Bulldozers walsen barakken en krotten plat

Rome laat sloppenwijken van Roma-zigeuners opruimen. De wijken groeiden de afgelopen jaren door de immigratie uit Roemenië. Die staat sinds kort in een kwaad daglicht.

Aankloppen kan niet. Er is geen deur. Het onderkomen is gemaakt van reclamevlaggen van de lokale supermarkt. De bewoner, een zigeuner uit Roemenië, doet de afwas tussen de takken van het struikgewas voor zijn ‘huis’. Het modderige pad wat we volgen is zijn wc.

Aan het einde van het weggetje wordt duidelijk dat deze zigeuner vandaag geluk heeft. Beneden in de vallei beuken de hijskranen en bulldozers van de gemeente Rome op de barakken van zijn landgenoten. Vierhonderd Roma-zigeuners verliezen hun huis.

Hun kamp is een van de tientallen Romeinse favelas die zijn ontstaan sinds de EU in 2001 de visumplicht voor Roemenen en Bulgaren afschafte. „Dat heeft alles veranderd”, zegt Paolo Ciani van de katholieke lekenbroeders van Sant’Egidio die zich al jaren inzetten voor zigeuners. In zeven jaar tijd zijn er zo’n veertigduizend Roma-zigeuners vanuit Roemenië naar Italië getrokken; op zoek naar werk, op de vlucht voor discriminatie in eigen land.

Veel steden, maar vooral Rome, kregen met hen te maken. Langs de rivieren de Tiber en de Aniene, onder viaducten, tegen de oude stadsmuren, in oude steengroeven zijn hele sloppenwijken ontstaan. „Tot dit jaar sloot het gemeentebestuur haar ogen voor deze realiteit”, aldus Ciani. „Men wilde het niet zien, omdat men dan oplossingen moest gaan zoeken voor kinderen die niet naar school gaan, ouderen die geen medische hulp krijgen, voor onhygiënische toestanden, voor bandieten die zich in de kampen verschuilen.”

Vanaf dit jaar laat de gemeente zich wel zien: met bulldozers. Vorige week zei de centrum-linkse burgemeester Walter Veltroni op een persconferentie dat hij het afgelopen jaar zo’n duizend barakken heeft „opgeruimd”. Zesduizend zigeuners raakten dakloos.

Burgemeester Veltroni is de nieuwe leider van de net opgerichte Democratische Partij, een fusie van de twee grootste regeringspartijen. Hij manifesteert zich sinds twee maanden als de gedoodverfde opvolger van premier Prodi.

Sinds een maand ook zijn de bulldozers veel actiever. De moord door vermoedelijk een zigeuner op een Italiaanse vrouw bij het metrostation Tor di Quinto bracht Veltroni ertoe harder op te treden. Door het voorval ontstond in de media een hetze tegen de Roemeense zigeuners. De regering kondigde aan van criminaliteit verdachte EU-burgers sneller uit te zetten. De spanning is sindsdien groot. Bij de wijk Ponte Mammolo gooiden Romeinen vanaf een brug een molotovcocktail in een barakkenkamp. De burgemeester koos de zijde van zijn stadgenoten en liet het kamp weg bulldozeren.

In de sloppenwijk die nu aan de beurt is, reageren de zigeuners opvallend rustig. Een jonge schoonmaakster sputtert nog wel tegen. „Ze hadden het toch eerder kunnen aankondigen.” Ze probeert tevergeefs een agent ervan te overtuigen dat haar stenen huisje op privéterrein staat en dus moet worden ontzien. „Het huis hebben we twee jaar geleden gebouwd. Het is het enige stenen huis van het kamp. Tienduizend euro heeft het ons gekost. Plus vijfduizend euro huisraad. We moesten ook nog huur betalen aan een Italiaan. Maar het lijkt erop dat ik met Kerst op straat sta.”

Ze heeft maar één geluk vandaag. Ze heeft geen kinderen. Veel lotgenoten hebben een gezin. „Ik heb twee kinderen op school, waar moeten die morgen hun lessen volgen?”, zegt een moeder. Ze zegt al negen jaar in het kamp te wonen. „Nooit hebben we de gemeente hier gezien. En nu komen ze ineens met bulldozers.” Haar dochter Annamaria, een meisje van negen, staat naast haar. Ze is vandaag niet naar school gegaan. „Geen tijd om haar spullen in te pakken, omdat de politie kwam.” Het meisje is bang dat ze nu nooit meer naar school kan.

„Ze hebben gezegd dat vrouwen en kinderen zich voor de eerste vijftien dagen onderdak kunnen melden bij de gemeente”, zegt Adam (30) die ook geen huis meer heeft. „Mannen moeten op straat blijven. Maar ik ga mijn vrouw en kind toch niet in de steek laten?”

Vrijwel geen enkele zigeuner gaat in op dit aanbod van de gemeente dat nauwelijks publiek wordt gemaakt.

Veltroni erkende tijdens de persconferentie vorige week dat er geen vervangende woning voor de zigeuners wordt geregeld. De vier aanvankelijk geplande „dorpen van de solidariteit” met elk duizend plekken komen er niet: „Elke keer als we een plek wilden aanwijzen om zigeuners op te vangen, keerde zich onmiddellijk een burgercomité tegen hun komst.”

De burgemeester ontkent dat hij de zigeuners massaal het land uitjaagt. Maar, zo erkent hij: „Voor het eerst zijn we getuige van een toename van de repatriëring van Roemenen en van een afname van de toestroom.” Of dat ook echt zo is, waagt Ciani van Sant’Egidio te betwijfelen. „Het probleem wordt alleen verplaatst naar elders.”

Buiten het kamp bij het metrostation Rebibia steken groepjes zigeuners met hun winkelwagentjes vol huisraad de weg over op zoek naar een plek op het terrein dat vorige week is ontruimd. Verderop vertrekt een busje volgepropt met dertig personen en vele vuilniszakken. Bestemming: Roemenië.