‘We zijn nu echt toe aan een doorbraak’

Vrijwel alle deelnemers aan de klimaatconferentie op Bali lijken ervan overtuigd dat hier een grote stap zal worden gezet naar een nieuw akkoord. Maar niet iedereen wil dezelfde stap.

Ad Melkert is een enthousiast man. „Een conferentie die zoveel energie geeft – dat maak je zelden mee”. Hij kan vergelijken want voor iemand als hij, eerst bewindvoerder van de Wereldbank en nu directielid van de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, UNDP, zijn dit soort massaconferenties een deel van zijn ambtelijk leven. Melkert: „Je merkt aan alles hier dat we toe zijn aan een doorbraak”.

Het idee dat tijdens deze grote klimaatconferentie op Bali een bocht wordt genomen, is wijd verbreid. Zijn eigen secretaris-generaal, de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon, heeft het eerste jaar van zijn nieuwe loopbaan er bijna volledig aan gewijd en vooral achter de schermen eindeloos George Bush bewerkt om te bewegen. Ban Ki-moon: „Weet je, dit probleem is tegen redelijke kosten op te lossen”.

Een echt besluit op wordt op Bali niet genomen, slechts een route bepaald om in 2009 tot besluiten te komen voor een opvolger van het aflopende Kyoto-protocol. Toch wordt over de slottekst hier gestreden alsof de wereld ervan afhangt. En terecht, aldus de Amerikaanse klimaatonderhandelaar Harlan Watson, „want alles wat in eindteksten op weg naar zo’n akkoord wordt genoteerd, bepaalt uiteindelijk het resultaat.”

Hoewel hoofd- en bijzaken variëren per diplomaat of lobbyist, gaat het in grote lijnen om de vraag hoe de lasten van vermindering van de uitstoot van broeikasgassen over de wereld moeten worden verdeeld. De ellende door het teveel aan broeikasgas dat er nu is, kan praktisch uitsluitend op rekening van het ontwikkelde Westen worden geschreven, dus daar wijzen de ontwikkelingslanden bij voorkeur naar. Maar vanaf volgend jaar lost China de Verenigde Staten af als de grootste vervuiler op jaarbasis en dat kan een eindtekst ook niet veronachtzamen. Vinden vooral de Amerikanen.

De Europese Unie zit er tussenin: zij vindt dat het Westen concrete ambities voor zichzelf moet aangeven voor vermindering haar eigen uitstoot. Tussen de 25 en 40 procent vermindering in 2020, aldus het EU-idee. Dan kunnen de komende twee jaar worden benut om ook ontwikkelingslanden binnenboord te krijgen „op een flexibele manier”. Het zijn de getallen die de EU heeft overgenomen van de grote wetenschappelijke studie van de VN-experts eerder dit jaar. Voor het noemen van zulke getallen, voelt Amerika niets. Want, zegt Harlan Watson, „ook zulke getallen gaan een eigen leven leiden”. Met andere woorden: China en India zullen straks ongehinderd de industriële concurrentie met de wereld aangaan, terwijl het Westen zich aan alle kanten bindt aan hogere kosten voor de vermindering van kooldioxide.

VN-conferenties hebben hun eigen ritueel. Er is de diplomatie van de achterkamers, want anders komt er nooit een eindtekst. Daar is van alles mogelijk: een extra tegemoetkoming voor tropische landen die hun bossen koesteren, kan bijvoorbeeld Brazilië milder stemmen. Nog even niet al te veel CO2 ophef over de luchtvaart zullen de Amerikanen weten te waarderen.

Dan is er de plenaire diplomatie, waar delegatieleiders in pathetische of fraaie bewoordingen over het lot van de wereld spreken via korte, voorbereide teksten. De frequentie waarmee hier over het einde van deze planeet wordt gesproken, duidt op routine.

En er is de echo-diplomatie: partijen geven persconferenties om nog maar eens met een stevige hamer hun standpunt vast te nagelen. Namens de ‘G77 plus China’ – dat zijn de ontwikkelingslanden – peperde Pakistan iedereen nog eens „de morele verantwoordelijkheid van de rijke landen” in om het voortouw te nemen en de ontwikkelingslanden eerst te helpen met technologie. „Want het Westen heeft dit allemaal veroorzaakt en wij zijn er straks met een hogere zeespiegel en grote droogte de dupe van”, aldus de Pakistaanse diplomaat. Prompt geven de Amerikanen acte de présence. Onderminister Paula Dobriansky: „Wij willen dat de grootste economieën in de wereld, inclusief de Verenigde Staten, deel uitmaken van een wereldwijde regeling”. Met andere woorden: China en India mogen zich niet achter die Groep van 77 ontwikkelingslanden blijven verschuilen, anders doet Amerika ook niet mee.

Zo gaat dat de laatste dagen van deze Bali-conferentie heen en weer. Het werkelijke bewegen komt op het laatst. Want uiteindelijk staan grote belangen op het spel. En bovendien vliegt praktisch iedereen uiterlijk zaterdag naar huis.

En dan begint het pas, de duivel en de details zijn voor de volgende bijeenkomst in Warschau en – als alles goed gaat – voor de finale in 2009 in Denemarken.