Balanceeract

Gisterochtend verscheen er een opmerkelijk bericht van de hoofdredacteur in dagblad De Pers. De redactie had doodsbedreigingen ontvangen, omdat het een artikel ludiek had geïllustreerd met een veelarmige hindoegod, jonglerend met speeltjes. Het bericht was zowel een schuldbekentenis (de illustratie was ‘dom en onachtzaam’, een ‘vergissing’) als een aanklacht (‘fanatici bepalen niet wat wij mogen schrijven’).

Het stuk is een balanceeract, als van Chinese circusartiesten die tien soepkommen gelijktijdig draaiende houden op stokjes (dit is, overigens, niet beledigend bedoeld voor Chinese circusartiesten).

De krant moest gelijktijdig de hindoegemoederen zien te sussen, de lezers laten weten dat de krant niet zwicht voor dreigementen én uitleggen dat er geen religieus of politiek doel achter zat.

Al die soepkommen gelijktijdig in de lucht, dat gaat natuurlijk mis, en inderdaad: „Als die mensen zich gekwetst voelen dan is dat hun probleem, niet het onze”, stelt de krant stoer, nadat in hetzelfde stuk nederig klonk: „En daarom bieden we bij deze onze excuses aan aan iedereen die zich hierdoor gekwetst voelt.” Daar klettert het eerste serviesdeel al in scherven.

Bovendien wist de hoofdredactie noch de eindredactie, noch de auteur van het stuk, noch de beeldredacteur, noch de illustrator „dat het hier een hindoegod betrof”. Nu ben ik bereid te geloven dat de collega’s van De Pers niet de meest verlichte denkers van Nederland zijn (niet beledigend bedoeld), maar zouden ze echt in álle gelederen zó onnozel zijn? Niet waarschijnlijk. Weer een bord van zijn stokje.

Dezelfde evenwichtskunst moest het Haagse Gemeentemuseum bedrijven. Bang voor dreigementen? Welnee. Censuur? Beslist niet. Het museum wil gewoon geen politiek debat bedrijven.

Goed, we hebben artikel 7, waarmee we in theorie vrij zijn om te zeggen wat we willen. Maar de praktijk van een geweerloop in de nek beperkt die vrijheid, en leidt tot dit type meervoudig gelaagde verklaringen waar alleen poststructuralistische hermeneutici (niet beledigend bedoeld) nog wijs uit kunnen. Dat is een uiterst verdrietige ontwikkeling.

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek ‘Art. 285b’.