Controleer militaire ‘uitzendkrachten’

Huurlingen of ‘krijgsmacht in krijtstreep’? Amerika zit er mee, maar ook Nederland heeft te maken met deze vraag, vindt Frank Kuitenbrouwer.

Als iemand het klaarspeelt om daadwerkelijk te worden veroordeeld onder de bestaande wetten tegen huurlingen „verdient hij het te worden doodgeschoten – en zijn advocaat ook”. Dat schreef een insider een half jaar voor het begin van de Irakoorlog aan Peter W. Singer van het Brookings Instituut in de VS. Hij doet onderzoek naar de uitbesteding van militaire diensten aan particuliere firma’s, de zogeheten private military contractors (PMC’s). Deze vorm van outsourcing heeft in Irak een spectaculaire vlucht genomen.

De ontboezeming van de insider belooft weinig goeds voor de afhandeling van een schietpartij door medewerkers van het Amerikaanse bedrijf Blackwater in Irak waarbij in september 17 doden vielen. Een belangrijk obstakel vormt ‘Order 17’, die de voorlopige autoriteit CPA de dag voor de soevereiniteitsoverdracht aan de nieuwe Iraakse regering uitvaardigde. Daarin wordt PMC’s immuniteit verleend in dit land. Irak is inmiddels soeverein, maar het terugdraaien van Order 17 is eenvoudiger gezegd dan gedaan.

Buitenlandse immuniteit wordt gecompenseerd door verschillende mogelijkheden van de Verenigde Staten om contractors zelf te berechten. Maar tot dusver zijn deze nogal theoretisch. Blackwater alleen heeft in Irak 195 schietincidenten binnen drie jaar op zijn conto. Ook bij het schandaal van de Abu Ghraib-gevangenis waren contractors betrokken. Toch is de Amerikaanse wet in Irak volgens Singer nog slechts in één geval toegepast tegen contractors. En dat betrof een Amerikaans slachtoffer, niet een Irakees.

Dat de militaire strafwetten van Amerika van toepassing zijn op militaire dienstverleners staat op zichzelf vast. Maar dit geldt in beginsel alleen voor een klassieke oorlog (dus met een ouderwetse oorlogsverklaring) en daar valt Irak buiten.

Dit gat is per 1 januari van dit jaar gedicht door een slim amendement op de begrotingswet voor defensie. Maar er blijven vragen. Is de wet nu ook van toepassing op contractors van het ministerie van Buitenlandse Zaken (zoals Blackwater) of alleen op die van het Pentagon? Mógen burgers eigenlijk wel door een krijgsraad worden berecht?

De Amerikaanse vragen lijken ver van ons bed. In 1999 verklaarde staatssecretaris Van Hoof (Defensie) categorisch: „militaire operaties worden in principe uitsluitend door militairen uitgevoerd.” De werkelijkheid is echter ‘weerbarstig’ noteerde Joop Voetelink (Nederlandse Defensie Academie) in een themanummer van het Militair Rechterlijk Tijdschrift, afgelopen zomer. Nederland heeft voor de bewaking van het kampement in Uruzgan een Afghaanse PMC ingehuurd. In bondgenootschappelijk verband krijgt het bovendien te maken met contractors van anderen waar het niets over te zeggen heeft.

René Hiemstra van adviesbureau Acestes spreekt van een onomkeerbare trend. Eerder heeft hij PMC’s betiteld als een ‘krijgsmacht in krijtstreep’. De methode-Blackwater doet eerder terugdenken aan de onlangs overleden Franse huurlingenleider Bob Denard, die met zijn ‘Leger der Verschrikkelijken’ een verschroeiend spoor door Afrika trok (NRC Handelsblad, 15 oktober).

De Verenigde Naties namen in 1989 een streng en omvangrijk verdrag tegen huurlingen aan. Militaire dienstverleners, die opereren in het grijze gebied tussen combattanten en civiele bevolking, passen ook moeilijk in de Rode Kruis-verdragen over het humanitaire oorlogsrecht, die juist een onderscheid maken tussen deze twee categorieën. Het VN-verdrag is overigens door geen van de partijen in Irak, evenmin als Europese staten waaronder Nederland, aanvaard. Bij de volkerenorganisatie zelf is het inhuren van PMC’s bij vredesoperaties inmiddels geen taboe meer.

Avril McDonald (Asser Instituut) zegt in het MRT dat een situatie is ontstaan waarin het internationale recht onderscheid moet maken tussen ‘goede’ en ‘slechte’ huurlingen. Dat kan alleen onder voorwaarden. Uiteindelijk zijn internationale afspraken nodig, maar het begin ligt bij nationale staten. Deze prefereren tot dusver echter to have their cake and eat it, zoals McDonald het noemt: de voordelen van uitbesteden terwijl ze de bijbehorende verantwoordelijkheden vermijden.

Hoog tijd voor een serieuze aanpak. Niet alleen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid, maar allereerst van de contracten zelf. De aanwezigheid van een gedragscode is wel het minste, want de militaire ‘uitzendkrachten’ hebben juridisch geen binding met de inhurende staat, aldus Voetelink, dat heeft alleen de firma. Staten springen ‘slordig en lukraak’ om met de privatisering van militaire diensten, signaleerde Singer in zijn boek Corporate Warriors (2003). Het laat PMC’s zelf de probleemanalyse maken om hen vervolgens te betalen voor het uitvoeren van hun eigen aanbevelingen. Een goede controle wordt stelselmatig onderschat. Terwijl het aantal Pentagoncontracten steeg met 80 procent werd het aantal controleurs met 40 procent gereduceerd. Toch kunnen private contractors de doelstellingen van militaire operaties grondig bederven. En daarmee de legitimiteit van de hele onderneming – in beide betekenissen van dat woord.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

kuitenbrouwer@nrc.nl