Roken, drinken, lachen, klagen

De Letse economie groeit met Chinese cijfers. Maar de middenklasse klaagt dat zij van de hoge groei niet profiteert. Corruptie en inflatie teisteren de jonge economie.

De protestdemonstratie tegen de Letse regering op 24 oktober voor het parlementsgebouw in Riga, de hoofdstad van Letland. Foto AFP A youth (R) holds a flag reading "New parliament!" as he takes part in a protest against the Latvian government 24 October 2007 in front of the Saeima House (Parliament of Latvia), in Riga. Approximately 1500 people from different regions of Latvia gathered at the parliament building today one hour before the adoption of the budget in the parliament, in order to protest against the state policy. AFP PHOTO/ILMARS ZNOTINS afp

I Love You komt tot leven, het hippe café in het oude centrum van Riga stroomt langzaam vol met jonge Letten die er weer een werkdag op hebben zitten. Het is zes uur, buiten is het donker, eigenlijk de hele dag al, want er hangt een dikke mist over de Letse hoofdstad. Binnen wordt gerookt, gedronken en gelachen, maar vooral geklaagd.

„De huizenprijzen zijn krankzinnig hoog”, zegt Gunda Strenga (22), een jonge ambtenaar die hier met vrienden heeft afgesproken. Strenga dacht dat zij het goed voor elkaar had: ze heeft een leuke baan in het gemeentehuis van Riga, met een voor Letse begrippen aardig salaris, zo’n 500 lat (725 euro) per maand. Maar een koopwoning, de kroon op het succes, zit er niet in. „Minstens de helft van mijn inkomen zou opgaan aan hypotheeklasten.”

„Mijn huur is net met 30 procent verhoogd”, klaagt Andris Saulitis (23), journalistiek medewerker bij een talkshow. „Ik heb geen geld om een huis te kopen en straks ook geen geld meer om te huren.” Ruta Vimba (22), die werkt voor non-gouvernementele organisaties, klaagt ook. „De voedselprijzen gaan elke maand omhoog. Mijn lievelingsbrood kostte anderhalf jaar geleden 0,28 lat. Nu is dat met 0,45 lat al bijna het dubbele.”

De middenklasse klaagt altijd, overal, heet het. Maar de Letse middenklasse, die hard is gegroeid sinds de val van het Sovjetcommunisme begin jaren negentig, klaagt voor het eerst, iedereen. De economie groeit, al drie jaar met ongeveer 11 procent, de salarissen stijgen, op papier wordt iedereen rijker, maar het leven wordt niet veel makkelijker. De inflatie gaat in galop, vorige maand 13,7 procent en op jaarbasis 11 procent, bijna twee keer zo hard als vorig jaar. De huizenmarkt is het domein geworden van speculanten en corruptie – een vierkante meter kost in Riga nu al 1.500 euro. En de regering, zeggen ze in café I Love You, werkt voor de superrijken, niet voor de middenklasse, niet voor hen.

De onvrede onder de Letten kwam de afgelopen maanden tot uitbarsting in massale protesten in Riga, de eerste sinds het herstel van de Letse onafhankelijkheid. Het waren de eerste grote protesten tegen een eigen regering, begin jaren negentig was de volkswoede gericht tegen de Russische bezetter. Premier Aigars Kalvitis moest vorige week aftreden. Hem worden twee dingen verweten: zijn passieve economische beleid, waardoor de Letse economie een harde landing dreigt te maken, en zijn onwil om corruptie te bestrijden.

„Alles is jarenlang ondergeschikt gemaakt aan politieke doelen, zoals Letlands toetreding tot de Europese Unie en de NAVO”, zegt parlementslid Sandra Kalniete, van oppositiepartij Jaunas Laiks (Nieuw Tijdperk). „Maar nu kan dat niet meer. Nu wil het volk ook wat: een rechtsstaat.”

Op het oog is alles in Riga in orde: de stad is fris geverfd, de stoeptegels liggen recht, de stadbussen rijden op tijd. Maar volgens Aleksejs Loskutovs is dat schone schijn. Hij leidt het Letse anticorruptiebureau KNAB. Riga is ook de stad van excessen, zegt hij. Te dure auto’s, onrealistisch hoge huizenprijzen en peperdure luxegoederen exclusief voor de elite. „De consument geeft eenderde meer uit dan wat hij aan salaris ontvangt”, zegt hij. „De grijze economie is reusachtig, zeker meer dan 10 procent van het bbp.”

