‘Duurzaam ondernemen is geen Haagse hobby’

Het kabinet wil dat álle bedrijven duurzaam ondernemen, niet alleen de grote. Het onderwerp moet in de Code Tabaksblat worden opgenomen, vindt staatssecretaris Heemskerk.

Wat hebben de ‘groene’ cao van Ikea, de klimaathypotheek van de Rabobank, de Gulpener Bierbrouwerij en de theefabriek van Unilever in Dubai met elkaar gemeen? Het zijn allemaal vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen – bedrijven die sociaal, ecologisch en economisch efficiënt produceren. „Dit kabinet wil de komende jaren in het toepassen van duurzaam produceren een versnelling aanbrengen”, zegt Frank Heemskerk (38), sociaal-democratisch staatssecretaris voor Economische Zaken en bekend als de ‘rode ondernemer’ van het kabinet. „Het is ook een manier om het draagvlak voor globalisering te vergroten.”

De staatssecretaris, belast met buitenlandse handel en consumentenzaken, zit vol ideeën hoe ecologisch en sociaal ondernemen gestimuleerd kan worden. Vandaag heeft Heemskerk een brief hierover naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij de kabinetsplannen over maatschappelijk ondernemen uiteenzet. Grote bedrijven zoals Akzo Nobel, Philips en Shell hebben al langer aandacht voor maatschappelijk ondernemen. Dat is mede ingegeven door affaires zoals Brent Spar, het laadstation voor olietankers dat Shell wilde laten afzinken, maar waar het na acties van milieuorganisaties vanaf zag. De staatssecretaris wil bereiken dat ook een belangrijk deel van de 725.000 ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zich inzet voor duurzaam ondernemen. Het gaat erom te „voorkomen dat bedrijven een bijdrage leveren aan het vergroten van de problemen”. Beter nog is een „bijdrage van bedrijven aan het oplossen van maatschappelijke problemen”, schrijft Heemskerk.

Dat klinkt idealistisch, maar is deze opvatting ook realistisch?

„Zeker, ik denk dat maatschappelijk verantwoord ondernemen noodzakelijk is voor bedrijven. Ook in hun eigen belang. Ze moeten zich mengen in het maatschappelijk debat, uitleggen hoe ze zaken doen. Bedrijven verdienen hun geld soms in landen waar de meest basale spelregels ontbreken, ze beïnvloeden met hun productie het milieu en sociale verhoudingen. Als ondernemers meer oog hebben voor de maatschappelijke aspecten van hun werk, zal het draagvlak voor globalisering groeien.”

Waarom denkt u dat?

„De economische globalisering leidt tot meer productiviteit en welvaart, maar de hevige internationale concurrentie heeft ook minder positieve kanten. Er zijn twijfels en zorgen bij mensen, ook in Nederland. Hierdoor steekt protectionisme de kop op, dat zie je in allerlei Europese landen. Dat is zorgelijk, want het afschermen van de markt is slecht, zeker voor Nederland dat met z’n kleine thuismarkt is aangewezen op het buitenland. Ik denk dat het draagvlak voor internationalisering wordt vergroot als bedrijven uitleggen waar ze produceren en hoe. Geen Nederlands bedrijf wil betrokken zijn bij vormen van slavenhandel zoals China die kent, waar tienduizenden illegalen gedwongen waren in mijnen te werken. Hoe kun je uitsluiten dat toeleveranciers van je bedrijf producten leveren die door deze vorm van uitbuiting of kinderarbeid zijn ontstaan? Als een toeleverancier in China 75 procent goedkoper is dan andere binnenlandse concurrenten, moet bij ondernemers een alarmbel gaan rinkelen. Vrijhandel is niet vrijblijvend, daar hoort verantwoordelijkheid bij.”

Ging u daarom op de rem staan bij de liberalisering van de post?

„Zeker. De vraag is niet óf we de Postwet in laten gaan, maar hoe en wanneer we het doen. Wie gaan er onder het minimumloon vallen van 9,80 euro per uur dat Duitsland wil invoeren? Komen de bonden in Nederland nog tot afspraken? Hoe zit het met stukloon? Is er sprake van oneerlijke concurrentie van Duitsland? Dit kabinet wil extra aandacht voor een zorgvuldige liberalisering, voor goede arbeidsomstandigheden en eerlijke spelregels voor bedrijven.”

Hoe stimuleert u duurzaam ondernemen?

„Bedrijven worden ook geacht aandacht te besteden aan niet-financiële zaken. Met de nieuwe wet Oneerlijke Handelspraktijken kunnen we ondernemers straffen die consumenten misleiden. We willen koplopers op het gebied van duurzaam ondernemen financieel stimuleren. In het voorjaar van 2008 opent het ministerie een keurmerkensite waarop consumenten kunnen zien op welke criteria producten worden gecontroleerd. Duurzaamheidsprestaties van een bedrijf kunnen gekoppeld worden aan de variabele beloning van het management. Zo’n voorstel kan in een nieuwe Code Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur worden opgenomen.”

De meeste maatregelen zijn vrijblijvend. Bent u niet bang dat ondernemers uw suggesties aan hun laars lappen?

„Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen hobby van de staatssecretaris. Klanten, consumenten, werknemers, de Tweede Kamer – ze willen allemaal weten waar hun producten vandaan komen en onder welke omstandigheden ze zijn gemaakt. Ik moet als staatssecretaris het thema ‘open grenzen’ verkopen. Maar ik ben niet alleen een breekijzer voor bedrijven om hun spullen in het buitenland te verkopen. Bij elke officiële handelsreis naar landen zoals Rusland, China, India of Turkije krijgen ondernemers een presentatie en gaan we in op kwesties als: hoe zijn de arbeidsverhoudingen op de werkvloer, wordt er gediscrimineerd, wordt er gebruikgemaakt van kinderarbeid? Het is een kwestie van bewustwording. Ik ben ervan overtuigd dat het bedrijfsleven ook in andere landen wil bijdragen aan welvaart en kwaliteit van leven – ook voor de allerarmsten en kinderen. Het kabinet wil dat uiteindelijk álle Nederlandse bedrijven duurzaam ondernemen. Dat proces willen we versnellen.”

Brief van Heemskerk aan de Kamer op www.minez.nl