Geen waarborgstaat

Het ziet ernaar uit dat de staat slachtoffers van geweld- en zedenmisdrijven gegarandeerd schadeloos gaat stellen. Slachtoffers krijgen acht maanden na veroordeling van de dader uit de algemene middelen de schadevergoeding ineens uitgekeerd. De staat probeert het bedrag daarna op de dader te verhalen, in de zekerheid dat dit nooit helemaal zal lukken. Een sympathiek maar zeker niet kosteloos plan, dat past in de verbetering van de positie van slachtoffers in het strafproces.

Hiermee neemt de overheid een nieuwe taak op zich. Er was immers al een vangnet. Als de burger zijn schade op geen enkele andere manier vergoed kan krijgen, keert het Schadefonds Geweldsmisdrijven uit. Met dit nieuwe plan komt de staat nu in de rol van onderling waarborgfonds. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden neemt de verantwoordelijkheid van de dader over en keert uit.

Deze aanpak is ongetwijfeld praktisch en plezierig voor de slachtoffers. Zij hebben een zorg minder. Maar er zijn ook bezwaren. PvdA, VVD en SP bepleitten deze aanpak als een daad van sociale rechtvaardigheid en zien deze liefst uitgebreid tot meer delictsoorten. Dan doemt een volksverzekering tegen gevolgen van criminaliteit op. Dat is de verkeerde oplossing voor een relevant probleem.

Tot nu toe hielden ministers van Justitie vol dat de dader voor de compensatie van zijn strafbare feiten verantwoordelijk is en blijft. Niet de staat. De burger kreeg te horen dat deelname aan het maatschappelijke verkeer risico’s met zich mee brengt. Daartegen kan men zich particulier verzekeren of voorzorgsmaatregelen treffen. Slachtoffer worden valt nooit uit te sluiten. Een garantie op compensatie van alle leed bestaat niet.

Minister Hirsch Ballin vindt dat burgers nu te lang op schadevergoeding moeten wachten. De praktische inslag van deze minister valt te prijzen. Hij verwacht ook geen blanco cheque te hebben getekend, hetgeen wij hem helpen hopen. Deze regeling kan niet makkelijk weer worden afgeschaft, mocht dat wel zo zijn.

Maar de voorschotregeling waarmee het Rijk nu alle zware misdrijven afkoopt, verkleint de verantwoordelijkheid van de dader. Die ziet zich alleen met de overheid geconfronteerd. Voor de dader is het slachtoffer op afstand gezet, ten onrechte. Die confrontatie heeft namelijk ook waarde.

Ook voor de burger wisselt het perspectief. Voortaan staat de overheid borg voor de financiële schade als gevolg van wandaden door andere individuen. Dit zorgt voor nieuwe eisen aan de verzorgingsstaat, waarop burgers hun schade immers mogen afwentelen. Er zijn nauwelijks argumenten, behalve financiële, om uitbreiding van de regeling naar andere delictsoorten te weigeren. Dit is derhalve een stap in de verkeerde richting. Voor de ambitie om rompslomp voor het slachtoffer te verminderen is alle begrip. Maar daarvoor moeten andere wegen worden gevonden.

Lees eerdere commentaren op de nieuwe site:nrcnext.nl/opinie