Bloeiende lotus in Gujarat

In het Indiase Gujarat bloeit de economie. Maar religieus geweld ligt steeds op de loer.

De deelstaatverkiezingen deze week zijn een testcase voor de landelijke politiek.

De campagnes voor de verkiezingen in de West-Indiase deelstaat Gujarat gingen over economie, maar kregen alsnog een religieuze lading. Met venijnige uithalen probeerden eerste minister Narendra Modi (van de hindoenationalistische BJP), en Sonia Gandhi, leidster van de Congrespartij, een wending te geven aan de laatste peilingen, waarin zij redelijk gelijk opgingen.

Maandag mochten 18 miljoen kiezers naar de stembus, zondag volgt de andere helft. Zowel voor de landelijk regerende Congrespartij als voor de BJP, die in 2004 verrassend de macht in New Delhi verloor, is de uitslag in de deelstaat belangrijk. De BJP kampte met zwak leiderschap en wil met winst in Gujarat, waar Modi de laatste twee verkiezingen met overmacht won, zelfvertrouwen herwinnen voor de landelijke verkiezingen in 2009.

De Congrespartij kan winst in de industrieel belangrijke en welvarende deelstaat goed gebruiken. De landelijke verkiezingen zouden weleens vervroegd kunnen worden wegens de politieke crisis om het nucleaire akkoord dat de regering wil sluiten met de VS. De communistische bondgenoten van de Congrespartij in het parlement dreigen daarom hun steun aan de regering in te trekken.

Vriend en vijand erkennen dat onder Modi (57) de economie sterk groeit en de corruptie relatief laag is. Maar hij is omstreden wegens de rellen in 2002 waarbij in enkele weken tussen duizend en tweeduizend moslims door extremistische hindoes werden afgeslacht in een uitbarsting van haat en sadisme. Aanleiding was de dood van 59 hindoepelgrims bij een brand in een trein op het station van Godhra, die volgens veel hindoes het werk van moslims was. Modi is ervan beschuldigd dat hij de bendes die willekeurige moslims verminkten, verkrachtten en vermoordden, hun gang heeft laten gaan. Slechts acht daders zijn veroordeeld, tweeduizend zaken lopen nog.

Het weekblad Tehelka publiceerde vorige maand bekentenissen van hindoes die hadden deelgenomen aan de moordpartijen en van BJP-politicus Haresh Bhatt, die verklaarde dat Modi hun drie dagen de tijd had gegeven om „te doen wat we konden” en ze daarna opdracht gaf te stoppen. Modi voelde zich slechts uitgedaagd. „Hoe meer drek je naar de lotus (het BJP-symbool) smijt, hoe meer die zal bloeien”, zei hij onlangs.

Anders dan in de vorige campagne wilde Modi zich nu niet richten op de superioriteitsgevoelens van veel BJP-aanhangers ten aanzien van moslims, maar op zijn economische successen. Uiteindelijk hield hij dat niet vol en beschuldigde hij de Congrespartij ervan niet streng genoeg op te treden tegen islamitische ‘terroristen’. Vorige week raakte hij in de problemen toen hij de moord op een islamitische crimineel en diens echtgenote vergoelijkte. De verkiezingscommissie vroeg hem om tekst en uitleg, omdat hij mogelijk de gedragscode voor de verkiezingen had geschonden.

Ter verdediging zei Modi slechts gereageerd te hebben op een uitspraak van Sonia Gandhi, die de deelstaatregering eerder die week „kooplieden van de dood” had genoemd, wat een verwijzing naar Godhra zou zijn. Ook zij moet zich verantwoorden bij de verkiezingscommissie.

„Voedsel, water, werk en elektriciteit maken een verkiezing saai”, legt de Indiase hoogleraar Anil Gupta de omgeslagen toon aan persbureau Reuters uit. „Religie is het zout in de pap.” Analisten verwachten dat de wending net als in 2002 positief zal uitpakken voor Modi. Voor veel hindoes geldt hij, ondanks zijn vaak autoritaire leiderschap, als de beste beschermheer van hun religie.