De cabaretpolitie is helaas nog niet uitgestorven

Ze zaten met de handen in het haar, de commissieleden die in 1979 de deelnemers moesten selecteren voor het ook toen al gerenommeerde cabaretfestival Cameretten. Een van de velen die zich hadden aangemeld, was een jongeman die Herman Finkers heette. De commissie had een optreden van hem bijgewoond en zich gek gelachen. Maar was dat nog wel cabaret? Volgens de normen van die tijd moest cabaret per se geëngageerd zijn, en liefst ook blijk geven van literaire verfijning. Terwijl deze jonge Twent alleen maar grappen maakte.

Na lang delibereren mocht Finkers toch meedoen. Prompt kreeg hij de publieks- en de persoonlijkheidsprijs. Alleen de grote juryprijs ontging hem. De uit cabaretpuristen bestaande jury bekroonde liever het duo Dabaret Salu. Pardon? Ik heb Dabaret Salu nooit gezien, maar het stond destijds te boek als cabaret met dadaïstische inslag. De makers, Sam Bogaerts en Lucas Vandervorst, zijn later baanbrekende toneelregisseurs geworden. Finkers speelt dit seizoen zijn mooiste programma ooit.

Een verhaal uit de oude doos? Dat dacht ik. Alle amusement dat enige intelligentie verraadt, tooit zich tegenwoordig met het woord cabaret. Geen mens maakt zich nog druk over de vraag of dat wel terecht is. De oude definitie heeft afgedaan. Nog nooit is het cabaret zo veelzijdig geweest.

Maar de cabaretpolitie blijkt toch nog niet helemaal uitgestorven. Kees Torn, die laatst de Poelifinario voor het beste cabaretprogramma van het seizoen in ontvangst mocht nemen, zei zaterdag in de Volkskrant dat er eigenlijk maar een paar „echte volbloed cabaretiers” bestaan. „In mijn definitie is een cabaretier een schrijver die iets kwijt moet,” verklaarde hij. De rest hoort er volgens Torn niet bij. Hij noemde voorbeelden: Jenny Arean niet en Plien & Bianca evenmin. De soliste en het duo gingen deze week alle drie in première, dus dat is makkelijk controleren.

Jenny Arean in concert is een liedjesprogramma. Zelf schrijft ze inderdaad geen teksten. Maar wat ze zingt, wordt - op haar initiatief - geschreven door George Groot, Ivo de Wijs en Jurrian van Dongen die tot de beste cabaretauteurs van het land behoren. Veel andere opdrachten voor losse nummers krijgen deze schrijvers niet. Sinds het afscheid van Adèle Bloemendaal en Jasperina de Jong zijn er nauwelijks meer artiesten op dit niveau, die hun repertoire door derden laten schrijven. Alleen al daarom verdient Jenny Arean alle cabaretprijzen die er zijn.

Plien van Bennekom en Bianca Krijgsman zijn daarentegen doe-het-zelvers, die op het eerste gezicht louter idiotie te bieden hebben. Maar hun nieuwe programma Wie dan allemaal gaat wel degelijk een beetje dieper en is schrijnender dan die zotte buitenkant. Dat zou je dus heel goed cabaret kunnen noemen. Sterker nog: een betere genre-aanduiding zou ik niet weten.

Kees Torn kent, behalve zichzelf, maar drie echte cabaretiers: Jeroen van Merwijk, Maarten van Roozendaal en Herman Finkers – dezelfde dus, die anno 1979 geen cabaretier mocht heten. Definities zijn vaak onzin.