Holle rug houdt zwangere overeind

Zwangere vrouwen vallen niet voorover door het gewicht van hun dikke buik, omdat de kromming van de lage rug bij vrouwen anders is dan bij mannen. De lage wervels van vrouwen zijn anders van vorm, waardoor de zwangeren meer naar achteren kunnen hangen en zo het zwaartepunt weer terug naar het midden brengen.

Dit concluderen onderzoekers van de Amerikaanse Harvard University en de University of Texas vandaag in het tijdschrift Nature. Dat de drie onderste wervels bij vrouwen, net boven de bekkenrand, anders van vorm zijn dan bij mannen, was al bekend, maar nu is duidelijk wat de functie ervan is.

Opvallend is dat de aparte vrouwelijke wervelvorm bij mensapen ontbreekt, maar wel voorkomt bij de menselijke voorouder Australopithecus. Die leefde circa 4 tot 1,5 miljoen jaar geleden in Afrika en liep rechtop.

Bij vrouwen zijn de onderste drie wervels wigvormig, met de smalle kant naar de rug. Zo ontstaat de bekende holle rug. Bij mannen zijn alleen de onderste twee wervels wigvormig. Verder heeft een wervel aan de andere kant (de buikkant) een aantal uitsteeksels, waarvan er twee gewrichtjes vormen met de wervels boven en onder. Die gewrichtjes zijn bij vrouwen relatief groot en bevinden zich meer aan de zijkant van het wervellichaam dan bij mannen. Daardoor kunnen vrouwen de onderrug makkelijker hol maken en het bovenste deel van de torso naar achteren bewegen. Zo schuift het zwaartepunt weer naar het midden. Door de krommere rug staat er wel meer druk op de gewrichtjes aan de buikkant. Het relatief grote oppervlak van de gewrichtjes verdeelt die kracht.