Concreet zijn, dat is niets voor Rinus

Hans Vervoort: Het Bedrijf. Deel 1: Opwinding. Nijgh & Van Ditmar, 446 blz. € 22,50

Van 1975 tot 2000 werkte Hans Vervoort (1939) bij de Weekbladpers, de uitgever van tijdschriften als Vrij Nederland, Opzij en Voetbal International. Hij werkte er op kantoor: eerst als marktonderzoeker en daarna als adjunct-directeur. In de nachtelijke uren schreef hij romans, verhalen en reisboeken, zoals Vanonder de koperen ploert (1975) en Zwarte rijst (1977), over zijn Indische jeugdjaren.

Nu, zeven jaar na zijn afscheid, was het blijkbaar tijd voor een evaluatie. Opwinding is het eerste deel van Het Bedrijf, een driedelige romancyclus over zijn ervaringen bij de Weekbladpers. Dat mag saai klinken, maar het is geweldig leuk om te lezen: een vlotte opeenvolging van korte, psychologische portretten, kleine of grotere bedrijfsongevallen en sappige anekdotes. Zelfs de boekhoudkundige passages laten zich goed lezen. Vervoort is geen gezellige prater, maar een prettig afstandelijke verteller, die onderkoeld zijn verhaal doet over de belevenissen van hoofdpersoon Hans. Een enkele keer wordt hij venijnig, maar meestal is zijn toon ironisch tot droog.

Vervoort vereeuwigt in Het Bedrijf de Weekbladpers, zoals J.J. Voskuil in Het Bureau het P.J. Meertensinstituut vereeuwigde. Het verschil met Voskuil is dat Vervoort zich iets minder op de personen richt en iets meer op de bedrijfscultuur. Zijn observaties zijn wat zakelijker van aard, al geeft hij vaak verrassende karakteriseringen. Over Theo Sontrop, de vroegere directeur van De Arbeiderspers, merkt hij bijvoorbeeld op dat hij ‘een kleine, met weinig zorg gebouwde man’ was. Over de toenmalige hoofdredacteur van Vrij Nederland, Rinus Ferdinandusse, heet het dat hij zich niet graag tot concrete uitspraken liet verleiden. ‘Hans had van anderen gehoord dat Rinus ze soms wel deed, maar nooit op verzoek, altijd op onverwachte momenten, gevolgd door een vreemd hol gelach of een klap op tafel die toch weer twijfel zaaide aan de ernst van de mededeling.’

Vervoort trad in dienst van de Weekbladpers in een turbulente periode. In 1975, een jubileumjaar, ging het nog goed met het bedrijf. De oplagen van Vrij Nederland en Voetbal International waren hoger dan ooit. In weerwil van het linkse, arbeideristische imago werd het jubileum met veel vertoon gevierd, met oesters en kaviaar. Later klinkt er in Opwinding toch vooral zorgelijkheid door. Tussen 1981 en 1985, zo becijfert Vervoort, liep de oplage van Vrij Nederland terug met 20.000 exemplaren. En er kwam 2 miljoen minder binnen aan advertentieinkomsten.

Een andere komische rode draad wordt gevormd door het overdemocratische en daardoor stuurloze karakter van het bedrijf. Dat levert fikse botsingen op tussen de directieleden en de eigenzinnige mensen op de werkvloer, met verrassend genoeg vaak nadelige gevolgen voor de hogergeplaatste, schrijft oud-directeur Vervoort. ‘Bij de Weekbladpers was je als chef kwetsbaarder dan als ondergeschikte.’ Eigenlijk vormt hoofdpersoon Hans de enige constante factor in het verhaal, dat van de conflicten aan elkaar hangt. Hans is niet alleen een trouwe huisvader, maar ook een doortastende, alerte werkkracht. Hij blijft het liefst op de achtergrond, maar wordt door anderen steeds naar voren geschoven wegens zijn grote kennis van zaken. Tussen de bedrijven door rijst een sympathiek portret op van een geremde man met zwakke zenuwen. Hij houdt niet van zakenlunches en -diners. Hij gaat ‘voor geen goud’ naar het Boekenbal. Hij haat spreken in het openbaar en weigert voor te lezen uit eigen werk. Hij houdt niet van telefoneren, omdat hem dat te intiem is. ‘Het idee dat je eigenlijk oor-aan-oor stond met iemand anders maakte hem licht onpasselijk.’

Om een roman te kunnen schrijven moet hij zijn innerlijke, al te zelfkritische stem tot zwijgen brengen. Dat doet hij met behulp van veel bier: zijn ‘schrijfbenzine’. Hij stelt opgelucht vast dat de teksten die hij onder invloed van deze benzine schrijft er toch vooral nuchter uitzien. Nuchter, maar ook bijzonder geestig, dit meerjarenverslag van een weerbarstig bedrijf.