Klein omdat ze eerder sterven

Pygmeeën zouden klein zijn omdat hun lengte handig is in dicht begroeid bos .

Dat weerspreekt een nieuw onderzoek van de Universiteit van Cambridge.

Pygmeeën, de kleine mensen uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië, danken die korte lengte aan hun geringe levensverwachting, niet aan voordelen die hun korte statuur zou bieden of aan voedseltekorten.

Dit blijkt uit een analyse van groeicurves en levensgeschiedenissen van twee van die kleine-mensen-populaties, de Aeta en Batak uit de Filippijnen. In feite stoppen ze met groeien omdat ze anders niet genoeg tijd hebben om kinderen te krijgen en op te voeden.

De groei van pygmeekinderen stopt niet alleen drie of vier jaar eerder dan bij andere volkeren, maar pygmeevrouwen krijgen gemiddeld ook een jaar of drie, vier eerder kinderen dan andere, in levenswijze vergelijkbare volken. Ook de sterftecijfers onder kinderen en volwassenen zijn veel hoger dan bij andere jagers-verzamelaars. Andere kleine volkeren elders op de wereld zijn niet zo gedetailleerd onderzocht; er zijn wel vergelijkbare patronen te zien.

Op hun vijftiende ligt de gemiddelde levensverwachting tussen de 20 en 32 jaar, bij bosjesmannen in de Kalahariwoestijn is dat rond de 44 jaar. Dit levenspatroon lijkt in feite meer op dat van chimpansees dan op dat van mensen, met hun voor primaten ongewoon uitgerekte levenspatroon, schrijven de onderzoekers van de Universiteit van Cambridge deze week in de Proceedings of the National Academy of Science.

Als hele populaties onder de 1.50 meter blijven, worden ze pygmeeën genoemd, naar het Griekse woord voor ‘een duim lang’. De aandacht voor de antropologie van pygmeeën is sterk toegenomen sinds de vondst in 2004 van de omstreden Floresmens, een prehistorische mensensoort van amper een meter hoog. Over de hele wereld komen kleine mensengroepen voor, allemaal jagers-verzamelaars, die klein blijven. Meestal komt dat door een genetische verandering in groeihormoonreceptoren. Vrijwel ieder pygmeevolk heeft een eigen mutatie: ze zijn onderling niet verwant.

De traditionele verklaringen voor de kleinheid zijn dat de geringe gestalte nuttig zou zijn in dicht begroeid bos, dat het gunstig zou zijn voor de temperatuurregulatie of dat het een aanpassing zou zijn aan voedseltekorten. Alle zijn onbevredigend omdat niet alle kleine volken in bossen wonen of in de hitte, en ook zijn er genoeg lange volkeren die regelmatig gebukt gaan onder voedselgebrek. Een typisch groeipatroon bij voedselgebrek is juist uitgestelde groei (stunted growth), maar pygmeeën groeien tot hun twaalfde vrij normaal en houden er dan gewoon mee op.

Waar die ongewoon hoge sterfte onder pygmeeën vandaan komt, die dus de oorzaak is voor hun korte levenscyclus en dus ook hun geringe lengte, is nog niet duidelijk.