Meteorieteninslag in mammoettanden

Zeven mammoetslagtanden uit Alaska en een Siberische bizonschedel vertonen inslagsporen van uiteengespatte meteorieten. Dat meldden paleontologen deze week op een conferentie van de American Geophysical Union (AGU) in San Francisco. „Wij denken dat de dieren getroffen zijn door stukjes van een meteoriet die uiteen is gespat”, aldus Richard Firestone van het Lawrence Berkeley National Laboratory tegenover de BBC. De schedels en botten zijn ruim 30.000 jaar oud.

Het onderzoek is intrigerend omdat de inslag van grote stenen als verklaring voor grote uitstervingsgolven onder aardwetenschappers aan populariteit heeft ingeboet. De meerderheid denkt nog wel dat het uitsterven van de dinosauriërs door een meteorietinslag verklaarbaar is. In het uitsterven van de mammoeten, mastodonten en sabeltandtijgers, aan het einde van de laatste IJstijd, speelden zulke scenario’s tot op heden nauwelijks een rol. Meer geaccepteerde verklaringen zijn klimaatverandering en nieuwe jachttechnieken van de mens.

Volgens de onderzoekers is aan de twee tot vijf millimeter grote gaatjes in de mammoet- en bizonbotten duidelijk te zien dat ze zijn gevormd door projectielen die met hoge snelheid insloegen vanuit één richting. De bizon is niet aan de inslag overleden, want rond de ‘inslagsporen’ is nieuwe botgroei te zien. De gaatjes in de botten vertonen brandsporen. De deeltjes binnenin zijn magnetisch en rijk aan ijzer en nikkel, maar arm aan titanium. Volgens de BBC zeiden de onderzoekers op het congres dat het zeer onwaarschijnlijk is dat deze deeltjes van de aarde afkomstig zijn.