Bestaat het leger voor het merendeel uit Brabanders?

Militairen die op televisie worden geïnterviewd spreken nooit plat Amsterdams, Haags of Twents, zo is de indruk van Dirk van de Ven uit Utrecht. Sterker nog, volgens Dirk hebben negen van de tien militairen voor de camera een Brabantse tongval. Komen de meeste militairen uit Brabant?

„Het is niet zo dat we bewust personeel uit Brabant aanwerven,” zegt een woordvoerster van het ministerie van Defensie. „De herkomst van het personeel heeft te maken de locatie van de legerbases.”

En daarvan zitten er nogal wat in het zuiden van het land. In Oirschot huist bijvoorbeeld de 13de Gemechaniseerde Brigade van de Landmacht en de Luchtmacht heeft bases in de Peel , Volkel , Woensdrecht en Gilze-Rijen. Maar Defensie heeft ook bases in de rest van Nederland, benadrukt de voorlichtster.

Piet Kamphuis, directeur van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, denkt dat de lagere rangen van een eenheid vaak afkomstig zijn uit de omgeving waar hun eenheid gelegerd is. „Als een brigade uit Oirschot naar Uruzgan wordt uitgezonden dan zitten daar veel Brabanders tussen”, zegt Kamphuis. „In Havelte zitten bijvoorbeeld weer veel noorderlingen.”

In vergelijking met bijvoorbeeld Groot-Brittannië valt de regionale en provinciale kleuring van het Nederlandse leger nog mee, volgens Kamphuis. Groot-Brittannië heeft aparte Schotse, Ierse en Welshe regimenten. Leden van het Regiment Limburgse Jagers daarentegen hoeven niet uit Limburg te komen. Voor de Tweede Wereldoorlog, toen was er wel een regionale indeling van dienstplichtigen. Als voorbeeld noemt Kamphuis een Zeeuws Bataljon dat later in Indië dienst deed.

Nu is Brabant ook de thuisbasis van de Koninklijke Militaire Academie (KMA). In Breda worden officieren van de landmacht, luchtmacht en marechaussee opgeleid.

„Vanaf de jaren zeventig is het aantal zuid-Nederlandse studenten aan de KMA duidelijk gegroeid”, zegt Petra Groen, collega van Kamphuis en bijzonder hoogleraar militaire geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Groen schreef een boek over de geschiedenis van de KMA. „De laatste dertig jaar is 28 procent van de kadetten afkomstig uit Brabant en Limburg.” Waarschijnlijk omdat KMA gewoon in de buurt zit.

Dus Dirk, misschien verklaart dat waarom veel jonge ‘of’sieren’ praten met een zachte g.

Ewout Lamé