de culturele consumptie van de massa. Er kwam censuur. Omdat elk land zijn eigen wetgeving kreeg, en marskramers en drukkers jaren de gevangenis in moesten als ze die overtraden, ging de informele Europese boekenmarkt grotendeels ter ziele.

Sassoon beschrijft al deze ontwikkelingen chronologisch en levendig, zonder veel commentaar. Zo leren we dat grote landen cultureel provincialer zijn dan kleintjes, behalve op muziekgebied. De Londense en Parijse opera werden groot dankzij Italiaanse componisten, die overigens altijd niet-Italiaanse verhalen gebruikten. Andere prikkelende stellingen van Sassoon zijn onder meer dat proletarisch theater het proletariaat maar zelden heeft aangetrokken; dat de radio de fundamenten van de natiestaat heeft versterkt omdat ze werd gecontroleerd door regeringen; en dat mensen altijd bang zijn geweest dat nieuwe verspreidingsmogelijkheden voor cultuur de oude zouden vernietigen.

Zo waren muzikanten als de dood voor de grammofoon en de radio. Maar volgens Sassoon hadden ze niets te vrezen – integendeel: ‘Wat Verdi, en meer in het algemeen de Italiaanse opera, heeft gered, was de uitvinding van de grammofoon. Zo kwamen er meer luisteraars. Platen gaven sterzangers meer bekendheid dan ooit tevoren.’ Mensen hoefden niet meer naar concerten, maar ze gingen toch steeds vaker. Ze wilden zangers zien met wie ze thuis meezongen.

Tv-kanalen

Op dezelfde manier behandelt hij de angst van theatermakers en schrijvers voor de opkomst van tv en inmiddels internet. Volgens hem is hun vrees alweer ongegrond. Er zijn zoveel tv-kanalen en websites dat het afzetgebied van schrijvers, acteurs en anderen juist exponentieel toeneemt. Ook verkopen boeken beter dan ooit en krijgen oudere boeken een kans op een tweede leven op internet. Sassoon probeert het aan te tonen met pagina’s vol cijfers. Geen wonder dat hij tien jaar over dit boek heeft gedaan.

Toch behandelt hij het huidige tijdperk summier. Hoe het verder moet, nu ook de tv niet langer een gemeenschappelijk publiek domein is en steeds verder fragmenteert in kanalen voor verschillende doelgroepen, lezen we niet. En wanneer komt de rol van de pers als pijler van de democratie in gevaar, als de commercie nog meer de inhoud gaat bepalen? Om deze vragen gaat Sassoon met een boog heen.

Dat is jammer. Hoe nuttig het ook is om zijn enorme werkstuk door te ploegen, het blijft toch een verzameling weetjes. Sassoon is niet zozeer een omgevallen boekenkast, als wel een ingestorte bibliotheek. Waar hij de lezer heen wil sturen met zoveel informatie, is niet altijd duidelijk. The Culture of the Europeans is daardoor eigenlijk geen boek om van a tot z te lezen, geen diepgravend werk dat nieuw inzicht verschaft. Maar als naslagwerk is het buitengewoon onderhoudend.