De B.: Ze zagen mij als ex-bajesklant niet zitten

Een jurist die wegens fraude was veroordeeld richt een advocatenkantoor op. Zijn compagnon kent zijn verleden. De Orde van Advocaten ook. De medewerkers niet. De klanten ook niet. Dan barst de bom.

Razend kan hij erom worden, curator Marc Udink. „Er moet een verbod komen voor fraudeurs om ooit nog een bestuurlijke functie te vervullen”, zegt hij. Hij heeft net het faillissement van een advocatenkantoor afgehandeld waar een veroordeelde fraudeur aan het hoofd stond. Met medeweten van de Orde van Advocaten. Een kantoor dat zich schuldig maakte aan wanbeheer.

In het statige Haagse pand waar Udink & De Jong Advocaten is gevestigd, geeft hij lucht aan zijn verontwaardiging. De zaak rond het failliete kantoor schaadt het beeld van betrouwbaarheid van de advocatuur. Natuurlijk zijn in het verleden individuele advocaten wel in de fout gegaan, maar, zegt hij: „Dit is bij mijn weten de eerste keer dat een advocatenkantoor in Nederland in opspraak is geraakt.”

Het begon met beslaglegging door de Belastingdienst. Het bewuste kantoor, Legal Point geheten, met vestigingen in Barendrecht en Rotterdam, had een betalingsachterstand opgelopen bij de Belastingdienst van ruim 200.000 euro, die niet meer was in te halen. De dienst legde daarop beslag op alle roerende zaken van het kantoor.

Klanten van het kantoor hadden van Legal Point nog meer geld tegoed. Grootste schuldeiser van Legal Point is het incassobureau Juresta. Kees Post, directeur van Juresta: „We hebben zeker een half miljoen schade.” Juresta besteedt zijn incassowerk uit aan advocatenkantoren. ‘De meest effectieve wijze van incasseren zonder eindeloos herinneren of aanmanen’, aldus de website van Juresta. Zo ontstond ook de samenwerking met het advocatenbedrijf Legal Point.

Post merkte bij de afhandeling van dossiers dat medewerkers van Legal Point geen kennis van zaken hadden. Achttienjarigen werden aan ingewikkelde surseances gezet, ontdekte hij, ze dienden verkeerde declaraties in, er was van alles mis. Post: „Keer op keer heb ik ze aangeboden bij ons een training te volgen. Niemand is daar op ingegaan. Amateurs waren het. Achteraf is me duidelijk geworden dat we met sukkels te maken hadden. Maar dan vraag ik me af, de Orde van Advocaten houdt toch regelmatig een kwaliteitsaudit bij advocatenkantoren? Dan had de Orde toch moeten merken dat van alles mis was en bijvoorbeeld de verdachte mutaties op de derdenrekening moeten kunnen zien? Als wij een advocatenkantoor kiezen dan moeten we ervan uit kunnen gaan dat zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.”

De Orde zit met Legal Point in zijn maag. W. Bekkers, deken van de landelijke Orde van Advocaten, beaamt dat dit de eerste keer is dat een advocatenkantoor is misbruikt voor criminele doeleinden (zie: Kantoor fungeerde als illegale ‘huisbank’). En dat de deconfiture van Legal Point het blazoen van betrouwbaarheid van advocaten bezoedelt.

Dat misbruik wordt grotendeels op het conto geschreven van één man, mr. J. de B. De B. werd in de jaren negentig tot vier jaar detentie veroordeeld wegens oplichting en deelname aan een criminele organisatie. De B. studeerde rechten in de gevangenis. Na zijn afstuderen wilde hij advocaat worden. Maar De B. werd door de deken van de Rotterdamse Orde niet toegelaten tot de balie wegens het verzwijgen van zijn verleden, een verleden dat bij de Orde bekend was.

De B. vond een advocaat die hem het voordeel van de twijfel gunde, mr. K. Karstens. Met hem begon De B. in 2003 Legal Point Advocaten. Karstens was volgens de statuten directeur van Legal Point, maar De B. had de feitelijke leiding. Hij nam alle financiële en commerciële beslissingen. Karstens verklaarde later dat hij niet op de hoogte was van het reilen en zeilen van Legal Point, dat was alleen De B.

