De dood als een meisje van vijftien

Tanneke Wigersma: Mijn laatste dag als genie. 12+. Querido. 133 blz. €12,95

Tanneke Wigersma: Mijn laatste dag als genie. 12+. Querido. 133 blz. €12,95

Hoofdpersonen in kinder- en jeugdboeken sterven zelden. Als het al gebeurt doen de schrijvers veel moeite om de dood acceptabel te maken. Alleen daarom al is Mijn laatste dag als genie van Tanneke Wigersma een verfrissend boek. Niet alleen is hierin de dood van de hoofdpersoon zelfgekozen – een unicum in de Nederlandse jeugdliteratuur – Wigersma werkt dit harde gegeven ook nog eens weinig zoetsappig uit.

Meije is een nogal in zichzelf gekeerd meisje, dat al sinds haar kleutertijd is bevriend met de extraverte Fay. Ze doen samen meisjes-van-vijftien-dingen totdat Meije vrij plotseling sterft aan een slopende ziekte. Fay leest vervolgens het geheime dagboek van Meije, waarin de laatste een soort scenario voor haar eigen dood schrijft.

Wigersma is een getalenteerd schrijfster. Zo schetst zij in Meijes ouderlijk huis trefzeker de gebruikelijke sfeer van doelloosheid voor de uitvaartplechtigheid. ‘Het klarinetconcert in A van Mozart hangt als een guirlande over hun routineuze bewegingen’. Heel knap verwoordt Wigersma het verlangen van een meisje dat een goed leven heeft en toch dood wil. ‘Ik dacht... kan het ook zijn dat je helemaal geen lichaam wilt zijn?’, schrijft Meije in haar dagboek: ‘Je lijkt een lichaam, maar je bent angst’.

Toch is Mijn laatste dag als genie als geheel niet geslaagd. Dat komt vooral door de compositie, waarbij de eerste helft Meijes laatste dagen beslaat en de tweede helft het lezen van het dagboek. De onthullingen in de dagboekfragmenten geven de gebeurtenissen in het eerste stuk achteraf wel betekenis (o, dat was dus de laatste keer), maar het winkelen, roken en zoenen met jongens blijft zouteloos.

De lezing van Meijes dagboek laat Fay en de andere nabestaanden in verbijstering achter, met een mooie apotheose tijdens de uitvaart. Maar veel meer dan verbijstering en woede wekt het dagboek niet. In het briljante Gebr. (1996) van Ted van Lieshout leest de hoofdpersoon in het dagboek van zijn dode broertje en dat zet zijn hele leven op zijn kop. Fay blijft bij lezing van Meijes dagboek het vlakke ‘gothic’-meisje dat ze was.

Alle personages blijven hun onveranderlijke zelf; het overvloedige gebruik van songteksten (Rammstein) en poëzie (Neeltje Maria Min) lijkt een vergeefse kunstgreep om hun enige kleur te geven. Alleen de broer, met wie Meije een haat- liefdeverhouding heeft, krijgt enig reliëf. De levensmoeheid van Meije, die goed is verbeeld, heeft helaas ook de ziel van dit interessante boek aangetast.