Diplomatie met New Yorkse violen

Volgens de VS is de tijd rijp voor toenadering tot Noord-Korea. President Bush schreef pas een brief aan Kim Jong-il.

Nu gaat Amerika’s oudste orkest naar Pyongyang.

Maestro Lorin Maazel begeleid The New York Philharmonic Orchestra. Foto AP Maestro Lorin Maazel conducts the New York Philharmonic Orchestra during opening night, Tuesday, Sept. 18, 2006 at Avery Fisher Hall in New York. (AP Photo/Stephen Chernin) Associated Press

Op de ochtend van 26 februari 2008 heeft Amerika’s oudste en meest vooraanstaande orkest, The New York Philharmonic, er 14.587 uitvoeringen opzitten. Dan volgt concert nummer 14.588, de politiek meest beladen avond ooit van het gezelschap. Op het programma voor de 1.500 toeschouwers in het voor de buitenwereld afgesloten ‘Oost Pyongyang Grand Theatre’: het Noord-Koreaanse volkslied, gevolgd door het Amerikaanse, de Star-Spangled Banner.

De uitnodiging kwam van de Noord-Koreanen, de Amerikanen gaan er op in en het evenement wordt beschouwd als een bevestiging van de detente tussen de VS en Noord-Korea. Het stalinistische land werd in 2002 nog door president Bush tot ‘de As van het Kwaad’ gerekend, en de leiders van de landen hebben elkaar sindsdien voor „imbeciel” (Kim Jong-Il over Bush) en „pygmee” (Bush over Kim Jong-Il) uitgemaakt. Ook testte Noord-Korea een kernbom.

Afgelopen jaar ontdooiden de verhoudingen, werden ontwapeningsafspraken gemaakt en dat alles leidde dinsdag tot de officiële bekendmaking van de concertreis. „Ik heb speculaties gehoord dat dit een nieuw soort pingpongdiplomatie zou zijn”, zei de Noord-Koreaanse VN-ambassadeur, Pak Gil-yon, dinsdag in een zeldzaam openbaar optreden in het theater van het orkest. Hij verwees daarmee naar de Amerikaanse toenadering tot China in de jaren zeventig met het bezoek van een tafeltennisteam. „Bovenal zal het de vriendschap en de bilaterale verhoudingen bevorderen”, zei ambassadeur Pak.

De Amerikaanse gezant voor Noord-Korea, Christopher Hill, liet zich na een eerdere toezegging aanwezig te zijn, verontschuldigen. In The New York Times zei hij te hopen „dat we er later op terugkijken als een evenement dat hielp dat land terug de wereld in te krijgen”.

In augustus ontving The New York Philharmonic een fax van het Noord-Koreaanse ministerie van Cultuur. „We reageerden voorzichtig”, zei Zarin Mehta, uitvoerend directeur van het orkest. „Net als de rest van de wereld, weten we weinig van het land.” Mehta besloot niet te reageren totdat het ministerie van Buitenlandse Zaken de authenticiteit van het document vaststelde „en zei dat het goed was”. In oktober reisde Mehta met een Amerikaanse diplomaat naar Pyongyang. Ze liepen hotels af, bezochten een conservatorium, wezen te kleine concertzalen af. En ze zochten antwoord op de vraag of de orkestleden tijdens het 48 uur durende bezoek ontvangst met hun mobiele telefoon hebben. (Het antwoord: nee)

Het orkest heeft drie eisen gesteld aan Noord-Korea: vijftig buitenlandse journalisten mogen in februari meereizen, het concert wordt landelijk uitgezonden om ook een publiek buiten de elite te bereiken en de acht Zuid-Koreaanse leden in het orkest worden met rust gelaten.

De „allergrootste uitdaging” is volgens orkestdirecteur Zarin Mehta nog wel de logistiek. Hoe denkt Noord-Korea „acht pallets” aan instrumenten van 150 musici in vrachtwagens waarin de temperatuur nauwkeurig is geregeld, in de concertzaal te krijgen? Zuid-Korea is te hulp geschoten en verzorgt zowel het vervoer per vliegtuig als over de weg.

Het is uitzonderlijk dat Noord-Koreaanse diplomaten zoals Pak Gil Yon beschikbaar zijn voor vragen van Westerse journalisten. De ambassadeur zat tijdens de persconferentie onverstoorbaar op het podium. Hij bewoog alleen toen hij zijn omgevallen naambordje rechtop zette.

Pak had twee gespreksonderwerpen waarvan hij afweek. Nummer één: „Het ministerie van Cultuur heeft het Philharmonic uitgenodigd om op een geschikt moment te komen.” Was leider Kim Jong-Il betrokken bij de invitatie? „Ik zei: het ministerie van Cultuur heeft het Philharmonic uitgenodigd om op een geschikt moment te komen.”

Boodschap twee was dat hij hoopt dat het bezoek „de banden tussen Noord-Korea en de VS zal versterken”. Die uitlating herhaalde hij vier keer. Vragen over de politieke significantie van het bezoek ontweek hij. „Ik wil de sfeer niet verpesten. Maar we hopen dat de banden tussen onze volkeren versterkt worden.”

Naast de protocollair door het Philharmonic voorgeschreven volksliederen volgen in februari onder meer Antonín Dvoráks Symfonie No. 9 (‘From the New World’) en George Gershwins An American in Paris. Mehta wilde niet ingaan op de suggestie dat de keuze van de werken een betekenis zou hebben. „Wij voeren alleen fantastische muziek uit, doen niet aan politiek. Wat had u gewild, dat we The Chairman Dances, over de Chinese partijvoorzitter Mao, zouden spelen?”

Critici wijzen op de status van Noord-Korea als ‘schurkenstaat’ . Richard Allen, veiligheidsadviseur onder oud-president Reagan, zegt in The New York Times dat de reis een „propagandacoup” is. Volgens kunstrecensent Teachout van The Wall Street Journal dreigt een „poppenkastvertoning” om „legitimiteit te verschaffen aan een verachtelijk regime”.

Er waren volgens Philharmonic-directeur Mehta „hele basale filosofische zorgen” over het bewind dat verantwoordelijk wordt gehouden voor wanbeleid, hongersnood en tewerkstelling van burgers in concentratiekampen. „We zijn allemaal mensen, ook muzikanten houden niet van mensenrechtenschendingen.”

De vraag of de reis niet voor propagandadoeleinde misbruikt kan worden, lacht Mehta weg. Zijn orkest zal zich er in ieder geval van onthouden, is de belofte. „En na dat alles is het de beurt aan politici en diplomaten.”

Meer informatie over het orkest op http://nyphil.org