Nieuw verdrag ... met zeven losse einden

De Europese Grondwet is dood, leve het Hervormingsverdrag.

Na zeven jaar discussie heeft de Europese Unie eindelijk een nieuw verdrag. Maar zijn alle zaken wel rond?

1Ministers van EU-lidstaten reizen voortdurend naar Brussel om besluiten te nemen. Dat heten vergaderingen van de Raad van Ministers. In deze raden (van vakministers) heeft elk land een aantal stemmen. Verandering van het stemgewicht ligt altijd gevoelig, maar het is gelukt overeenstemming te bereiken over een nieuwe verdeling, die vanaf 2014 in werking treedt.

Voor de bepaling van het stemgewicht telt ook de grootte van de bevolking mee. Die ligt niet vast. Bovendien, hoe meet je die en wie doet dat? De landen zelf? Zijn hun statistieken betrouwbaar? Tellen Poolse migranten die in Nederland werken mee bij Polen of bij Nederland? Wat gebeurt er als een bevolking krimpt? Hoe eventuele aanpassing moet geschieden, is niet duidelijk.

2Het aantal leden van de Europese Commissie – het dagelijks bestuur van de EU – wordt beperkt tot tweederde van het aantal lidstaten. De leden van de Commissie worden volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten gekozen, dus ongeacht het economische of politieke gewicht. Grote landen zijn hier ongelukkig over, omdat ze niet meer permanent in de Commissie vertegenwoordigd zullen zijn.

Frankrijk heeft voorgesteld dat de voorzitter van de Commissie zijn eigen commissarissen moet selecteren. De Fransen denken dat de voorzitter altijd de grote lidstaten in de Commissie wil hebben. Wat betekent dat?

3José Manuel Barroso, de huidige voorzitter van de Europese Commissie, wordt in de meeste talen aangeduid als ‘president’ van de Europese Commissie. In het Nederlands heet hij ‘voorzitter’. Straks krijgt de EU nóg een president/voorzitter. Namelijk van de Europese Raad, die wordt benoemd voor 2,5 jaar (met de mogelijkheid van één herbenoeming). Het bestaande, halfjaarlijks roulerende voorzitterschap tussen de 27 lidstaten blijft voor de raden van de vakministers gewoon in stand.

De verhouding tussen al die voorzitterschappen is niet duidelijk. Competentiegeschillen liggen op de loer. Veel zal afhangen van de personen die zich zo mogen gaan noemen. Wordt de Brit Tony Blair de eerste vaste voorzitter van de Europese Raad? Zijn naam wordt genoemd, net als die van de Luxemburger Jean-Claude Juncker en de Oostenrijker Wolfgang Schüssel. In Brussel is men zich er van bewust dat Blair waarschijnlijk meer een president wordt, en Schüssel meer een voorzitter.

4De EU krijgt een ‘hoge vertegenwoordiger’ voor het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid. Zeg maar een Europese minister van Buitenlandse Zaken, al mag die niet zo worden genoemd. Daarmee moet eindelijk de vraag worden beantwoord die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger in de jaren zeventig stelde: wat is het telefoonnummer van Europa? De nieuwe functionaris krijg een ‘dubbele pet’: hij is lid van de Europese Commissie belast met de buitenlandse betrekkingen en tevens buitenlandcoördinator namens de Raad van Ministers (lees: de lidstaten). Nu zijn dat twee functionarissen. Aan wie is de hoge vertegenwoordiger straks verantwoording verschuldigd: aan de voorzitter van de Commissie? Of aan de voorzitter van de Raad?

5In het nieuwe verdrag staat dat de Europese Commissie een voorstel tot Europese wetgeving opnieuw in overweging moet nemen als eenderde van de nationale parlementen van oordeel is dat het niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel (zo veel mogelijk op niveau van de lidstaten regelen). Op verzoek van Nederland is deze procedure aangescherpt voor het geval een meerderheid van de nationale parlementen ernstige bezwaren heeft tegen voorgestelde EU-wetgeving. De vraag is of dit ooit gebruikt zal worden.

6Als het verdrag in werking treedt, verliezen lidstaten hun vetorecht op het terrein van justitie. Bovendien krijgt het Europees Parlement medebeslissingsbevoegdheid.

De Raad (de lidstaten) heeft de afgelopen tijd een aantal justitiebesluiten genomen die nog moeten worden goedgekeurd door nationale parlementen. Dat moet gebeuren vóórdat het nieuwe verdrag in werking treedt. Anders kan de besluitvorming opnieuw beginnen, maar dan volgens de regels van het nieuwe verdrag.

Er zitten dossiers bij waarover met bloed, zweet en tranen is onderhandeld. Bijvoorbeeld een wet die het aanzetten tot xenofobie en rassendiscriminatie strafbaar stelt. Daarover is inmiddels meer dan zes jaar onderhandeld.

En wat te doen met voorstellen waarover de besluitvorming nog niet is afgerond of nog moet beginnen? De verleiding is groot ze te laten rusten totdat het nieuwe verdrag in werking treedt.

7Wanneer treedt het verdrag in werking? De bedoeling is 1 januari 2009. Maar dat kan alleen als alle landen het tijdig hebben geratificeerd. De meeste landen kiezen daarvoor de parlementaire weg, maar vast staat dat in elk geval Ierland een referendum zal houden. Onduidelijk is nog welke ratificatieroute Polen, Tsjechië en het Groot-Brittannië zullen kiezen. Wat als een of meer landen straks toch nog ‘nee’ zeggen? Daar wil niemand in Brussel aan denken.

Lees het Hervormingsverdrag en de evaluatie ‘The Treaty of Lisbon’ door denktank CEPS via: nrcnext.nl/mijnnext

Er zijn nog zeker zeven onzekerheden.