Dappere Dieren

Een pad foto Reuters A cane toad sits still on a rock at Taronga Zoo in Sydney on March 8, 2002. Battling the cane toad has become an obsession for hundreds of Australians waging personal wars against the imported pest which kills thousands of native frogs, snakes, lizards and birds every year as well as domestic pets. NO RIGHTS CLEARANCES OR PERMISSIONS ARE REQUIRED FOR THIS IMAGE REUTERS/Tim Wimborne TO ACCOMPANY FEATURE STORY AUSTRALIA-TOADS TBW/JD REUTERS

Gewone kruipende padden zijn wonderdieren. Lees dit goed, en denk hieraan als je weer eens een pad tegenkomt.

In 1865 waren steenhouwers aan het werk in Hartpool (Engeland). Op acht meter diepte hakten ze een stuk zandsteen uit, en dat braken ze doormidden. Er bleek een pad in verborgen te zitten. Het dier sloeg zijn ogen op, en hobbelde weg, verbijsterd nagekeken door de mannen.

Een pad in steen – in een kleine, keiharde gevangenis, zonder voedsel, zonder water en zonder verse lucht. Er zijn honderden van dit soort voorvallen geregistreerd. Hoe lang heeft zo’n pad dan opgesloten gezeten? In de muren van een huis (waar dit ook is gebleken) toch zeker minstens twintig jaar. En in zo’n steen in de aardkorst? Misschien wel honderden jaren. Maar hoe kón zo’n pad dit overleven?

In 1771 was er een Fransman die dit wilde weten, ene meneer Herissant. Hij sloot drie padden in steen. Pas in 1774 maakte hij die stenen weer open. Twee padden hadden het overleefd – de derde was dood.

Wat deed nu deze griezelige Herissant? Hij metselde die twee slachtoffers opnieuw in! Niet lang daarna ging hij zelf dood en dat was het einde van het experiment.

Dit alles slaat mij met stomheid. Ik heb wel eens vastgezeten in een lift, en dat was een benauwd kwartiertje. Maar padden zien dat anders. Die zijn slimmer. Die doen een slaapje, en ze dromen van vrijheid, van vliegen, van de eerste lenteregen…

Daan Remmerts de Vries