Apache vliegt liefst laag

Wat doet een gevechtshelikopter van de Koninklijke Luchtmacht midden in een Nederlandse polder met hoogspanningsmasten?

Formeel mocht de AH-64D Apache-helikopter laagvliegen in het gebied bij de Bommelerwaard, zegt een woordvoerder van de Koninklijke Luchtmacht. Of er nu hoogspanningsmasten staan of niet. „Het maakt deel uit van het jaarlijkse oefenprogramma. Helikopterpiloten moeten goed getraind zijn als ze bijvoorbeeld naar Afghanistan moeten.”

Gisteren werd er geoefend op laagvliegen in de duisternis. Apaches voeren vrijwel al hun operaties dicht bij de grond uit. Zo zijn ze lastiger te detecteren door de vijand, want ze gebruiken heuvels, bomen en bebouwing als dekking.

In het dichtbevolkte Nederland wordt maar beperkt geoefend. Tactische oefeningen met het gebruik van het boordkanon en raketten gebeuren in de Verenigde Staten, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië en Scandinavië. Zelfs dicht in de buurt van de vliegbasis Gilze-Rijen, de thuisbasis van de Nederlandse Apaches, is er nauwelijks ruimte voor oefenen. „Gilze-Rijen is ingeklemd tussen Breda en Tilburg”, aldus de woordvoerder van de luchtmacht. Vandaar dat de Apaches uitwijken naar de Bommelerwaard, een officieel laagvlieggebied waar vaak wordt geoefend. Tot op een zekere hoogte zijn deze gebieden ‘afgebakend’ voor militair gebruik. Enkele kilometers boven dat gebied zijn de civiele luchtvaartautoriteiten weer de ‘baas’ over het luchtruim. Zo kunnen helikopters ongestoord oefenen, en ondervinden ze geen hinder van commerciële luchtvaart.

Voor het trainen van laag- en sluipvliegen door helikopters is een gebied nodig waarin een route van ten minste 50 kilometer in een min of meer rechte lijn kan worden gevlogen. Om gewenning aan het gebied enigszins te vermijden dient een dergelijke route bij voorkeur in alle richtingen te kunnen worden gevlogen, iets wat in Nederland haast onmogelijk is. Vandaar dat de training grotendeels in het buitenland wordt voltooid.