Vrijheid komt iedereen toe

Soorah Hera is vrij om de kunst te maken die zij wil; en musea mogen het weigeren.

Maar bedreigen mag nooit.

Gisteren stond in deze krant een open brief van de uit Iran afkomstige Nederlandse kunstenares Sooreh Hera. Haar foto’s en film worden niet door het Haags Gemeentemuseum geëxposeerd, en zij vraagt nu mijn steun.

Om te beginnen: we leven in een vrij land, waar de minister van Cultuur niet aan directeuren van musea opdrachten uitdeelt over wat er geëxposeerd moet worden; die afweging behoort toe aan de musea zelf. Maar leven in een vrij land betekent tegelijk dat een kunstenaar vrij moet zijn om te maken wat hij of zij wil, ook wanneer anderen dat als hinderlijk of beledigend ervaren. Mocht er iemand zijn die vervolgens meent dat een kunstuiting strafbaar is, dan staan altijd juridische wegen open.

Vrijheid betekent verder ook dat anderen kennis kunnen nemen van dat werk. Van het VARA tv-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer, tot de Ezelsprocessen tegen Gerard Reve, en de Monty Pythonfilm Life of Brian: er zijn sommige mensen die zich ergeren of boos worden, en zij hebben de vrijheid om op hun beurt hun mening onbelemmerd te geven. Zo hoort het te gaan in een vrij land.

Als de directeur van het Haagse Gemeentemuseum ervoor had gekozen de foto’s en film wél te exposeren, had hij voor het ten uitvoer brengen van die keuze mijn volle steun gehad (zoals ik nu respecteer dat hij vanuit zijn professionaliteit een andere keuze heeft gemaakt). Het doet me hoe dan ook goed te horen dat het werk elders in het land wél getoond zal worden, zodat bezoekers hun eigen mening erover kunnen vormen.

Ik ben geschrokken van de melding van mevrouw Hera dat ze ondergedoken is en zich bedreigd voelt. Ik heb haar inmiddels uitgenodigd voor een gesprek om kennis te maken en over haar werk te praten.

Ronald Plasterk (PvdA) is minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap