Voor een echte prinses schrobben eekhoorns het toilet

Sprookjesprinses Giselle (Amy Andrews) laat de zingende vlinders van Andalasia achter en duikt uit een putdeksel op in de echte wereld van mean streets New York. Sprookjesprinses Giselle (Amy Andrews) laat de zingende vlinders van Andalasia achter en duikt uit een putdeksel op in de echte wereld van mean streets New York. A classic Disney fairytale collides with modern-day New York City in a story about a fairytale princess (AMY ADAMS, pictured) from the past who is thrust into present-day by an evil queen (SUSAN SARANDON). Soon after her arrival, Princess Giselle begins to change her views on life and love after meeting a handsome lawyer (PATRICK DEMPSEY). Can a storybook view of romance survive in the real world? Enchanted (2007) scene uit film

Enchanted. Regie: Kevin Lima. Met: Julie Andrews, Amy Adams, James Marsden, Timothy Spall. In: 152 bioscopen (Nederlandse en originele versie).

En toen was-ie er toch nog. De grote kerstfilm. De film met een grijns. De film waar je – hij heet natuurlijk niet voor niets Enchanted – helemaal betoverd en verrukt van raakt. Die ook helemaal geen andere pretenties heeft.

Hij lijkt zo simpel. Neem een prinses en een prins en het sprookje is al halverwege. Katapulteer ze uit hun klassieke Disney-animatiewereld naar hedendaags New York en doe dan alles wat sprookjes moeten doen, alleen net een beetje anders. En steven met groot gebaar af op het gelukkigste aller eindes, waarin de prins en de prinses nog lang en gelukkig leefden. Alleen niet precies die prins en die prinses uit het begin. Maar laten we niet op de zaken vooruit lopen. En, oh ja, zorg voor een prinses met rood haar.

In Amerika zijn er op dit moment maar twee films die ertoe doen aan de bioscoopkassa’s: The Golden Compass, die vorige week z’n Nederlandse première beleefde en Enchanted. Het zijn allebei films die een sprookje vertellen en daarbij echte personen en decors – live action– combineren met animatiebeelden. In The Golden Compass komen ze uit de computer en zijn ze driedimensionaal. Enchanted maakt grotendeels gebruik van klassieke platte tekenfilmbeelden en staat in een traditie die zo oud is als Mary Poppins (1964) en Who Framed Roger Rabbit (1988). Dat waren films waarin niet alleen twee filmstijlen, en twee filmwerelden elkaar ontmoetten, maar waarin het rendez-vous tussen fantasie en werkelijkheid ook gethematiseerd werd. Want wat is echt? De sprookjeswereld van Andalasia waar de film helemaal old school Disney begint, inclusief zingende vlinders? Maar die wereld zorgt niet per se voor een sprookjesachtig happy end. Want boze heks Susan Sarandon verstoort de liefde tussen prinses Giselle en prins Edward en verbant het meisje naar de mean streets van New York.

Is de wereld daar niet veel echter? De mensen zijn er toch van vlees en bloed en hebben toch ook emoties van vlees en bloed? Hoe opgetogen is prinses Giselle als ze eindelijk eens B.O.O.S kan zijn. Maar hoe echt is dan die getekende eekhoorn die in New York in z’n 3D-variant verandert? Zijn er in New York soms geen eekhoorns? Of is New York, met al z’n filmische referenties en clichés ook weer een fictie?

En het wordt in New York ook helemaal weer een sprookje als Giselle in de vorm van alleenstaande vader Robert (met een prinsesserig dochtertje) toch weer een prins ontmoet. Bestaat er daar ook zoiets als de ‘true love’s kiss’ waar ze in haar getekende versie aan het begin van de film over zingt en naar smacht?

Enchanted varieert en moduleert speels en virtuoos op dit register van echt en onecht, sprookje, droom en werkelijk waar. Het is een simpele majeurtoonladder, meer niet, maar hij brengt je wel aan het zingen. En ondertussen schrobben de ratten de toiletpot terwijl ze hun ‘Happy Working Song’ zingen, een variatie op ‘Whistle While You Work’ uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Giselle knipt elke ochtend een nieuwe prinsessenjurk uit de gordijnen, de Engelse acteur Timothy Spall is als lakei van prins Edward in z’n materiële vorm in z’n eentje al leuker dan tien tekenfilms bij elkaar en Julie Andrews (Mary Poppins), aan wie we toch de hele tijd stiekem moeten denken, mag de proloog en de epiloog vertellen.