Donner verdedigt prettige, hardwerkende Pool

De tijd van grote sociaal-economische ingrepen is voorbij. Slechts twee thema’s hielden de Kamer bezig, bij het bespreken van Sociale Zaken: de bijstand en arbeidsmigratie.

Het woord ‘ontslagrecht’ viel een paar keer tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken, gisteren en eergisteren in de Tweede Kamer.

Kamerlid Atzo Nicolaï (VVD) noemde het „niet-moderniseren van het ontslagrecht” een „blamage van dit kabinet”. Ineke van Gent (GroenLinks) zei dat het motto van het kabinet ‘samen leven, samen werken’ is, maar dat de regeringspartijen niet meer hebben gedaan dan „samen vechten over het ontslagrecht”. Fatma Koser Kaya (D66) verweet Mariëtte Hamer (PvdA) dat zij „de modernisering van het ontslagrecht onmogelijk gemaakt” heeft.

Het ontslagrecht had dit jaar het hoofdthema kunnen zijn van het begrotingsdebat. Maar het was het niet. In plaats daarvan ging het over de arbeidsmigratie uit Oost-Europa en het beleid om mensen die langdurig in de bijstand zitten aan werk te helpen. Twee thema’s die onder vorige kabinetten niet het terrein waren van de minister, maar van de staatssecretaris. Nu er geen grote stelselwijzigingen op het programma staan en de verantwoordelijkheid voor de kinderopvang en de emancipatie naar het ministerie van Onderwijs is verhuisd, blijft er weinig over.

Het langst werd gesproken over de arbeidsmigratie. In Rotterdam vond gisteren een conferentie plaats van wethouders die te maken hebben met de toestroom van Oost-Europese arbeidsmigranten, met name Polen. Minister Donner (CDA) hield daar een toespraak.

Terug in de Kamer werd Donner ondervraagd. Ineke van Gent (GroenLinks) zei dat „de chef van het vrije verkeer als de Donner aan de slag moet om een aantal dingen beter te regelen”. Paul Ulenbelt (SP) vroeg hem een campagne te steunen van de Poolse regering om arbeidsmigranten over te halen terug te keren naar hun vaderland. Atzo Nicolaï (VVD) riep hem op de grenzen voor arbeidsmigranten uit twee andere Oost-Europese landen, Roemenië en Bulgarije, ook na 2009 gesloten te houden.

De huiver om nog meer Oost-Europeanen binnen te laten, beperkt zich niet tot de oppositiepartijen. Eddy van Hijum van regeringspartij CDA wees erop dat „ouderen, allochtonen, mensen met een arbeidshandicap en laaggeschoolden” niet aan de slag komen. „En dat terwijl inmiddels meer dan 100.000 Polen en andere Oost-Europese werknemers in Nederland werkzaam zijn.” Mariëtte Hamer (PvdA) zei: „Wij moeten de problemen van vandaag oplossen, voordat wij meer groepen tot Nederland toelaten.”

Minister Donner noemde het „misplaatst” om Poolse werknemers te associëren met overlast. Even misplaatst vindt hij het om Polen te beschouwen „als mensen die ons werk afpakken, terwijl zij vooral werk doen waarvoor in Nederland nauwelijks nog mensen te krijgen zijn”. De ervaring leert, zei Donner, dat het „behoudens uitzonderingen prettige, hardwerkende mensen zijn die hun best doen om geïntegreerd te raken”.

Een belangrijker thema om nu met de Kamer te bespreken vond Donner het verhogen van de arbeidsparticipatie. Er zijn 1,1 miljoen mensen met een uitkering terwijl er nog een kwart miljoen vacatures openstaan.

Vorige week kondigden Donner en staatssecretaris Aboutaleb (PvdA) plannen aan om loonkostensubsidies in te voeren en participatiebanen te creëren voor mensen die langdurig werkloos zijn. Op dat laatste plan hadden niet alleen de oppositiepartijen SP en GroenLinks, maar ook de PvdA-fractie kritiek.

Mariëtte Hamer vindt het een goed idee om mensen die langdurig in de bijstand zitten, een tijdje op proef te laten werken bij werkgevers. Maar zij vindt dat deze mensen ten minste het minimumloon moeten verdienen en dat deze constructie niet langer dan een jaar mag duren. Daarna moeten ze een regulier arbeidscontract krijgen. Dat lijkt veel op de afspraken die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eerder deze week maakte met de vakbonden, om 30.000 mensen aan het werk te helpen.

GroenLinks vroeg waarom het kabinet deze laatste plannen niet gewoon overneemt. Nu ligt er een wetsvoorstel voor de participatiebanen bij de Eerste Kamer, dat nog door minister De Geus is gemaakt. Er staat in dat mensen met een bijstandsuitkering twee jaar kunnen werken met behoud van hun uitkering, met de mogelijkheid om deze periode te verlengen.

Hoewel de PvdA-fractie destijds tegen het wetsvoorstel was, willen Donner en Aboutaleb de behandeling in de Eerste Kamer laten doorgaan. Zij zullen dan later aanvullende wetgeving maken die het plan aanvaardbaar moet maken voor de Kamer. Hamer heeft moeite met deze procedure, maar wil het „heel belangrijke hulpmiddel” van de participatiebanen niet blokkeren. SP’er Ulenbelt wel. „Staatsrechtelijk gebroddel” en „afknapbanen”, oordeelde hij.