Karstens wist dat De B. een verleden als fraudeur had én dat hij niet was toegelaten tot de balie. Karstens, telefonisch: „Dit is een onverkwikkelijke zaak. Het grijpt mij zeer aan. Maar ja, wat moet je? Doorgaan met ademhalen, dat is alles wat erop zit.” Waarom Karstens met De B. in zee ging? „Je moet iemand het voordeel van de twijfel kunnen gunnen. En het ging ook goed. Om het kwartaal waren er feestjes, zoveel mensen waren er dan weer bijgekomen. We hadden allemaal high hopes. Nee, ik wil nu van ieder contact met De B. verschoond blijven.”

De medewerkers van Legal Point hadden geen idee van het verleden van De B. Een voormalig Legal Point-advocaat: „Op een gegeven moment vond een stagiair toevallig een oud krantenartikel waaruit bleek dat De B. betrokken was geweest bij een megabelastingfraude. Daarvoor had ik al gemerkt dat Legal Point onder collega’s bad news was. Gelukkig heb ik het schip op tijd verlaten.” Een tweede advocaat zegt dat hij bij zijn sollicitatie niets hoorde over een verleden van De B. „Pas na een tijdje ging het als een soort geheimpje rond.” Uit vrees voor reputatieschade wil geen van de oud-medewerkers met hun naam in de krant. Een derde verbrak geïrriteerd de verbinding.

„Iedereen dacht dat De B. advocaat was”, zegt Post. „Ik ook, tot ik een keer vroeg waarom hij geen zaak deed. Toen vertelde hij dat hij wel jurist was, maar geen advocaat en dat ook niet wilde zijn. Hij vond dat wel zo rustig.”

Bekkers, de landelijke deken, beaamt dat de Orde tegen de advocaten op het kantoor zweeg over het verleden van De B. Bekkers: „Een advocaat zoals Karstens mag in dienst nemen wie hij wil. Het is voor de Orde een lastige afweging die je moet maken tegen het licht van de bescherming persoonsgegevens. In dit geval hebben de belangen van de bonafide advocaten minder zwaar meegewogen.”

Curator Udink noemt De B. een „facilitator” die „in een fantasiewereld” leeft. „Voor het beslag op zijn inboedel was ik bij zijn huis. Dan zie je vier bewakingscamera’s en een luchtbuksgaatje in het voorraam, nou, dan weet je het wel.” Karstens beschrijft hij als een „kamergeleerde”. Karstens is uit het tableau geschreven en op zijn huis en inboedel is beslag gelegd. Tegen hem en De B. is aangifte gedaan wegens bedrieglijke bankbreuk.

De B. is zich van geen kwaad bewust. Telefonisch: „De zaak is opgeblazen. Ik ben geen zakkenvuller, een zeilschip op de Bahama’s heb ik niet. Geld doorgesluisd? Dat heb ik nooit gedaan. Ja, ik heb buitenlandse vennootschappen opgericht, maar dat mag iedereen. In mijn eigen beleving heb ik me drie slagen in de rondte gewerkt. Ik was de eerste op kantoor en de laatste, die het licht uit deed. Het is waar dat er geen afdracht van belasting was. We hebben vaak met de Belastingdienst gesproken, ze waren onwrikbaar. Maar we hadden een perfecte relatie met de bank. Tot Kneppehout [de toenmalige deken van Rotterdam, red.] de bank schreef dat hij geen betalingen meer mocht verrichten. Daarna kwam de zaak in een stroomversnelling. Toen kon Karstens het schip niet meer besturen. Maar het was een volledig nutteloos faillissement. Dit had niet gehoeven. Kneppelhout heeft ons het nekschot gegeven. Als dit voor de rechter komt, zie ik het met vertrouwen tegemoet.”

Bekkers, de landelijke deken, zegt terugkijkend: „Deze zaak geeft wel aan dat we een politieke discussie moeten aangaan over de vraag of niet in sommige gevallen het tuchtrechtelijke verleden van iemand in de openbaarheid mag worden gebracht.”

De B. terugkijkend: „Ik had sterk de indruk dat de deken mij als ex-bajesklant niet zag zitten.”

Zie ook wetsvoorstel tuchtrecht en advocaten op:www.advocatie.nl