Bomen in een krant

Krantenpapier wordt gemaakt uit hout. Een serie over bekende en onbekende bomen.

Hoeveel bomen gaan er in een krant? Om deze vraag te beantwoorden, moet je eerst weten hoeveel papier er in een krant gaat. Dat werd me verteld door Ben Drees, belast met de papieradministratie van PCM Grafische Bedrijven Rotterdam. Als we ons tot één krant (NRC Handelsblad) en één dag in de week (vrijdag) beperken – pakweg 47 ton.

Voor de vraag waar dit papier vandaan komt, werd ik doorverwezen naar de directeur van het bedrijf, Frans Beun. „Noord-Europa”, zei hij. „Incidenteel Amerika of Canada. Rusland en Oekraïne zijn voor ons nieuwe toetreders.”

Krantenpapier bestaat uit een combinatie van recycling en verse vezel. Op de drukkerij in Rotterdam is de verhouding 70-30. In andere bedrijven waar deze krant wordt gedrukt, is het percentage verse vezel lager of zelfs nul. Dat hangt af van het aanwezige machinepark.

„En in China”, schoot Beun te binnen, „worden ook uiterst moderne papierfabrieken neergezet.” Ook daar grotendeels op basis van recycling.

„Merkwaardig”, zei ik. „Ik zie de Chinezen toch niet als grote inzamelaars van oud papier.”

„Dat voeren ze in”, zegt Beun. „Er gaat allemachtig veel oud papier naar China.” En op de vraag hoe dat nou rendabel kan zijn: „Ze brengen hier van alles in containers. Om te zorgen dat die niet leeg terug hoeven, schijnen ze ook van alles weer mee te nemen.”

Toen ik begon over de prijzen van papier, wou hij alleen nog kwijt dat de onderhandelingen liepen. Toen ik zei dat de houtprijzen naar mijn weten stijgen, zei hij een tijd niets. Daarna: „Ik hou wel van stilte.”

„Ik ook”, zei ik. „Vooral als ik in het bos loop.”

Goed, hoeveel bomen gaan er in 47.000 kilo papier? Het antwoord kwam van Suzanne van Vlerken van Norske Skog Parenco in Renkum. Gaan we uit van honderd procent verse vezel en dunningsstammen met een diameter van 18 cm – 380 bomen. Nogmaals: voor één krant op één dag.

Parenco is de enige producent van krantenpapier in Nederland, de voortzetting van het aloude Van Gelder. Niet toevallig in Renkum. De Veluwe is altijd het centrum van onze papierindustrie geweest – hout en stromend water in overvloed.

Honderd procent verse vezel, zei ik zo-even. Maar dat is ook bij Parenco niet het geval. Hun papier bestaat voor 80 procent uit oud-papier. Dus dat begint in een loods waar je een voetbalwedstrijd zou kunnen spelen. Eerst moet het karton eruit, karton is alleen geschikt voor karton. Dan de nietjes en alles wat zoal in papier verpakt wordt weggegooid – van bierblikjes tot spijkerbroeken. Dan een eindeloos proces met water, steeds weer verdunnen en indikken, om die papiermassa te reinigen van inkt- en lijmresten. Tot de gewenste pulp. Alleen deze productielijn is al een straat lang.

De tweede lijn begint op het houtveld. Daar liggen bergen chips, afval van zagerijen, en stapels stammen, die ter plaatse worden verchipt. Parenco werkt nog uitsluitend met vurenhout (fijnspar), afkomstig uit eigen land en buurlanden. Concurrerende bestemmingen: stookhout, persplatenhout of kisthout. En inderdaad, de prijzen stijgen, soms ook door omstandigheden van tijdelijke aard – een zachte winter bijvoorbeeld, dan kunnen in Noorwegen de arbeiders niet het bos in met hun voertuigen en machines.

Overigens stijgen ook de prijzen van oud papier. Dat de productie van pulp van verse vezel duurder is dan van oud papier, komt vooral doordat er meer energie voor nodig is.

Ten slotte worden beide soorten pulp in de juiste verhouding gemengd en begint het eigenlijke papiermaken, opnieuw in productielijnen van een straatlengte. „We draaien”, zei Suzanne van Vlerken, „twaalfhonderd meter per minuut op een breedte van achtenhalve meter.”

Nog twee opmerkingen. Eén: ook oud papier heeft een achtergrond van hout. Twee: er is een grens aan de bruikbaarheid van oud-papier; elke ronde wordt de vezel korter, het papier slapper; een zekere toevoeging van verse vezel blijft nodig. Je kunt kortom niet over het leven van bomen schrijven (of lezen) zonder dat er bomen sneuvelen.

Koos van Zomeren