Bluf van Balkenende

De Tweede Kamer staat aan de vooravond van een cruciaal debat met het Kabinet over het voornemen om de Nederlandse missie in Uruzgan te verlengen. Die kwestie is op zichzelf al complex genoeg. Maar het debat is de afgelopen week belast met twee extra factoren. Het gaat om geloofwaardigheid van de minister-president en de eenheid binnen het kabinet. Het stuntelige optreden van Balkenende deze week in het parlementaire vragenuur was een weinig vertrouwenwekkende voorbode.

Tijdens het vragenuur kwam vast te staan wat eerder al bleek uit de woorden van oud-minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) in deze krant. Namelijk dat hij door Balkenende onder druk is gezet om zijn twijfels over de oorlog in Irak terug te nemen. Dinsdag zei de premier: „Ik heb hem (minister Bot, red.) gebeld en ik heb hem als premier gezegd dat ik hem aansprak op zijn verantwoordelijkheid voor het kabinet en voor de eenheid van kabinetsbeleid en voor de consistentie en visie daarin.”

Dat was dus een dreigement van Balkenende aan Bot dat hij de oorzaak zou kunnen zijn voor de val van het kabinet. De eerdere reactie van de premier dat Bot maar had moeten aftreden komt daarmee wel in een schril daglicht te staan. Dat Balkenende de Irak-oorlog op één lijn stelde met zijn binnenlandse sociaal-economische hervormingsagenda is een enormiteit. En bovenal weet iedereen nu waartoe de politicus Balkenende in staat is als zijn politieke prestige op het spel staat. De Tweede Kamer moet daarmee rekening houden als de premier komende week komt met verzekeringen dat de missie in Uruzgan in 2010 definitief ten einde is.

Voor het uitzenden van troepen op een risicovolle missie in het buitenland streeft het kabinet steeds naar een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Op dit moment is niet eens zeker of het kabinet wel eensgezind is over het doel van de missie.

Dat net nu ook bekend wordt dat vicepremier Bos (PvdA) een afspraak heeft met RTL Z om zich vanaf volgende maand wekelijks te laten interviewen, net als de premier, is op zijn minst ongelukkig. Dit is bewijs te meer dat de politieke leiders van CDA en PvdA, een jaar na de verkiezingen, doorgaan met campagne voeren. De minister van Financiën doet er goed aan zijn beleid regelmatig met journalisten te bespreken. De vorm die nu gekozen wordt, leidt onnodig maar onherroepelijk tot ongelukken.

De Tweede Kamer heeft intussen deze week de gelegenheid niet gegrepen om de minister-president grondig te onderhouden over het verlies van geloofwaardigheid. SP-leider Marijnissen was terecht verontwaardigd tijdens het vragenuur over de denigrerende toon van Balkenende. Het parlementair onderzoek naar de redenen voor de Nederlandse regering om de oorlog tegen Irak „politieke steun” te geven moet er komen. Marijnissen zelf zal zelf initiatieven moeten nemen die verder gaan dan meeliften op mondelinge vragen van GroenLinks.