De leraar blij maken lukt Plasterk niet

De Kamer debatteerde gisteren over de begroting onderwijs. Minister Plasterk komt in actie om de ‘mamoettanker de juiste kant op te sturen’.

Daar stond hij dan, minister Plasterk (Onderwijs, PvdA), de eerste bewindspersoon in jaren die toegaf dat het niet goed gaat met het Nederlandse onderwijs. En hoe. Na tien maanden als minister van Onderwijs om zich heen te hebben gekeken, somde Plasterk gisteren in het parlementaire begrotingsdebat over zijn ministerie een indrukwekkende lijst tekortkomingen op.

De prestaties van Nederlandse leerlingen in internationale onderzoeken vertonen een neergaande trend. Er zijn problemen met rekenen en taal, vooral op de pabo. Studenten worden niet voldoende uitgedaagd. Van de 7.000 basisscholen zijn er 100 zeer zwak. Er zijn te veel schoolverlaters. De schaalvergroting is te ver doorgeschoten. De leraar is ondergesneeuwd. De onderwijsvernieuwingen zijn niet altijd goed voor kwetsbare leerlingen. En er is te veel aandacht voor competenties in plaats van voor kennis.

In zijn probleemanalyse vertoont Plasterk een radicale breuk met zijn voorgangster, Maria van der Hoeven (CDA). Zij heeft de problemen nooit op deze manier benoemd. Maar Plasterks oplossingen zijn deels dezelfde – het mantra „geen stelselherzieningen” klinkt al enige tijd vertrouwd. Grote hogescholen en het vmbo blijven bijvoorbeeld intact.

In Plasterks visie kun je in vier jaar niet „een gedurende dertig jaar van koers geraakte mammoettanker” de juiste kant op sturen, maar hij komt wel in actie. De leraar staat centraal, er wordt sneller ingegrepen bij slecht presterende scholen, er komt meer nadruk op basisvaardigheden van leerlingen, op „eindtermen en eindtoetsen”.

Meest in het oog springend is zijn Actieplan Leraren, waarin Plasterk 1,1 miljard euro uittrekt ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden van leraren. Coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie en oppositiepartij SGP prezen de minister gisteren voor zijn inspanningen.

Bij de andere partijen bleven de complimenten grotendeels uit. Daarmee vertolkten ze de mening van de vakbonden, die allesbehalve tevreden zijn met de door Plasterk aangedragen positieverbetering van de leraar. Vandaag overlegt de minister met de leraren, om een dreigende staking op het Haagse Malieveld te verijdelen. De leraren vinden dat ze blij worden gemaakt met geld dat toch al op de onderwijsbegroting stond. Plasterk ontkent dat.

Ook de Kamer discussieerde gisteren intensief over de vraag of een bepaalde post nou van de onderwijsbegroting of van het ministerie van Financiën kwam. Of de oudere leraar er nou op voor- of op achteruit gaat. Of de werkdruk wel voldoende afneemt. En over de belangrijkste vraag: of het geld wel bij de leraar terechtkomt.

Plasterk moet nog onderhandelen met leraren én de scholen over zijn actieplan. Zelf vindt de minister dat er niet te onderhandelen valt over deelmaatregelen, zoals het afschaffen van vrije dagen voor oudere leraren of de collegegeldverhoging voor studenten. Maar instemming van de bonden is noodzakelijk, aangezien Plasterks maatregelen ingrijpen in de cao. „We willen eigenlijk hetzelfde”, luidde Plasterks commentaar op zijn getroebleerde verhouding met de leraren.

Niet voor het eerst kwam Plasterk het hevigst in aanvaring met SP-Kamerlid Jasper van Dijk. Volgens de parlementariër doet de minister aan „pappen en nathouden”. Plasterk repliceerde dat het Van Dijk er alleen maar om te doen is om het Malieveld vol te krijgen.

Een motie van Martin Bosma (PVV) deed de gemoederen – zoals gewoonlijk – oplaaien. De parlementariër uit de partij van Geert Wilders stelde voor om bewindspersonen te verplichten hun kinderen op zwarte scholen te plaatsen, „zodat multiculturalisten ook eens ervaren wat dat betekent”.

Vooral D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold reageerde emotioneel. Hij noemde het voorstel „verachtelijk”, omdat het gaat over het privéleven van politici. Op de SP na toonden ook de andere partijen hun verontwaardiging.

De in Rotterdam geboren staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA) vertelde de Kamer dat ze „Rotterdams aan de slag” wil gaan. Om het aantal voortijdig schoolverlaters te verlagen, stelt ze een experiment in: op een aantal scholen kunnen vmbo-leerlingen zonder examen doorstromen naar het mbo-niveau 2. Een meerderheid van de Kamer reageerde niet erg enthousiast. Staatssecretaris Dijksma werd gekapitteld omdat ze niet elke basisschool een conciërge kon beloven.

Over veel plannen van de drie bewindslieden wordt de Kamer „in het voorjaar nader geïnformeerd”. We krijgen het nog druk in het voorjaar, zo vatte VVD-parlementariër Ineke Dezentjé Hamming de voortslepende onderwijsdiscussie treffend samen.