Was verdrag echt zo nodig?

De uitbreiding van de EU met tien Oost-Europese landen in mei 2004 was een veelgehoord argument voor eerst de Europese Grondwet, en later het vandaag te tekenen Hervormingsverdrag. Zonder verandering van de spelregels, zoals het opgeven van nationale vetorechten, zou de Europese besluitvorming hopeloos vastlopen. Premier Balkenende verwoordde het daags voor het referendum van 1 juni 2005 als volgt: „Het verdrag is het antwoord op de uitbreiding, het is nodig om een Unie van 25, en straks nog meer landen, te kunnen besturen”. De Britse wetenschapper Helen Wallace, co-auteur van het Europese standaardwerk Policy-Making in the European Union, onderzocht de gevolgen van het uitblijven van een verdragsverandering voor de Europese besluitvorming sinds mei 2004.

Wat is de belangrijkste conclusie van uw onderzoek?

„Dat, in tegenstelling tot wat velen hadden verwacht, de EU de toetreding van al die nieuwe landen ook zonder verdragswijziging redelijk goed heeft doorstaan. Eigenlijk was het gewoon business as usual.”

Waar blijkt dat uit?

„Uit het feit dat het volume aan EU-wetgeving in deze periode nauwelijks lager was dan voorheen. Zelfs ondanks het initiatief onder het motto ‘minder is beter’ van Commissievoorzitter Barroso. Hij wilde het aantal wetsvoorstellen van de Europese Commissie aanzienlijk terugdringen, maar dat lijkt amper te zijn gelukt. In 2003 deed de Commissie 491 wetsvoorstellen. In 2006 waren dat er 482. Voor de EU als geheel kan worden gesteld dat de uitbreiding het vermogen om nieuwe wetgeving door te voeren niet heeft aangetast.”

Wat zegt dat volgens u over de noodzaak van invoering van het Hervormingsverdrag?

„Daarover heb ik in mijn studie alleen geschreven dat de komst van nieuwe landen op zich hier geen argument voor is. Neemt niet weg dat hervormingen als het opgeven van nationale veto’s het besluitvormingsproces extra zullen versoepelen.”

Bekijk het onderzoek via:www.tepsa.be