Brandstof voor China’s groei

China beschouwt Iran als een strategische partner. Teheran levert de brandstof voor de Chinese groei. Dat verklaart de terughoudende opstelling van Peking in de Verenigde Naties.

Halverwege de zesbaanssnelweg tussen Nanking en Shanghai (265 kilometer) ontstaan al wekenlang iedere nacht files door kruipend vrachtverkeer dat wil afslaan om te tanken bij het immense Sinopec-station. Bij het tankstation wordt op een ijskoude nacht duidelijk waarom China geen enkele haast heeft met een derde VN-resolutie tegen Iran.

„Ik mag maar maximaal 20 liter per keer tanken’’, vertelt Fu Zhang, een chauffeur van het expeditiebedrijf DHL, tijdens een nachtelijke pitstop. Die 20 liter diesel is ruim voldoende om de internationale luchthaven van Shanghai te halen, maar op de terugweg naar Nanking moet hij opnieuw tanken. „Tijdverspilling”, vindt Fu. Op de terugweg moet hij weer een paar uur in een file staan, terwijl hij met een volle tank een paar keer heen en weer kan van Nanking naar Shanghai.

Sinopec, het grootste raffinagebedrijf in China, tracht met dit soort lapmiddelen vraag en aanbod van diesel op elkaar af te stemmen. De vraag stijgt ieder jaar als gevolg van de economische groei (ruim 11 procent in 2007), maar het aanbod verloopt stroef. In de provincies Anhui, Zheijang en Guangdong hebben de tekorten a; geleid tot relletjes.

De olieraffinaderijen werken op topcapaciteit, maar kunnen de vraag in het industriële hartland van China nauwelijks aan. Uit Peking heeft Sinopec deze maand opnieuw opdracht gekregen maatregelen te nemen om te voorkomen dat het bedrijfsleven, de vrachtvervoerders in het bijzonder, hinder ondervindt van de tekorten.

Behalve dat Sinopec nieuwe raffinaderijen gaat bouwen, zal ook de aanvoer van ruwe olie verruimd worden. En daartoe zijn deze week in het tijdsbestek van enkele dagen contracten getekend met Iran.

In de week dat Amerikaanse, Chinese, Europese en Russische ambassadeurs zich bij de VN in New York opnieuw – en zonder resultaat – bogen over de ontwerptekst voor aangescherpte sancties tegen Iran (wegens diens uraniumverrijking), tekenden Sinopec twee contracten: een over de exploitatie van de olievelden van Yadavaran en gisteren een over een verdrievoudiging van het aantal vaten (tot 400.000) dat Iran volgend jaar aan China zal leveren.

Mochten er nog twijfels zijn over de houding van China jegens Iran, dan werden die gisteren in New York weggenomen door China’s ambassadeur bij de VN, Wang Guangya. Hij zei dat zijn land na de recente publicatie van het Iranrapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten in de mening is gesterkt dat alleen diplomatiek overleg ertoe kan bijdragen dat Iran de opbouw van een nucleaire industrie staakt.

Voor China is Iran een belangrijke leverancier van olie en gas, en dat belang zal alleen maar toenemen. „De regering heeft van stabiele leverantie van energie een prioriteit gemaakt. Dit is een strikt commerciële zaak en geen politieke kwestie”, zegt Gu Li Ping, woordvoerster van het bureau van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in Shanghai.

Zij zegt dat de Verenigde Staten de olievoorraden van Saoedi-Arabië monopoliseren en dat China daarom contracten tekent met landen als Iran en Angola. Chinese ministers van Buitenlandse Zaken en van Energie brachten vorige maand bezoeken aan Teheran en lieten zich omhelzen door president Ahmadinejad.

Dat China niet van plan is zich te bemoeien met wat wordt beschouwd als ‘ Iraanse binnenlandse aangelegenheden’, blijkt ook uit de berichtgeving in alle Chinese media. Buitenlands nieuws is een verlengstuk van de diplomatieke prioriteiten van Peking en daarom wordt het Iraanse regiem in de de kranten en op televisie met zijden handschoenen aangepakt.

De Amerikaanse, Britse en Franse argumenten om ondanks het rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten de druk op Iran verder op te voeren, worden alleen in zeer algemene bewoordingen gemeld. „Dat is logisch, want Iran is een strategische partner van China’’, zegt Gu Li Ping.