Londen zet EU op afstand

Het aantal terreinen waarop Groot-Brittannië niet meedoet aan de Europese Unie neemt toe in het nieuwe Europees Verdrag dat vandaag in Lissabon is ondertekend.

Floris van Straaten

Geen land heeft in het Europese Hervormingsverdrag meer uitzonderingen voor zichzelf bedongen dan Groot-Brittannië. Het onderstreept de ambivalente houding van de Britten tegenover de Europese Unie.

Tekenend is ook dat premier Gordon Brown vandaag pas in Lissabon arriveert als de andere regeringsleiders de ondertekeningsceremonie in Lissabon al achter de rug hebben. Afzonderlijk zet ook hij vervolgens zijn handtekening.

Wat zijn de uitzonderingen, die de Britten uit de onderhandelingen hebben gesleept? De regering sprak de laatste maanden steeds van ‘rode lijnen’ op vier hoofdgebieden, die door de EU niet mochten worden overschreden: justitie en binnenlandse zaken, belastingen en sociale zekerheid, het Handvest van de grondrechten, en het buitenlands beleid.

In sommige gevallen hebben de Britten uitdrukkelijk het recht van ‘opt-out’ verkregen, dat wil zeggen de mogelijkheid zich van deelneming te onthouden. Dit betekent overigens niet dat ze de besluitvorming van andere EU-landen op zo’n punt kunnen blokkeren. Soms ook volstonden ze met het aanscherpen van bestaande waarborgen voor de handhaving van hun onafhankelijkheid.

Justitie en binnenlandse

zaken

In het nieuwe verdrag hebben de Britten (en de Ieren) het recht bij elk afzonderlijk voorstel op deze gevoelige terreinen te bepalen of ze al dan niet mee willen doen met de rest van de EU-lidstaten.

Tot dusverre hadden ze alleen die bevoegdheid op het gebied van immigratie, asiel en het burgerlijk recht. Nu onder het nieuwe verdrag over meer zaken met een gekwalificeerde meerderheid gestemd zal worden dan voorheen, hebben de Britten de mogelijkheid voor opt-outs voor alle dossiers op het terrein van justitie en binnenlandse zaken bedongen.

„Dit is een belangrijke wijziging, die de regering heeft weten te verkrijgen”, meent Hugo Brady van het Centre for European Reform (CER), een pro-Europese denktank in Londen. In de Europese Grondwet, die door de Nederlanders en de Fransen in 2005 bij referendum werd verworpen, kwam deze uitzondering voor de Britten niet voor.

Belastingen en sociale

zekerheid

Op dit terrein hebben de Britten meer mogelijkheden in het verdrag laten inbouwen om zich te onttrekken aan meerderheidsbesluiten van de EU omtrent sociale zekerheid voor migranten. Andere uitzonderingen, die de Britse regeringen al eerder hadden bedongen, blijven van kracht. Dit geldt onder meer voor de weigering van de regering een maximale werkweek van 48 uur voor werknemers vast te stellen. Grote veranderingen voor deze beleidsterreinen zijn er in het Hervormingsverdrag niet vastgesteld.

Handvest grondrechten

De Britten hebben om elke twijfel te vermijden in een bindend protocol laten vastleggen dat burgers de Britse overheid niet tegen haar zin met nieuwe rechten kunnen confronteren, die afwijken van de rechten die al zijn opgenomen in de nationale wetgeving. „De regering betoogt dat het hier niet om een opt-out gaat”, aldus Brady. „Maar ik denk dat het wel degelijk als zodanig kan worden beschouwd.”

Buitenlands beleid

Dit is een terrein waarop hoe dan ook slechts met unanimiteit besluiten kunnen worden genomen. De Britten zullen dus, net als de andere lidstaten, nooit tegen hun zin kunnen worden gedwongen zich aan bepaalde EU-besluiten te houden. Een ‘opt-out’ is daarom niet aan de orde.

Toch heeft de Britse regering ook hier uitdrukkelijk laten vastleggen dat het Europese buitenlandse beleid geen invloed kan hebben op het lidmaatschap van EU-lidstaten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Op twee belangrijke punten beschikt Groot-Brittannië feitelijk al heel lang over een ‘opt-out’. Het weigert mee te doen aan ‘Schengen’, de overeenkomst over afschaffing van grenscontroles op het personenverkeer in de EU en een gemeenschappelijk visumbeleid. Ook doen de Britten (anders dan de Ieren) niet mee aan de gezamenlijke munt, de euro.

Een niet onbelangrijke vraag is intussen in hoeverre de ‘opt-outs’ in het Hervormingsverdrag juridisch houdbaar zullen blijken. Steve Peers, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Essex, acht de kans gering dat het Europees Hof deze niet zal erkennen. „De opt-outs zijn in de wet verankerd en het Hof kan deze dus niet ongeldig verklaren.”

Ook Brady verwacht niet dat het Europees Hof de uitzonderingsbepalingen ongeldig zal verklaren. Het zijn immers de politici die de regels opstellen. „Maar de beperkingen op met name het handvest zijn wel zwaar verteerbaar voor sommige juristen”, voegt hij er aan toe. „In de EU worden regels immers geacht voor iedereen in gelijke mate te gelden.”