We mogen de Serviërs niet links laten liggen

De onafhankelijkheid van Kosovo moet worden begeleid door de Europese Unie.

Dan kan de EU gelijk een onweerstaanbaar aanbod aan de Serviërs doen.

Ergens in de komende tien jaar zullen twee Europese landen toetreden tot de Europese Unie. Hun namen zijn Servië en Kosovo (of Kosova, de spelling waaraan de Kosovaarse Albanezen de voorkeur geven).

Commentatoren zullen opmerken dat een van deze twee landen ooit deel uitmaakte van het andere. Het Servië dat lid wordt van de EU zal een rompstaat zijn, een schaduw van zijn vroegere zelf, net als Oostenrijk na de Eerste Wereldoorlog. Dit resultaat zal bereikt worden na veel bloed, zweet en tranen. De komende paar weken, als de kwestie van de onafhankelijkheid voor Kosovo het kookpunt zal bereiken, zullen we beslist met nog meer zweet en tranen te maken krijgen. Maar als alle partijen hun gezond verstand gebruiken, kunnen we met een beetje geluk extra bloedvergieten voorkomen.

Dit eindresultaat zal niet volkomen rechtvaardig zijn, zoals in een ideaal gerechtshof. Zo werkt de geschiedenis niet; er is op z’n best sprake van een bescheiden mate van rechtvaardigheid. Ook onschuldige Serviërs hebben geleden en het leven gelaten, naast onschuldige Kosovaarse Albanezen.

Ik ken geen manier om een historische balans op te maken die kan bepalen of dit resultaat rechtvaardig is of niet. En wie, onder welke omstandigheden, het recht heeft op zelfbeschikking is een raadsel dat liberalen 160 jaar lang tevergeefs hebben proberen op te lossen. Maar twee zaken kan ik staande houden. In de eerste plaats is degene die de grootste verantwoordelijkheid draagt voor dit Servische verlies Slobodan Milosevic, geholpen door twee nog steeds op vrije voeten verkerende oorlogsmisdadigers, Radovan Karadzic en Ratko Mladic.

Het tweede dat ik durf te beweren, is dat dit het minst slechte resultaat zal zijn, niet alleen voor Kosovo maar ook voor Servië zelf. Servië heeft sinds de zomer van 1999 geen effectieve soevereiniteit meer over Kosovo uitgeoefend, met uitzondering van de door de Serviërs gecontroleerde delen ten noorden van de rivier de Ibar. In hun hart weten de meeste Serviërs dat Kosovo verloren is, maar bijna niemand in de Servische politiek zal dat in het openbaar toegeven. Daarom is Kosovo een etterende wond aan het Servische politieke lichaam, die de politici, functionarissen en journalisten van het land ervan weerhoudt om zich te concentreren op de zaken die werkelijk van belang zijn voor hun volk.

De echte vraag is dus niet of dit het juiste resultaat is, maar hoe het zal worden bereikt. De beste manier om dat te doen is geblokkeerd door de onbuigzaamheid van Poetins Rusland. Die manier – waarvoor de speciale VN-gezant voor Kosovo, de vroegere Finse president Martti Ahtisaari, en andere onderhandelaars zich zo hebben ingespannen – zou de goedkeuring van het zogenoemde Ahtisaari-plan hebben behelsd, via een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Dit plan voorziet in een route van onafhankelijkheid onder toezicht voor Kosovo, met verreikende bescherming en autonomie voor de Servische heilige plaatsen, gemeenschappen en gemeenten. Rusland doet zijn broeders, de orthodoxe Slaven in Servië, en zichzelf geen plezier met zijn onbuigzaamheid; toch is het land dat voortdurend geweest, en zal dat na de recente Russische verkiezingen waarschijnlijk ook blijven.

De slechtste weg is als de nieuwe regering van Kosovo, onder Hashim Thaci, de vroegere leider van het UCK (Kosovaars Bevrijdingsleger), zich zou haasten eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen. Dit zou een furieuze reactie kunnen uitlokken van Servische extremisten en de Serviërs ten noorden van de rivier de Ibar, een boze reactie van de autoriteiten in Belgrado, wellicht vergezeld van een energie- en handelsblokkade, om maar te zwijgen van de mogelijke oog-om-oog-tand-om-tand-retoriek die uit de zogenoemde Servische Republiek in Bosnië zou kunnen komen.

De best mogelijke weg, bij ontstentenis van Russische instemming, is wat de onderhandelaars een ‘gecoördineerde onafhankelijkheidsverklaring’ noemen. De nieuwe regering van Kosovo zou dan de komende drie maanden naar haar geliefde doel toewerken, maar in nauwe samenspraak met de EU en andere internationale partners. Zowel de timing als de vorm zou van tevoren worden overeengekomen. De Albanese Kosovaren zouden hun historische onafhankelijkheidsverklaring nadrukkelijk koppelen aan hun aanvaarding van het Ahtisaari-plan, inclusief een nieuw internationaal kantoor voor het uitoefenen van toezicht op het bestuur van de proto-staat, een voortgezette aanwezigheid van de NAVO, en beloften om een liberale grondwet in te voeren en de rechten van minderheden te beschermen. Als hij voldoende moed en wijsheid heeft zal Thaci zijn multi-etnische gezindheid op dramatische wijze tonen door een paar woorden in het Servisch uit te spreken.

Hoewel deze gang van zaken zou worden gesteund door de VS, de NAVO en – voorzover Rusland dat toestaat – de VN, zou de EU de leidende rol op zich moeten nemen – want Kosovo ligt nu eenmaal in Europa – en het geheel in het kader moeten plaatsen van een aanstaand lidmaatschap van de EU. Dat perspectief mag zich echter niet tot Kosovo beperken.

De EU heeft zojuist een ‘stabilisatie- en associatieovereenkomst’ met Bosnië bereikt – een belangrijke stap op weg naar het lidmaatschap. De EU moet het glashelder maken aan het Servische volk dat zij heel graag hetzelfde zou doen voor Servië – nadat de eerste van de oorlogsmisdadigers Karadzic en Mladic is uitgeleverd. Bovendien moeten de Kosovaren worden overgehaald om met hun onafhankelijkheidsverklaring te wachten tot na 3 februari, de datum waarop is voorzien in de tweede ronde van de Servische presidentsverkiezingen, om ervoor te zorgen dat er geen extremist in het presidentiële paleis in Belgrado belandt. Servië mag echter niet de kans krijgen de onafhankelijkheid van Kosovo eindeloos uit te stellen.

De onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo, op z’n laatst in februari 2008, zou vergezeld moeten gaan van dit serieuze aanbod aan de Serviërs: ruil de schijn van formele soevereiniteit over Kosovo in voor de kans op een betere toekomst in de EU.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford en auteur van het boek ‘Free World: why a crisis of the West reveals the opportunity of our time’ (2004).

Bekijk ook het nieuwsthema ‘Kosovo’ via nrc.nl/nieuwsthema/kosovo