Terreur en politiek

Terroristische organisaties kunnen veel gedaantes aannemen. Nu eens lijken ze op een leger met heuse commandolijnen, dan weer worden ze amorf. De strategische doelen van terroristische organisaties zijn daarentegen meestal vergelijkbaar. Ze willen niet alleen de vijand een slag toebrengen, ze willen ook onzekerheid en verwarring zaaien in de samenleving.

De dodelijke aanslag gisteren in Algerije van de groep ‘Al-Qaeda in de islamitische Maghreb’ illustreert dat. De twee autobommen die in Algiers explodeerden waren zowel gericht tegen de Algerijnse regering als tegen de Verenigde Naties. Deze letterlijke dubbelslag drukt de wereld weer met de neus op de feiten. Dat dit in Algerije gebeurde, is nog treuriger. Vanaf 1991 is het land immers een decennium geteisterd door een oorlog tussen de autoritaire seculiere regering en gewapende groepen als het Front van Islamitische Redding (FIS) en de Gewapende Islamitische Groep (GIA). In die burgeroorlog zijn, naar schatting, honderdduizenden slachtoffers gevallen. De strijd luwde rond de millenniumwisseling, mede door een soort ‘verzoeningspolitiek’ van de regering. Maar rustig werd het nooit, zoals gisteren weer is bevestigd. Het verlangen van met name de jongere generatie naar een burgerlijke maatschappij heeft daardoor een knauw gekregen. Veel politieke weerstand tegen geweld heeft Algerije namelijk nog steeds niet opgebouwd, getuige de povere opkomst (35 procent) bij de parlementsverkiezingen van mei dit jaar.

Bovendien heeft ‘Al-Qaeda in de islamitische Maghreb’ met deze aanslag laten weten dat het geweld niet ten einde is. Behalve de symboliek van de datum (de 11e) is het ook een teken aan de wand dat de acties in Algiers samenvielen met het bezoek van de Libische leider Gaddafi aan president Sarkozy van Frankrijk. Sarkozy wil de architect worden van een alomvattende Mediterrane Unie, die zich uitstrekt van Casablanca via Marseille en Tripoli naar Istanbul. Gaddafi op zijn beurt wil zich aanpassen aan een paar internationale omgangsvormen in ruil voor handelsbetrekkingen. Beiden moeten zich nu afvragen of daar in Noord-Afrika wel genoeg draagvlak voor is.

Op alle niveaus laat de aanslag van gisteren zien dat de terroristische strijdmethoden een politiek effect hebben. Het antwoord daarop kan dus niet louter militair zijn, maar moet ook een politieke component hebben.