Fed heeft behoefte aan een sterke man

Wall Street had gehoopt op een verlaging met 0,5 procentpunt van de zogenoemde Fed funds rate (het belangrijkste rentetarief van de Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken), of op z’n minst van het kortingstarief waartegen de banken geld kunnen lenen van de Fed. Daarom daalden de aandelenkoersen scherp toen het Federal Open Market Committee (de Fed-commissie die de rente vaststelt) bekendmaakte beide tarieven met slechts 0,25 procentpunt te zullen terugbrengen. De verlaging zal weinig invloed hebben op het echte probleem: de giftige rommel op de balansen van sommige banken, door de problemen op de Amerikaanse hypotheekmarkt, waardoor de bereidheid van banken om elkaar geld te lenen sterk is afgenomen. Nu de mondiale productie hoog is, zal een lagere rente de inflatie aanwakkeren. In plaats van de rente te verlagen om Wall Street een plezier te doen, moet de Fed naarstig op zoek naar een nieuwe Paul Volcker.

Het ontbreken van een verband tussen de Fed funds rate en de geldmarkten wordt aangetoond door het driemaandelijkse Londense tarief voor interbancaire leningen, dat dinsdag op 5,11 procent stond, veel hoger dan de Fed funds rate van 4,50 procent (van vóór de renteverlaging) en meer dan 2 procentpunt boven het rendement op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van drie maanden. De Fed funds rate is niet waar het om draait. Er is behoefte aan financiële injecties om de interbancaire kredietmarkten te ontdooien, zoals de 60 miljard euro die de Europese Centrale Bank eerder op de dag ter beschikking stelde.

De problemen op de Amerikaanse markten voor risicovolle (subprime) hypotheken hebben ertoe geleid dat de grote internationale banken het vertrouwen in elkaar zijn kwijtgeraakt – en terecht, zoals wordt aangetoond door de afschrijving van 10 miljard dollar door UBS afgelopen maandag, volgend op een eerdere afboeking van 3 miljard dollar, die had moeten volstaan om de kwetsbaarheid van de Amerikaanse bank voor de subprime-markt af te dekken. Bovendien heeft de topman van Freddie Mac gezegd dat deze Amerikaanse hypotheekbank in de toekomst waarschijnlijk nog eens 5,5 tot 7,5 miljard dollar zal moeten afboeken, waardoor de 6 miljard dollar aan vorige maand binnengehaald nieuw kapitaal alweer is weggevaagd. Dientengevolge is de onzekerheid onder de banken over elkaars solvabiliteit sinds 1982 niet meer zo hoog geweest. De rente heeft daar weinig mee te maken.

De renteverlagingen (van 5,25 naar 4,5 procent) die de Fed al vóór de jongste verlaging doorvoerde, vielen samen met een stijging van de olieprijs van 70 dollar per vat naar meer dan 90 dollar. Dat is geen toeval. In de hele wereld is de reële rente heel laag, en de wereldeconomie vertoont tekenen van oververhitting. Ongeacht een eventuele recessie in de VS – en met een groei in het derde kwartaal die naar verluidt 4,9 procent zal zijn, is een recessie bepaald geen zekerheid – heeft de wereld behoefte aan een hogere rente, als men tenminste wil voorkomen dat de inflatie net als in de jaren zeventig weer de kop opsteekt.

De vorige keer dat de inflatie de pan uitrees, in 1979, was er een strenge Paul Volcker aan het roer van de Fed voor nodig om haar weer tot bedaren te brengen. Hij verhoogde de Fed funds rate destijds naar 20 procent. Ook nu is een soortgelijke vastberadenheid vereist, die de pleidooien van Wall Street negeert.