Volgende datum in het rijtje 11/9 en 11/3

Vorig jaar maakte Al-Qaeda een ‘gezegende unie’ bekend met de terreurgroep GSPC.

Sindsdiens zijn in Algerije honderden doden gevallen bij (zelfmoord)aanslagen.

„We komen”, zo waarschuwde terroristenleider Abdelmalek Droukdel in januari de Algerijnse regering en haar „kruisvaarders-meesters” en in het algemeen iedereen die het niet met hem eens was. „We komen!” Sindsdien zijn bij grotere en kleinere aanslagen door Droukdels Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb op binnen- en buitenlandse doelen in Algerije honderden mensen gedood. Gisteren vielen in Algiers zeker 67 doden bij twee ongeveer gelijktijdige bomaanslagen op de Algerijnse Constitutionele Raad en op gebouwen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP.

Al Qaida heeft de aanslagen gisteren opgeëist, maar autoriteiten gingen er al meteen vanuit dat de organisatie erachter zat. Niet alleen de werkwijze – gecoördineerde aanslagen – deed denken aan Al-Qaeda, ook de symboliek van de datum: 11 december, een nieuwe toevoeging aan het rijtje 11 september (2001, de aanslagen in New York en Washington), 11 maart (2004, Madrid). Op 11 september 2006 maakte Osama bin Ladens tweede man, Ayman al-Zawahiri, de ‘gezegende unie’ bekend tussen tussen het islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda en de Algerijnse Salafistische Groep voor Prediking en Geweld (GSPC) plus een aantal andere Noord-Afrikaanse terreurgroepen. Deze unie ging Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb heten. Op 11 april van dit jaar volgden de eerste grote aanslagen die door Al-Qaeda in de Islamitische Magrheb werden opgeëist, op het kantoor van premier Belkhadem en een politiebureau in Algiers. Er vielen 33 doden.

Het is niet duidelijk wat precies de inbreng is van het centrale Al-Qaeda, misschien is het niet meer dan de inspiratie. Wel staat vast dat sinds de bekendmaking van de ‘gezegende unie’ de tactiek van de GSPC radicaal is gewijzigd. De groep is een afsplitsing van de zeer gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA) tijdens de bloedige oorlog tussen moslimextremisten en de Algerijnse regering in de jaren negentig (zie kader).

De moslimextremisten werden uiteindelijk verslagen, na een bloedbad dat aan honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, door het keiharde optreden van de Algerijnse veiligheidsdiensten maar óók omdat de extremisten zich door hun gruwelijke geweld van de bevolking vervreemdden. De geboorte van de GSPC was daar een reactie op: haar strijders zouden zich niet meer tegen de bevolking richten maar uitsluitend tegen de veiligheidsdiensten.

Na het einde van de militaire fase van de burgeroorlog lanceerde president Bouteflika in 1999 zijn ‘verzoeningspolitiek’. De veiligheidsdiensten bleven wel actief, maar de nadruk werd gelegd op verzoening – wie zich aan de autoriteiten overgaf en niet te veel bloed aan zijn handen had, kreeg gratie. Dit tweesporenbeleid leidde tot verdere verzwakking van de resterende extremisten, inclusief de GSPC.

De bekering tot Al-Qaeda en de terugkeer naar terreur tegen burgers zou het antwoord zijn op dit verzoeningsbeleid. De ‘emir’ (leider) van wat toen nog de GSPC heette, Abdelmalek Droukdel, is een fervent tegenstander van president Bouteflika’s verzoeningspolitiek. Droukdel heeft natuurkunde gestudeerd en zou eind jaren negentig zijn toegetreden tot de GSPC. Hij is een beruchte bommenmaker. Volgens Algerijnse kranten hebben zijn omarming van Al-Qaeda en de aanslagen van 11 april tot verdere afsplitsingen geleid van wat inmiddels Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb heet. Zelfs de oprichter van de GSPC, Hassan Hattab, gaf zich na lange onderhandelingen aan de Algerijnse autoriteiten over.

In een video-opname die op 8 mei door de Arabische zender Al-Jazeera werd uitgezonden, zwoer Droukdel echter te blijven bij „zelfmoordaanslagen als strategische optie in de confrontatie tussen ons en onze vijanden”. Hij zei dat hij zijn regionale vertegenwoordigers had geïnstrueerd om vrijwilligers te werven „die het martelaarschap nastreven en die de vijand het hoofd willen bieden” en om „zodanige doelen te te selecteren dat de oogmerken van de jihad worden verwezenlijkt”. Tegelijk riep hij de islamitische gelovigen op veiligheidscentra, regeringsgebouwen en andere plaatsen te mijden die legitieme doelwitten kunnen zijn voor aanslagen. Op de video waren ook leden van de groep te zien die in de bergen en in de woestijn werden getraind.

De krant Le Jour d’Algérie meldde in juni dat de organisatie zich bij de werving van aanhang speciaal richtte op jonge mannen uit arme families, van wie er genoeg voorhanden zijn. „Deze jonge mannen worden zorgvuldig geselecteerd tijdens een voetbalwedstrijd of gedurende lange uren die in de straten worden doorgebracht.” Andere kranten meldden uit de mond van een overloper dat ook buitenlanders werden geworven. Daarvan is tot dusverre geen bewijs.