Al-Galilei 3

In zijn recensie van Floris Cohens De Herschepping van de Wereld (Boeken, 23.11.07) betoogt Dirk van Delft dat er een verband is tussen de fasen van de maan en getijdenverschillen in de loop van de tijd op een bepaalde plek op aarde. In zijn repliek op een reactie van een lezer op deze recensie - waarin gesteld wordt dat zo`n verband níet zou bestaan - zegt Van Delft dat dit wel degelijk het geval is en dat de oorzaak gelegen zou zijn in de van de baan van de maan om de aarde. Er bestaat inderdaad een verband tussen zulke getijdenverschillen en maanfasen. Dit wordt echter voornamelijk veroorzaakt door een geheel ander mechanisme dan die ellipticiteit, en wel door de invloed van de zon op de getijden. Deze is weliswaar veel kleiner dan die van de maan, maar toch aanzienlijk. Bij volle maan en nieuwe maan, als zon, aarde en maan vrijwel op één lijn staan, vallen de vloedbergen ten gevolge van de werking van maan en zon samen: er ontstaat een hoger dan normaal tij, springtij. (Bij de lente- en herfstequinoxen liggen de drie genoemde hemellichamen exact op één rechte, waardoor het springtij dan nog hoger dan anders uitvalt). Voor het betoog van Cohen is een en ander vermoedelijk niet zo relevant, maar de oplettende lezer wordt toch wel nieuwsgierig naar wat daar nu precies beweerd wordt.