Samenwerken bleek toch lastiger dan gedacht

Danone verloor een zaak tegen zijn Chinese partner.

Voor velen is die uitspraak een waarschuwing.

Dubieuze bedrijven, verborgen winsten, juridische dreigementen, beschuldigingen: het lijkt een iets te dik aangezette bedrijfsthriller, maar het zijn elementen in een geschil tussen het Franse bedrijf Danone en haar Chinese zakenpartner Wahaha. En nu heeft het Franse zuivelconcern de juridische strijd over oneerlijke concurrentiepraktijken met zijn Chinese zakenpartner verloren. Westerse bedrijven in China kijken aandachtig toe.

Danone en drankenconcern Wahaha vormden tot april van dit jaar een joint venture, die inmiddels is ontbonden. De claim van Danone dat Wahaha in het gezamenlijke bedrijf fondsen heeft achtergehouden en onderhands producten verkocht zonder Danone te laten meedelen in de winst, is door een rechterlijke arbitragecommissie in het Chinese Guilin afgewezen.

Volgens de Franse producent van yoghurt en toetjes heeft de directie van de joint venture onder leiding van de Chinese zakenman Zong Qinghou producten van het samenwerkingsverband, zoals thee, Evian-water en andere non-alcoholische dranken, via zijn eigen distributienetwerk verkocht. Het Franse Danone zou daardoor ongeveer 75 miljoen euro aan inkomsten hebben gederfd.

Maar de beschuldiging van Danone dat Zong in Parijs producten verkocht via zijn eigen bedrijven – geleid door zijn vrouw en dochter – en daarmee de handelsmerken van Danone en Wahaha schond, achtte de rechter niet bewezen. Volgens Wahaha en Zong is er nooit iets illegaals gedaan. En dat zegt de rechter nu ook.

Het conflict tussen Danone en Wahaha wordt door het in China opererende internationale bedrijfsleven met aandacht gevolgd. Ruim tien jaar geleden gold de joint venture als een voorbeeld van succesvolle samenwerking tussen een groot Europees bedrijf en het in China befaamde Wahaha. Maar het feit dat Zong, die beschouwd wordt als een van China’s succesvolste ondernemers, eigen bedrijven opzette en producten van de joint venture ging verkopen, vond Danone onaanvaardbaar. De ruzie tussen de twee laat zien wat nog steeds de gevaren zijn van zakendoen in China. Het toont hoe een succesvolle Chinees-buitenlandse joint venture ontaardt in een gevecht van beschuldigingen en tegenbeschuldigingen. Voor velen is het een waarschuwing voor het samengaan met een Chinese partner.

En de juridische strijd is nog niet voorbij. De Franse en Chinese directies van Danone zeiden gisteren geschokt te zijn door de uitspraak, waar hoogstwaarschijnlijk beroep tegen aangetekend zal worden. Ook heeft Danone in juni van dit jaar klachten ingediend bij de rechter in Los Angeles tegen de bedrijven van Zong’s echtgenote en dochter, die ook in de VS actief zijn.

Zong verklaarde onlangs tegen The South China Morning Post dat de ruzie met Danone niets te maken heeft met tegenstellingen tussen oost en west. „Het gaat er om dat Danone de grootste wil zijn in China en wil dat wij gehoorzamen, terwijl wij willen uitbreiden”, aldus Zong. Daar is hij nu dan ook volop mee bezig.

Lees een eerder artikel over het begin van de ruzie en over andere mislukte samenwerkingen met China via nrcnext.nl/mijnnext