‘Tennis is tennis: ik wil altijd winnen’

Voor het eerst sinds elf jaar nam Brenda Schultz deel aan de Masters in Rotterdam.

„Ik ben nu niet minder zenuwachtig dan toen”, zei ze voor de eerste ronde.

De laatste keer dat ze aan de Nederlandse Masters deelnam is alweer elf jaar geleden. Brenda Schultz (37) stond toen dertiende op de wereldranglijst en walste in de finale over Miriam Oremans heen: 6-0 en 6-1. De komende dagen wilde de in Amerika woonachtige tennisster haar achtste titel proberen te veroveren in Rotterdam. „Ik ben niet minder zenuwachtig dan toen”, zei de vrouw die vorig jaar een service van 204 kilometer per uur produceerde – de hoogst gemeten snelheid in het vrouwencircuit.

Maar de comeback van Schultz liep anders dan verwacht. De als derde geplaatste verloor in de eerste ronde in drie sets (6-3, 5-7 en 3-6) van Daniëlle Harmsen, nummer 682 op de wereldranglijst.

Waarom wilde je na al die jaren weer meedoen aan de Masters?

„Ik ben op zoek naar een sponsor. En dus hoopte ik mij in Rotterdam een beetje in de kijker te spelen. Toen ik zeven jaar geleden stopte met tennissen, keerde mijn verzekering een aanzienlijk bedrag uit. Onder één voorwaarde: ik mocht niet meer terugkeren in het profcircuit. Omdat het er vorig jaar toch van kwam, moet ik veel van dat geld terugbetalen. Om hoeveel het gaat? Dat hang ik niet aan de grote klok. Maar om een indruk te geven: ik moet eerst Wimbledon winnen om met een schone lei te beginnen.”

Je staat op plaats 191 van de wereldranglijst. Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar?

„Ik heb geen slecht seizoen achter de rug. Mijn doel was om aan het einde van dit jaar 120ste op de wereldranglijst te staan. Dat ik daar onder zit, heeft te maken met de vele kwalificatiewedstrijden die ik het afgelopen jaar heb gespeeld. Met mijn ranking word je niet direct toegelaten tot de grotere toernooien. Dan moet je je eerst door die voorselectie heen zien te spelen. Afgelopen zomer ging dat een aantal keren goed, zoals in Surbiton (Schultz won het grastoernooi, red.) Maar als je dan op de finaledag ook een kwalificatiewedstrijd in Birmingham moet spelen, gaat het lichaam protesteren – zeker op mijn leeftijd. Na Birmingham kreeg ik last van mijn rechterschouder. Ik heb vier weken niet gespeeld om op krachten te komen.”

Je had je hoop op Wimbledon gevestigd. Maar je strandde in de kwalificaties. Dat moet een teleurstelling zijn geweest.

„Ja. Op een toernooi als Wimbledon zijn veel punten te verdienen – zelfs als je alleen de kwalificaties doorkomt. Als mij dat was gelukt, stond ik er nu een stuk beter voor. Maar ja, dat is achteraf praten.”

Afgelopen weekeinde speelde je met Andy Roddick, James Blake en Maria Sjarapova liefdadigheidstennis in Florida. In de eerste ronde van de Masters stond je tegenover Danielle Harmsen, de nummer 682 van de wereld. Een vrij grote overgang.

Lacht. „Ja, ik leid een leven van uitersten. Soms sta ik voor 3.000 mensen te spelen, zoals in Florida. Soms voor een halfvolle tribune. Maar voor mij maakt dat niet uit. Tennis is tennis: ik wil altijd winnen. En ik ben altijd zenuwachtig – waar of voor wie ik ook speel.”

De laatste tijd lijkt er een comebackvirus door het vrouwentennis te waren. Na Martina Hingis, Lindsay Davenport en jij, wil ook Monica Seles binnenkort haar rentree maken. Hoe verklaar je die trend?

„De voornaamste reden waarom vrouwen stoppen met proftennis, is omdat ze kinderen willen. Maar als ze die eenmaal op de wereld hebben gezet, gaat het langzaam toch weer kriebelen. Tennissters als Davenport en Seles voerden ooit de ranglijst aan. Ze missen het spel, de roem, het geld. Daarbij komt dat het vrouwentennis zich in de afgelopen jaren niet zo sterk ontwikkeld heeft. Het is toch veelzeggend dat ik na zeven jaar afwezigheid een groot deel van de Nederlandse top versla.”

Oud-Wimbledonfinaliste Betty Stöve vindt het maar vreemd dat een vrouw van jouw leeftijd nummer drie van Nederland is. ‘Het lijkt mij zinnig daar een debat over te voeren’, stelde ze onlangs in een interview.

„Het probleem met Nederlandse tennissters is dat ze geen financiële backing krijgen. Als je dit beroep serieus wilt uitoefenen – met een gerenommeerde coach – heb je jaarlijks al snel 200.000 euro nodig. Maar ook met 50.000 kom je een eind. Als de acht beste tennissters van Nederland ieder 50.000 euro aan sponsorgeld zouden ontvangen, zou het Nederlandse tennis er een stuk beter voor staan. Michaëlla heeft het geluk dat ze een grote broer heeft (Wimbledonkampioen Richard, red.) die haar adviezen geeft. Maar de rest van de meiden kan daar alleen maar van dromen. Zo lang zich geen sponsors voor het vrouwentennis aandienen, zal het probleem waar Stöve zich zo over opwindt niet worden opgelost.”

Michaëlla Krajicek traint een groot deel van het jaar in Praag. Ook dat helpt waarschijnlijk niet mee.

„Nee. Als er iemand als trekpaard zou kunnen fungeren, dan is zij het wel. Veel jonge tennissters zouden zich aan haar kunnen optrekken. Maar aan de andere kant mag je niet verwachten dat een achttienjarig tennistalent haar trainingsschema aanpast voor haar collega’s. Iedereen moet zijn of haar eigen pad volgen. Ook Michaëlla.”

Volg de Masters via www.knltb.nl