Loskutovs praat zacht, hij is maar net verstaanbaar, maar het was die stem die Kalvitis ten val bracht. Eerder dit jaar publiceerde zijn overheidsbureau een vernietigend rapport over de schimmige partijfinanciering in Letland. Vooral de Tautas Partija (Volkspartij) van de premier moest het ontgelden. Kort daarop, in september, werd Loskutovs ontslagen, met het argument dat er bij KNAB boekhoudkundige misstanden waren ontdekt.

Maar Kalvitis overspeelde zijn hand. Het volk ging de straat op en toen de Letse rekenkamer na een onderzoek concludeerde dat er niet van een boekhoudschandaal kon worden gesproken moest de premier zijn beslissing terugdraaien. De affaire was het politieke doodvonnis van Kalvitis. „De publieke steun was hartverwarmend”, zegt Loskutovs, terugkijken aan zijn bureau. Vanuit de hele bevolking. Opmerkelijk, omdat Loskutovs behoort tot de zich soms gediscrimineerde voelende Russische minderheid – eenderde van de bevolking – in Letland.

Loskutovs ijvert voor meer transparantie in de economie van Letland, die al vier jaar lang met Chinese cijfers groeit. Het gebrek aan rationele en heldere spelregels zet de deur open voor corruptie en speculatie en creëert grote ongelijkheid: de kloof in Letland tussen arm en rijk is een van de grootste van de Europese Unie. De bovenste 20 procent van de bevolking verdient bijna zeven keer zoveel als de onderste 20 procent, zo blijkt uit studies.

Een van de problemen is de vastgoedmarkt: alleen burgers met een jaarinkomen van 80.000 lat (114.000 euro) of hoger moeten hun eigendommen melden aan de belastingdienst. De verleiding om op papier minder te verdienen is daardoor heel groot – Letland is een land met arme miljonairs. Ambtenaren moeten wel allemaal een inkomensverklaring invullen, maar hun familieleden niet. En intussen floreren de criminele witwaspraktijken.

De staat loopt naar schatting minstens 142 miljoen euro per jaar aan belastinginkomsten mis. De kleine man heeft het nakijken, hij moet zich diep in de schulden steken om mee te kunnen doen. Het aantal kredietrekeningen is vorig jaar met 63 procent explosief gestegen. Duizenden Letten passen voor zo’n economie en vertrekken naar het buitenland, naar Ierland en Groot-Brittannië vooral. Dat werkt in Letland schaarste op de arbeidsmarkt in de hand, wat weer leidt tot verdere prijsstijgingen, omdat de achterblijvers looneisen kunnen stellen. „Het enige goede aan deze situatie”, zegt de jonge journalist Saulitis, „is dat ik mijn baas onder druk kan zetten.”

In café I Love You heeft iedereen een kredietlijn. Strenga kocht met de hare een iPod, Vimba gebruikte het geld om te reizen, anderen kopen er een laptop of een hifiset mee. Ze weten dat het niet goed is, maar ze doen het toch, aangemoedigd door de banken. „Waarom over armoede praten, als kredieten gratis zijn”, zo luidde eens een slagzin van de Letse Loesje.

De banken zijn geschrokken. „Er zijn misschien nog weinig gevallen van mensen die hun kredieten niet kunnen aflossen”, zegt een bankier, „maar dat kan volgend jaar heel anders zijn. De kredietvereisten zijn verscherpt en de groei van leningen is afgeremd, dit jaar tot rond de 40 procent. De regering neemt stappen om de vastgoedspeculatie tegen te gaan, wat zorgt voor dalende huizenprijzen: een huis is op dit moment net zoveel waard als begin dit jaar. Maar de bankier vindt dat politici nog daadkrachtiger moeten optreden. „De banken lopen nu hun werk te doen.”

De politieke wil om de grijze economie aan te pakken is minimaal, zegt Loskutovs. Belangrijke wetsvoorstellen die elke Let zouden verplichten tot openheid van zijn fiscale zaken, liggen al jaren te wachten op parlementaire behandeling. Het versterkt de indruk, zegt hij, dat politieke partijen in de eerste plaats werken voor mensen die baat hebben bij de status quo. Tautas Partija, de partij van Kalvitis, wordt achter de schermen geregeerd door de oligarch Andris Skele, een omstreden zakenman.

Volgens sommige commentaren is het recente straatrumoer een omslagpunt: de Letten eisen hun land terug, eisen een eind aan de almacht van de rijke elite, eisen hun deel van de koek. Sandra Kalniete hoopt dat het waar is, maar ze is somber. „De regeringspartijen zien, net als de communisten vroeger, overal complotten, vooral de media krijgen overal de schuld van en van diepgravende zelfanalyse is vooralsnog geen sprake. Hun arrogantie is stuitend.”