Wat te doen als Iran toch aan kernbom werkt?

Het recente Amerikaanse inlichtingenrapport is niet het laatste woord over het kernwapenprogramma van Iran, meent Shimshon Arad.

Atoomexperts, Congresleden van links tot rechts en prominente Amerikaanse kranten hebben al vraagtekens gezet bij de geloofwaardigheid van het recente rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Dat concludeerde dat Iran na 2003 zijn programma om kernwapens te maken, heeft stopgezet.

Alom rijst de vraag waarom de opstellers de uraniumverrijking in de Iraanse stad Natanz niet noemen. Een vooraanstaand atoomexpert onderstreepte dat het rapport onvoldoende nadruk legt op het Iraanse verrijkingsprogramma.

Wat ook de drijfveer voor het rapport is geweest, het lijdt geen twijfel dat het Iran sterkt in zijn dubbelhartigheid en dat het met gejuich wordt begroet door de aanhangers van Iran. Israël staat opeens voor de vraag wat het nu moet doen. Heeft het de keus op grond van zijn eigen inlichtingen zijn eigen weg te gaan? Of moet het voorlopig meegaan met de groep landen die Iran via sancties in het rechte spoor wil brengen? Die tweede mogelijkheid is waarschijnlijker.

De VS waren niet het enige land dat met argusogen keek naar de pogingen van Iran een kernmacht te worden. Groot-Brittannië en Frankrijk, Rusland, Israël en nog andere landen waren zich bewust van het Iraanse avontuur. Het Westen en de sunnitische Arabische Golfstaten beschouwden het vooruitzicht van een Iraans kernwapenbezit als een bedreiging van de vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten. Israël kon bovendien niet zomaar voorbijgaan aan de herhaalde ernstige dreigementen van de Iraanse president tegen Israël. Kernwapens in handen van een fanatieke leider is een te gevaarlijk risico voor het hele Midden-Oosten, maar voor Israël zou het noodlottig kunnen zijn.

Israël heeft de laatste jaren goede redenen gehad om niet de schijn te wekken dat het zijn zorgen en mogelijke afschrikkingsmiddelen overdreef. Het heeft daarom de noodzaak beklemtoond om de potentiële Iraanse atoomcapaciteit in een breder verband te plaatsen en aangedrongen op een krachtige gezamenlijke inspanning om het Iraanse onheilsvisioen te beteugelen.

Meteen na de publicatie van het inlichtingenrapport werd in Amerika en Europa opvallend opgelucht gereageerd. Maar het is vooral interessant op te merken dat in een groot deel van het Arabische Midden-Oosten geen opwinding te bespeuren viel. Hieruit blijkt welke verstrekkende gevolgen deze Amerikaanse verwarring over het Iraanse atoomproject zou kunnen hebben.

De geschiedenis wemelt van de staatslieden die een verkeerde uitleg aan de beschikbare inlichtingen gaven. Stalin negeerde in 1941 de inlichtingenrapporten over de aanstaande Duitse inval in de Sovjet-Unie. De VS beschikten over waarschuwingen dat Japan van plan was hen aan te vallen in de Stille Oceaan, maar die waren niet op tijd onder de aandacht van president Roosevelt gebracht.

Er zijn respectable landen die zichzelf hebben wijsgemaakt dat ze de Iraanse atoomdreiging met behulp van zachte diplomatie kunnen neutraliseren. Naïviteit kent geen grenzen. De Amerikanen hebben met verschillende stemmen gesproken, waarbij uitdrukkelijk ook de militaire mogelijkheid werd opengehouden als de diplomatieke en economische sancties zouden mislukken.

De theorie dat president Bush het zo zal draaien dat zijn opvolger met de hete aardappel van het Iraanse atoomprobleem krijgt doorgeschoven, past gewoon niet bij George W. Bush. De Israëliërs vragen zich af wat er zal gebeuren als over vier, vijf maanden uit nieuwe inlichtingen blijkt dat Iran koortsachtig zijn atoomambities nastreeft. De behoedzame en lichtelijk bedeesde politici in Europa en Azië zullen de Amerikaanse president natuurlijk aanraden het weer met diplomatie te proberen. Ze zullen waarschijnlijk opnieuw tegen krachtiger sancties zijn en afwijzend staan tegen elke militaire druk. Wat zal hun raad aan Israël zijn? Wees geduldig, denk ik.

Shimshon Arad is oud-ambassadeur van Israël in Nederland en Mexico.