Baanwielrennen in het noorden

In 1972 was er voor het laatst een wielerzesdaagse in Noord-Nederland, in Groningen. Deze week wordt er na jarenlange stilte weer op de baan gekoerst, in Zuidlaren.

Quizvraag: wat hebben München, Rotterdam, Amsterdam en Zuidlaren met elkaar gemeen? Antwoord: ze hebben een wielerzesdaagse.

Zuidlaren, een dorp in de provincie Drenthe, voegde zich dinsdag in het rijtje wereldsteden dat een wielerzesdaagse heeft. Het recept voor een zesdaagse lijkt simpel; neem een wielerbaan, een enthousiaste speaker, stevige geluidsapparatuur, een friettent en het publiek vindt vanzelf zijn weg.

„Maar zo simpel is het niet”, stelt initiatiefnemer Dick Heuvelman, die eerder de Ronde van Italië naar Groningen haalde. „Zo’n tien jaar geleden ben ik begonnen met de voorbereidingen op een zesdaagse in Groningen. Dat lukte toen niet. Ik vond geen passende accommodatie en financieel bleek het ook lastig.”

Het werd anders toen Heuvelman de Prins Bernhard Hoeve in Zuidlaren bezocht. „Het is een prima hal, met uitstekend licht. Verder is er een financieel voordeel: we huren dit voor het symbolische bedrag van één euro. Dat scheelt ons – als we het naar Groningen hadden gehaald – tachtigduizend euro.”

De Zesdaagse van het Noorden werkt met een budget van circa 750.000. Ter illustratie: Nederlands grootste zesdaagse, de Zesdaagse van Rotterdam, heeft ruim het dubbele te besteden. „We willen dit evenement een kans geven”, stelt organisator Wim Jansen „Veel grote sponsors waar we mee hebben gesproken, waren razend enthousiast over een zesdaagse in het noorden. Maar ja, veel grote bedrijven stellen hun reclame-uitgaven al in januari vast. Wij zijn pas in september begonnen met de voorbereidingen.”

Oorzaak van die late handelswijze heeft mede te maken met de Zesdaagse van Maastricht, die onlangs werd geannuleerd omdat de organisatie de financiering niet rond kreeg. Vanwege de drukke zesdaagsekalender was het moeilijk een plek te vinden voor de Zesdaagse van het Noorden.

Tussen de organisaties van de Zesdaagse in Maastricht en die in Zuidlaren is enige frictie ontstaan. „Frank Boelé (organisator van de Zesdaagse van Maastricht, red.) heeft niet netjes gehandeld”, vindt Heuvelman. „Vijf jaar geleden hebben we bij de onderhandelingen met hem aangegeven dat we graag in december een zesdaagse wilden organiseren. Was onmogelijk volgens hem. ‘Willen de renners niet meer, december is een vakantiemaand voor ze’, zei hij. Toen wij met een andere organisatie in zee gingen, kwam hij met de Zesdaagse van Maastricht. En wat denk je? In december.”

Heuvelman pleit voor synergie in de wielersport. „We moeten elkaar niet in de weg gaan zitten. Het is toch mooi om de zesdaagsen te spreiden over het hele land. Het heeft in het noorden zeker bestaansrecht. Maar ja, boeren, hè: wat ’ie niet kent, vreet ’ie niet. En zo is het ook: hij moet eerst weten wat het is, maar als hij het ontdekt heeft, is hij razend enthousiast.”

Dinsdag, op de openingsdag, keek assistent wedstrijdleider Erik Dekker met een genoegzame blik om zich heen. „Het valt me niet tegen. Het is niet realistisch om gelijk volle zalen te verwachten. Tijdens het eerste jaar heb je de kans om het evenement neer te zetten, vervolgens moet je het gaan uitbouwen.”

Wim Jansen spreekt andere taal. Hij wil het evenement in drie jaar laten groeien tot de grootste zesdaagse van Nederland. Dat klinkt bombastisch. Na een knipoog: „Ach, je moet ambitieus blijven, hè. Ik weet ook wel dat Rotterdam de grootste blijft. Wat wij willen is een mooi fietsevenement in het noorden. We streven naar de sfeer die heerst rond de Zesdaagse van Bremen; gezellig, en interessant voor sponsors.”

Voor volgend jaar zijn er al plannen voor een kerstmarkt in één van de zalen naast de wielerbaan. Ook zal er dan extra catering zijn. Misschien dat er dan ook eens goed naar het afzuigsysteem gekeken kan worden, want veel renners klaagden over de indringende frituurlucht die er in de zaal hing.

Een van die renners is de Fries Wim Stroetinga, die vooraf zijn kanttekeningen rond het evenement plaatste in een interview met Dagblad van het Noorden, tevens hoofdsponsor van de Zesdaagse. „In Maastricht kwam er vorig jaar niemand kijken. Ik was bang dat dat ook hier zou gebeuren. Maar het valt mij mee. De tribunes zitten redelijk vol.”

Tijdens de eerste avond waren er zo’n vijftienhonderd toeschouwers in Zuidlaren. Jansen, die zich met zijn zakenpartner Vincent de Groot sterk heeft gemaakt voor het evenement, is tevreden met tienduizend bezoekers over de hele week. Maar amuseren deze mensen zich? Erik Dekker: „Ik denk dat tachtig procent van de mensen hier niet weet hoe baanwielrennen precies in elkaar zit. Aan de andere kant: je moet de wielersport ook niet moeilijker maken dan het is. Het gaat tenslotte ook om amusement.”

Over publieke belangstelling maakt Dick Heuvelman zich geen moment druk. „Dat gaat komen”, voorspelt hij. „Vroeger was het zo dat mensen alleen in de weekeinden op stap gingen. Dat is nu anders. De mensen willen elke avond iets te doen hebben.”